Na het bebouwen van de
Coolpolder volgens het plan van Rose, was nieuwe uitbreiding aan
de orde. De Jongh had grootse plannen westwaards, maar Rotterdam
stuitte op grensproblemen met Delfshaven. Ook na de annexatie van
Delfshaven wilde het niet erg vlotten. Belangrijk obstakel was
het Land van Hoboken, dat in bezit van de redersfamilie Van
Hoboken was. Zij had hier in 1852 hun villa Dijkzigt gebouwd. Dit
werd begrensd door de Nieuwe Binnenweg, de Westersingel, de
Westzeedijk en de huidige Coolhaven. De gemeente zag op tegen de
hoge overnameprijs. Toen het land in 1924 in gemeentehanden kwam
was het plan van De Jongh van de baan. Witteveen maakte een nieuw
ontwerp. Ten noorden van de Rochussenstraat
kwam woningbouw en in het westen werden gebouwen met meer
algemeen belang gerealiseerd, zoals het GEB gebouw, het
Erasmiaans Gymnasium, het Dijkzigt Ziekenhuis, de Medische
Faculteit en het Unilevergebouw. De rest zou een onbebouwde
groenstrook blijven, met uitzondering van het Museum Boijmans Van
Beuningen. Dat is niet gelukt.
Het Wederopbouwplan van Van Traa
uit 1946 gaf voorrang aan het verkeer, waardoor de
Rochussenstraat een belangrijke verkeersader werd. Brinkman en
Van der Vlugt vonden weerklank voor hun idee voor een villawijkje
aan de Oostzijde van het Landgoed. Later werden hier ook nog het
Nederlands Architectuur Instituut en de Kunsthal gebouwd. Het
groen wat resteert is het Museumpark tussen Boymans en de
Kunsthal. Wel is het gebied het Cultuurgebied bij uitstek
geworden met museum Boijmans Van Beuningen, het Nederlands
Architectuur Instituut, de Kunsthal en de nabijgelegen Witte de
Withstraat en zijn
kunstgaleries. |