Wandeling A - deel 3 "Hoboken, Scheepvaartkwartier en het Park" (6km)
| Kaart van de wandeling
Nummers <1> t/m <10> in de tekst corresponderen met nummers op de kaart. De wandeling begint rechtsboven op de kaart. Klik op de kaart! |
Op de kaart zijn aangegeven | ||
| Metro stations | |||
| Tramhaltes | |||
| Treinstations | |||
| Restaurants in het Nieuwe Werk | |||
|
…van Leuvenhoofd via Museumpark en Scheepvaartkwartier naar het Park… We vervolgen de wandeling voor het Hotel Intel (
<1> Links zien we het monument "de Boeg" ter
nagedachtenis aan de gevallen zeelieden der koopvaardij uit de Tweede
Wereldoorlog. Recht voor ons zien we de Erasmusbrug en op de achtergrond de
hoogbouw van de Kop van Zuid. De Erasmusbrug is in 1996 geopend. Het is
We steken bij het stoplicht de Schiedamsedijk over (rechts) en lopen het Vasteland op. Begin 17e eeuw worden de erven in dit gebied verkocht. De meeste erven ten Westen van de Leuvehaven blijken echter regelmatig te verzakken, hetgeen de kopers op hoge kosten jaagt. Alleen het deel waar we nu staan bleek op vaste grond te staan, waardoor het de naam Vasteland kreeg. Het gebied tussen de Schiedamsedijk en de Schiedamse Vest werd vanaf 17e eeuw dichtbebouwd en slechts door smalle steegjes doorsneden. Deze stadsuitbreiding is ook bekend onder de naam: Het Nieuwe Werk. In het bombardement van 1940 is dit geheel verwoest. Na de oorlog is dit gebied nogal onplanmatig volgebouwd met kantoren en woningen. Met name de Schiedamse Vest maakt een nogal rommelige indruk. Op de hoek van Schiedamse Vest en Vasteland staat de Russisch-Orthodoxe St Nicolaaskerk. Deze parochie valt onder het bisdom Den Haag en Nederland van het Patriarchaat Moskou. De architectuur van de één-koepelige kerk lijkt op die van de beroemde Pokrovana-Nerli (kerk van de Bescherming van de Moeder Gods aan de Nerli in Rusland). De kerk is een opvolger van een (te kleine) kapel in een woonhuis aan de Persijnstraat en werd in 2004 ingewijd. We lopen door, de Schiedamse Vest laten we rechts liggen. We komen nu buiten het (ommuurde) gebied van de oorspronkelijke stad. Tot begin 19e eeuw bleef de woningbouw van Rotterdam binnen de stadsvesten. Pas in 1811 werd het ambacht Cool geannexeerd. Voor die tijd was er al wel bedrijvigheid, waarvoor in de stad geen plaats was, hierheen verplaatst. Ook waren er moestuinen van minder bedeelde Rotterdammers. Maar het grootste deel van de Coolpolder bestond uit buitenverblijven voor rijken. Permanente bewoning was niet of nauwelijks toegestaan. In het midden van de 19e eeuw barste Rotterdam uit zijn voegen en lanceerde hoofd Stadsontwikkeling Rose zijn Coolpolderplan. De polder werd bebouwd langs de lanen die langs de voormalige buitenverblijven liepen. De Westersingel werd aangelegd als nieuwe westgrens van de stad. Aanvankelijk zou het alleen een wandelgebied worden met een belangrijke functie voor de waterhuishouding. Tussen 1864 en 1880 verrezen aan de Westersingel, Eendrachtsweg en Mauritsweg statige herenhuizen, die de nieuwe stadsrand een voornaam uiterlijk gaven. Bij het stoplicht steken we de Westersingel over en slaan die straat rechts in.
In 1940 is de wijk Cool grotendeel verwoest
op het zuidelijk deel en de Westersingel na. Daarom Bij de brug over de Westersingel staat een beeld naar een tekening van Pablo Picasso (1881-1973). De beeldhouwer was een bekende van Picasso, de noor Carl Nesjar (1920). Het beeld stond sinds 1970 oorspronkelijk op de hoek van het Weena en het Kruisplein, maar is in 2003 verplaatst. Het heet Sylvette, genoemd naar een model van Picasso waarvan hij in 1954 meer dan 40 tekeningen en schilderijen maakte. Op de hoek met Museumpark (nr. 76) staat de Remonstrantse kerk uit 1897. Tot dan toe hadden de Remonstranten slechts een schuilkerk ter beschikking, hoewel dat na 1795 niet meer nodig was. De toren valt het meest op. Het portaal aan de Westersingelzijde wordt gesierd met het motto: "Eenheid in het nodige, Vrijheid in het onbekende, In alles de Liefde". Daarboven is een mozaïek te zien met een engel en de letters alpha en omega. De kerk heeft een prachtig klassiek interieur (helaas niet te bezichtigen) en vele Jugendstil details.
We slaan linksaf het Museumpark in. <2> We komen nu in het voormalige Land
van Hoboken. Het land van Hoboken is begin 18e eeuw door de reder en koopman
Anthony van Hoboken (1756-1850) aangekocht.
Het landgoed was 56 ha groot en werd begrensd door de Nieuwe Binnenweg, de
Coolhaven en de Westzeedijk. Zijn zoon liet er na de dood van Anthony in 1852
een villa bouwen. Het landgoed bleeft tot 1924 in familiebezit, toen de gemeente
het aankocht. Aan de linkerzijde staat het Museum
Boymans Van Beuningen. Aanvankelijk was de,
door de advocaat
Op de hoek met de Jongkindstraat staat een villa naar een ontwerp van Leonard Stokla (1938), een oud-medewerker van de architect Kromhout (Heineken Brouwerij in Crooswijk, Hotel Américain in Amsterdam). Het is een stuk lichtvoetiger van ontwerp dan de villa’s van Brinkman en Van der Vlugt, met name de ronde balkons en de luifels getuigen hiervan. De tweede verdieping is in 1952 toegevoegd door de architect Groosman. Hier is sinds 1993 het Chabot Museum, gewijd aan de expressionistische schilder, gevestigd. We gaan rechtsaf de Jongkindstraat in. Op nr 12 staat de villa
Sonneveld (1933). Dit is de andere villa van Brinkman en Van der Vlugt
in dit wijkje. Sonneveld was één van de directeuren van de Van Nellefabriek,
die beide architecten ook hebben ontworpen. De begane grond wijkt iets terug van
de witte gevel, waardoor het huis wat los komt van de Op de Rochussenstraat slaan we linksaf
Aan de overzijde van de Rochussenstraat staat een woon- en kantorenblok uit 1995. Het is ontworpen door het bureau Mecanoo. Er wordt teruggegrepen op het Nieuwe Bouwen, maar de stijl wordt veel frivoler toegepast. Wel veel glas en metaal, maar ook warme kleuren en decoratief hout. Hier is ondere andere het Ronald McDonaldhuis gevestigd, waar ouders van patiëntjes van het Sophia Kinderziekenhuis kunnen overnachten. Links is allang het Nederlands Architectuur Instituut opgevallen. De ontstaansgeschiedenis van het instituut was niet eenvoudig. Er ging een heuse Amsterdam-Rotterdam strijd aan vooraf. Uiteraard won Rotterdam op goede argumenten. Het winnende ontwerp was (verrassend) van Jo Coenen. De drie functies van het instituut zijn in drie afzonderlijke gebouwdelen ondergebracht. Het archief in de kromming aan de Rochussenstraat, de staf en bibliotheek in het flatgebouw en de tentoonstellingsruimte aan de zijde van de Jongkindstraat. De arcade aan de Rochussenstraat is ’s avonds door gekleurde TL-buizen verlicht waardoor een dynamisch lichtkunstwerk (ontwerp Peter Struycken) ontstaat. Het gebouw is in 1993 opgeleverd. We lopen onder de arcade door naar het andere uiteinde. Aan de andere zijde is een café-restaurant gevestigd met de naam van de architect. We gaan links het trapje af Links zien we nu de waterpartij met een kunstwerk van Auke de Vries. De hoofdingang van het museum ligt aan het Museumpark. Als we rechts kijken zien we het voormalige Unilevergebouw van Mertens uit 1931. Het werd gebouwd in het kader van het Dijkzigtplan uit 1926. Het bestaat uit twee blokken, die worden verbonden door een tussenlid. Het trappenhuis met vergaderzaal is duidelijk zichtbaar. Het gebouw is inmiddels verbouwd tot Hogeschool. Unilever is verhuisd naar het Weena. We lopen links om het water langs het Museumpark en steken bij de zebra over. We lopen nog iets verder en slaan dan rechtsaf het eigenlijke park in. <3> Het Museumpark is ontworpen door bureau OMA van de roemruchte Rem Koolhaas. Het ontwerp is in 1992 uitgevoerd. Het park is nadrukkelijk kunstmatig en sluit totaal niet aan bij de museumtuin van Boijmans en de daarnaast gelegen rozentuin. Veel beton en astfalt. Er achter ligt het evenemententerrein ( voor o.a. de Parade en de Openluchtbioscoop ), gevolgd door de Romantische tuin en de museumzone. We lopen onder de boog door en de traptreden op. We houden links aan en gaan het kleine bruggetje over dat naar de Rozentuin leidt. We lopen rechtdoor. Aan de linkerhand zien we de beeldentuin van het Museum en de uitbreiding van het museum uit 1991 van Henket. Het diende een tijdlang als tentoonstellingsruimte voor industriële gebruiksvoorwerpen, maar huisvest nu het museumrestaurant. Aan het eind van het pad gaan we rechtsaf. Het gebied waarin we lopen was ooit het land van Hoboken en tot 1924 in privé bezit van de redersfamilie Van Hoboken. Het gebied strekte zich uit tot aan de Nieuwe Binnenweg tot de Westzeedijk en van hier tot de Maastunneltraverse. Anthony van Hoboken kocht het gebied aan rond 1850. . In 1924 werd het landgoed door de Gemeente aangekocht. We lopen de laan uit en door de poort. De poort zijn de resten van een toegangshek van een 17e eeuwse boerderij, die aan het Toepad in Kralingen stond. De boerderij moest in 1958 wijken voor de aanleg van de Van Brienenoordbrug. Het toegangshek is toen naar hier in het museumpark verplaatst. Het is een rijksmonument. Recht voor ons zien we de Grieks-Orthodoxe kerk van Rotterdam uit 1955, gewijd aan Sint Nicolaas, de beschermheilige van de zeelieden. We slaan rechtsaf en lopen een monument in Het monument is gewijd is aan de G.J. de Jongh, het hoofd Gemeentewerken tussen 1879 en 1910. De Jongh speelde een cruciale rol in de ontwikkeling van stad en haven. De gemeenteraad talmde lang met een besluit tot aanleg van zo’n monument, zodat de zakenman Van Beuningen het zelf maar financierde. Het werd ontworpen door Van der Steur, die ook het museum Boijmans ontwierp. Het heeft de vorm van een brug. Het beeldhouwerk van Leendert Bolle stelt in "stripvorm" de ontwikkeling van Rotterdam voor sinds 1850 en de rol van De Jongh daarin. Het mozaïek van Gidding brengt de havenwerken in kaart. De statistiektableaus die de groei van de stad en de haven weergeven, zijn ontworpen door Hendrik Chabot. We lopen het monument aan de andere kant weer uit. We steken het grasveldje over. <4> Voor ons zien we het Natuurhistorisch museum. Het is gevestigd in de voormalige villa Dijkzigt van de familie Van Hoboken uit 1852. Het is een neo-classicistisch bouwwerk van Metzelaar. De glazen uitbreiding dateert van 1995 en is ontworpen door bureau Mecanoo. Links staat de Kunsthal, een ontwerp van Rem Koolhaas uit 1992. Het gebouw dient als expositieruimte voor bijzondere tentoonstellingen waarvoor in de bestaande musea geen ruimte is. Het gebouw wordt doorsneden door een voetgangershelling die het Museumpark met de Westzeedijk verbindt. Het deel rechts van de hellilng bevat een auditorium en een restaurant, het grotere linkerdeel twee expositieruimtes. De grote hal boven heeft een transparant dak en een groot "etalagevenster". Op het dak wordt een grote installatietoren gebruikt als billboard om de tentoonstellingen aan te kondigen. De stijl van de bouw wordt soms wel tot het "Supermodernisme" gerekend. We lopen over de voetgangershelling door het gebouw naar de Westzeedijk. De Westzeedijk maakte deel uit van de Schielandse Hoge Zeedijk. De dijk is rond het midden van de 13e eeuw aangelegd. Aan de overkant zien we het Koningin Emmaplein liggen. Hier staat een gaaf rijtje koopmanshuizen uit 1888, ontworpen door J.C. van Wijk. Het plein weerspiegelt zeer getrouw hoe het Scheepvaartkwartier er toen uitzag. In de volksmond werd het ook wel het "rijkeluishofje" genoemd. De Westzeedijk was in de 19e eeuw nog niet verhoogd, zodat de bewoners uitzicht hadden op het land van Hoboken. Nu nog huist hier het grote geld. De meeste panden worden bewoond door advocatenkantoren en financieringsmaatschappijen. Toch is er ook ruimte voor de spirituele kant van het leven: op nr. 3 is het Bisdom Rotterdam gevestigd. De siervaas is ontworpen door Berlage. We lopen de Westzeedijk links op in de richting van de Westersingel. Bij de stoplichten slaan we rechtsaf en lopen de Scheepstimmermanlaan in.
We komen nu in het Scheepvaartkwartier. Het maakte
deel uit van de stadsuitbreiding Nieuwe
Werk en heeft zijn naam We lopen verder door de Van Vollenhovenstraat en komen op het Westplein <5> Links op het Westplein op no. 1-3 staat het Atlantic
Huis (Buskens, 1930). Het was één van de eerste
We gaan linksaf de Westerstraat in en vervolgens rechtsaf de Maasstraat in. De panden aan de rechterzijde dateren allen uit 1850 en zijn door de architect J.F. Metzelaar als woonhuis met kantoor ontworpen. De nrs. 3 t/m 17 zijn rijksmonumenten. Vervolgens gaan we weer rechtsaf de Willemskade op. Recht tegenover de Willemskade zien we de Wilhelminakade. Het gebouw met de vier boogdaken en de glazen gevel is de voormalige vertrekhal van de Holland Amerikalijn. Een ontwerp van Brinkman, Van de Broek en Bakema uit 1945. Rechts er van staat het World Port Center (Norman Foster, 2000) en het voormalig kantoor van de Holland Amerika Lijn (1920). In 1971 vertrok hier de "Nieuw Amsterdam" voor het laatst van de kade. In 1992 is het kantoorgebouw in oude luister hersteld en verbouwd tot Hotel New York. Op Willemskade nr. 23 staat een Art Nouveau gevel uit 1904. Opvallend zijn de mozaïeken in de gevel met voorstellingen van de middeleeuwse kastelen Bulgersteyn en Weena. Bulgersteyn stond op de huidige Bulgersteinstraat (waar nu C&A staat) en het Hof van Weena stond iets ten noordoosten van het Hofplein. Op nr. 25 staat het Wereldmuseum (voorheen Land en Volkenkunde). Het pand werd gebouwd in 1851 voor de Koninklijke Nederlandsche Yachtclub. Een chique zeilclub onder voorzitterschap van Prins Hendrik, de broer van koning Willem III. Vanaf het balkon konden de leden de zeilwedstrijden op de Maas volgen. De club werd in 1878 opgeheven. Rond de geschenken van de bereisde en welgestelde leden konden de collecties voor het Maritiem Museum Prins Hendrik (1878) en het Wereldmuseum (1883) worden opgebouwd. Beiden werden hier gevestigd. Het Maritiem Museum verhuisde later naar elders. In 1908 werd een etage toegevoegd. We lopen rechts de hoek om (Veerkade). Aan de linkerhand zien we op de Veerdam nr. 1 het clubhuis van de Koninklijke Zeil- en Roeivereniging de Maas uit 1908. De architect, Hooykaas, was zelf ook lid. Het gebouw is in Jugendstil uitgevoerd. Het clubgebouw is versierd met verschillende kleuren, motieven en een tegeltableau met golven. Het torentje op de hoek heeft dakpannen in de vorm van schubben. Hier vertrekken ook de watertaxi's naar Hotel New York. Iets verderop op het pleintje staat een monument voor Pieter Caland, de ontwerper van de Nieuwe Waterweg, die Rotterdam sinds 1872 een goede verbinding met de Noordzee biedt. De namen Veerhaven en Veerdam hebben betrekking op het veer van Rotterdam naar Katendrecht. Dit veer ingesteld in de 2e helft van de 15e eeuw kwam in 1599 in Rotterdamse handen. Het bleef bestaan tot 1968 toen de metro in bedrijf werd genomen. We gaan langs de Veerhaven naar links langs het Westplein en steken het plein bij de zebra over. Dan slaan we linksaf en lopen de Parklaan in.
Het pand op nr.5 huisvest de Zweedse Zeemanskerk. De Parklaan was oorspronkelijk de zuidelijke dijk van de Muizenpolder. De muizenplagen die dit buitendijkse gebied teisterden gaven de polder zijn naam. Ook de naam "Muizenverdriet" werd gebruikt vanwege het lot dat de muizen bij een overstroming te wachten stond. In deze polder hadden de Rotterdamse notabelen al in de 16e eeuw een buitenverblijf. Met de aanleg van het Scheepvaartkwartier verdween het uitzicht op de rivier en eind 19e / begin 20e eeuw kwam de huidige bebouwing met kapitale villa's tot stand. Op nr. 3 staat het huis dat voor dr. Elie van Rijckevorsel en zijn moeder is gebouwd. Van Rijckevorsel was de laatste telg uit een belangrijk Rotterdams koopmansgeslacht, die zijn leven niet aan de handel, maar aan de natuurwetenschap en de antropologie heeft gewijd. Hij promoveerde bij prof. Buys-Ballot (oprichter KNMI) in 1873 en verrichte voor hem metingen op een reis naar Nederlands-Indië. Tijdens die en volgende reizen verzamelde hij talloze kunstnijverheidsobjecten. Zijn verzameling stelde hij ten toon in het koetshuis, dat achter de villa is gelegen. Na zijn dood liet hij zijn verzamelingen na aan de gemeente Rotterdam en kwamen zij terecht in het Museum voor Land- en Volkenkunde (nu Wereldmuseum), Museum Boijmans-Van Beuningen en het Historisch Museum Rotterdam (nu Museum Rotterdam). Op nr. 9 vinden we Villa Maaslust. Het is in 1872 gebouwd in opdracht van Rudolf Mees (bank Mees & Zn) de broer van Marten Mees, een bekend bankier uit die periode. De archtitecten Van Binsbergen en Bellingwout bouwden in de traditie van Schinkel-Schule, een neo-classicistische stijl uit Duitsland. Lange tijd was het in gebruik van de belastingdienst. Op nr 11 is het voormalige Rozenlust. Het was door de
watersnood in 1953 sterk verzakt en werd in de zeventiger We slaan rechtsaf de Kievitslaan in en zien rechts de ingang van Park Schoonoord. Deze siertuin hoorde bij het buitenhuis van de familie Mees (Maaslust op Parklaan 9). De familie Jamin deed niet veel aan tuinieren en Mees kreeg voor elkaar om hun tuinen bij de zijne te trekken. In de tuin van Schoonoord, in 1860 ontworpen door J.D. Zocher - die ook het tegenover liggende Park ontwierp - is de intieme rust van een achttiende eeuwse buitenplaats behouden gebleven. Aan de overzijde een aantal panden in allerlei neostijlen met Art Nouveau elementen, m.n. op nrs 12, 26 en 44. Op nr 14 is het belasting- en douanemuseum gevestigd. Het gebouw bevat belangrijke interrieuronderdelen uit de bouwtijd. Parklaan 14, links op de foto, werd in 1910 gebouwd door architect A.W. Meyenekenin opdracht van de familie Cuijper uit Schiedam. Nu fungeert het pand als bibliotheek van het belasting- museum waarmee het sinds 1993 met een glazenluchtbrug is verbonden.Op nr 8 staat het Elevatorhuis uit 1919, ontworpen door Michiel Brinkman voor de Graanelevatormaatschappij. Het pand in classistische stijl was modern voor die tijd met centrale verwarming en een lift. In het midden van het dakvlak is een halfrond natuurstenen reliëf van de Rotterdamse kunstenaar Bernard Richters aangebracht van een groot zeilschip tussen indrukwekkende graanelevatoren. In het midden van de parklaan zien we in de groenstrook een monument ter ere van de schrijver Schürmann uit 1916. Deze leefde van 1876-1915 en was in Rotterdamse culturele kringen vermaard om zijn (volkse) toneelstukken en zijn monologen. Zijn stukken hadden naast een lichte toon ook een maatschappijkritische noot. Schürmann kon niet van zijn schrijverschap bestaan. Hij werkte ook als kleermaker vanuit zijn atelier op de Korte Hoogstraat. Op de fontein staan de titels van zijn meest bekende werken: De Berkelmans, Veertig, Paddestoelen en De Violiers. Aan het eind van de Parklaan keren we om en lopen langs de overzijde terug. <6> De zuidzijde van de Parklaan kwam rond 1910 tot stand. Op nr. 46 woonde tot 1955 de koopman en kunstverzamelaar D.G. van Beuningen. Van Beuningen was oprichter van de Rotterdamse vestiging van de Steenkolen Handelsvereeniging (SHV). Hij speelde ook een belangrijke rol in de realisatie van het Feyenoord Stadion. Zijn kunstcollectie liet hij na aan de gemeente Rotterdam, die zijn naam aan het museum Boijmans toevoegde. Op de hoek met de Parkstraat staat de Parklaanflat uit 1931. Hier stond een onverkoopbare villa. Architect Van Tijen kocht het perceel aan bouwde voor eigen risico het flatgebouw met zes luxe appartmenten (één per woonlaag; 160m²) en een penthouse voor de architect zelf. Van Tijen was een architect van het Nieuwe Bouwen. Hoewel het Nieuwe Bouwen beoogde massaal te bouwen voor minder draagkrachtigen, was in de dertiger jaren de tijd hier nog niet rijp voor. De draagconstructie bestaat uit een staalskelet met houten vloeren. Het heeft de eerste glazen gevel in Nederland. We slaan de Parkstraat in en lopen die uit naar de Calandstraat. In de Calandstraat zien we een aantal voormalige pakhuizen
die in We slaan linksaf de Calandstraat in Het blok, met op nr 11 het Marokkaanse consulaat heeft een lange Art Nouveau gevel. Het bestaat uit een linkerdeel uit 1930 en een rechterdeel uit 1911. Het blok op nrs 5-9 uit 1908 is vrij strak van vorm maar heeft onmiskenbaar Art Nouveau-elementen, zoals de versieringen in de vorm van palmtakken, wapens en schepen. Met name de suikertaartachtige torens doen aan Hongaarse Jugendstil denken. Hier tegenover ligt het voormalig pakhuis van de NV Hollandsch Veem uit 1856 , nu een appartementencomplex. De naam ‘Hollandsch Veem’ is de naam van het bedrijf die gebroeders Vervloet aan het einde van de 19de eeuw hebben opgericht voor de opslag en het transport van voornamelijk wijn. Voor WO II was Hollands Veem één van de grote veembedrijven in de Rotterdamse haven. Links op de hoek van de Calandstraat en de Veerhaven staat het pand uit 1904 van de firma Goudriaan. In dit pand, gebouwd in jugendstil van heldere verblendsteen zat ooit de Rotterdamsche Lloyd. Het torentje op de hoek heeft een ornament van Mercurius, de boodschapper van de Griekse goden en de god van de handel. Hier staat hij op een schip; elders in de gevel is zijn staf verwerkt. De Rotterdamsche Lloyd is in 1875 opgericht door Willem Willemszoon Ruys (jr) met als doel een geregelde stoomvaartdienst van Nederland naar Indië te onderhouden. Zijn eerste stoomschepen laat Ruys in Engeland bouwen. Later bestelt hij ook schepen bij de werf "De Schelde" in Vlissingen. In 1970 fuseert de Rotterdamsche Lloyd met drie andere rederijen tot de Nederlandse Scheepvaart Unie, die later Koninklijke Nedlloyd gaat heten. In 1985 verlaat de laatste telg (5e generatie) uit de familie Ruys de directie van de rederij. We gaan rechtsaf de Veerhaven op
en zien op nr. 14 en15 het kantoor dat in 1916 werd gebouwd voor de tansportonderneming van de gebroeders Van Uden. Het werd ontworpen door De Roos en Overeynder in een soort rijke overgangsarchitectuur. De gevel heeft mooie Art Nouveau elementen, zoals de sierbanden en de smeedijzeren erker op de 2e etage. In dit scheepvaartkantoor zitten veel verwijzingen naar de zee en de scheepvaart. Zo hebben de vlaggenstoksteunen vormen van zeepaardjes, een scheepsboeg en vissen. Op een prachtige tegeltableeau staan een blazende wind, een windwijzer en de zeegod Poseidon met zijn drietand in een boot. Het interieur is echter Berlagiaans. In 1915 is het pand door dezelfde architecten aan de Noordzijde verdubbeld. Hoewel delen in 1948 en 1960 aan de achterzijden zijn aangebouwd is het pand tot in detail in authentieke staat. <7> Op de hoek van met de Westerkade staat het Westerkadehuis, het voormalige kantoor van de Steenkolen Handelsvereniging (SHV) het handelsimperium van de families Van Beuningen en Fentener van Vlissingen. Het bedrijf leverde bunkerkolen aan schepen en groeide later uit tot een conglomeraat van bedrijven, waartoe enige tijd ook de Makro behoorde. Het gebouw is in 1914 gebouwd door JP Stok Wzn. Ook dit gebouw is in overgangstijl gebouwd en is daarmee een goed voorbeeld van een kantoorgebouw van een grote havenonderneming rond de eeuwwisseling. De gevel is opgetrokken uit vulkaansteen. Het balkon op de 1e verdieping is versierd met de vier "Atlanten", één met een schop, één met een grondboor en twee kolensjouwers verwijzen letterlijk naar de activiteiten van de SHV. In 1984 beëindigde de SHV haar Rotterdamse havenactiviteiten. Het gebouw is nu in eigendom van de financieringsmaatschappij Indofin-groep die hier haar Nederlandse kantoor heeft. Voor het gebouw staat een beeld van Tsaar Peter de Grote uit 1997 van de beeldhouwer Leonid Baranov. Het is een geschenk van de Russische premier Tsjernomyrdin aan Nederland. We lopen rechtsaf de Westerkade op. De witte gevels van de panden tussen de Zeemanstraat en de Rivierstraat vormen één blok. Het blok is gebouwd door P. Vermaas in 1862. Achter de herenhuizen met tuintje gaan pakhuizen schuil, die doorlopen tot aan de Calandstraat. Dit zijn de laatste voorbeelden van woonhuizen met aangebouwde pakhuizen. De gevel is neoclassisistisch en grijpt terug op bouwvormen uit de klassieke oudheid. Dat is goed te zien aan de pilaren, kroonlijsten en de pure stijlvormen zoals de symmetrie in de gevel. In feite camoufleert de gevel de bedrijfsgebouwen die er achter schuil gaan. In de schaarse bouwvoorschriften die de gemeente voor het Scheepvaarkwartier hanteerde was bepaald dat de gevels aan de Westerkade fraai van vorm moesten zijn en dus niet op pakhuizen konden lijken. Op de hoek met de Kievitlaan staat het kantoorgebouw van de fima Vopak. Het kantoorgebouw is oorspronkelijk in 1965 gebouwd als vervanging van een aantal kleinere 19e eeuwse panden. Het vierkante torengebouw maakte er ook deel vanuit en had voor die tijd een in Nederland zeer zeldzame functie op het dak: een helicopterplatform. Het kantoorpand van Vopak is inmiddels vervangen door nieuwbouw van de architect Hoogstad, die overigens zijn eigen woonhuis en kantoor op de Westerkade heeft gebouwd naast het nieuwe Vopakpand. De kantoortoren uit 1965 is volledig gestript en wordt herbouwt als deels kantoorgebouw, deels luxe appartementengebouw. We gaan vóór de snackbar rechts en meteen linksaf de heuvel op. Aan de rechterhand zien we het beeld van Koningin Wilhelmina door Charlotte Dorothee van Pallandt uit 1968. We lopen omhoog en komen op de Parkkadepromenade. De heuvel is kunstmatig en opgeworpen uit grond afkomstig uit de Tweede Katendrechtsehaven. Directeur Plaatselijke Werken De Jongh bedacht de heuvel om overstromingen van het Park te voorkomen. Halverwege staat het chique restaurant Parkheuvel tegen de heuvel aangebouwd. We lopen tot het einde van de promenade en gaan de trap af. <8> Voor ons liggen het toegangshuisje van de voetgangerstunnel van de Maastunnel en rechts daarvan het ventilatiegebouw. Het plan voor een vaste oeververbinding speelde al lang in de Rotterdamse politiek. In 1931 kwam stadsbouwmeester Witteveen met een plan om de regionale en plaatselijke verkeersstromen te bundelen in een oeververbinding. L. van Dijk (hoofd gemeentewerken) deed een voorstel voor een tunnel. Een tunnel had het grote voordeel dat de scheepvaart niet gehinderd werd. Een delegatie van gemeentewerken ging in New York kijken naar de Holland Tunnel (Holland, 1927), maar de meeste inspiratie deed men in Antwerpen op bij de Scheldetunnel (Thonet, 1933). Behalve het oplossen van verkeersproblemen ging het ook om het neerzetten van een Rotterdams prestige object. De toegangsgebouwen, de filtergebouwen en de garages bij de autotunnel zijn in dezelfde futuristische stijl gebouwd. De bouw liep vertraging op in 1939 door de mobilisatie. Tijdens de bezetting werd de bouw voortgezet onder Duits toezicht. Om te voorkomen dat de opening van de tunnel door de Duitsers zou worden aangegrepen voor veel vertoon, werd de tunnel in 1942 in stilte opengesteld. In september 1944 werd ze weer uit strategische overwegingen gesloten. Op 19 mei 1945 vond een tweede opening plaats. We lopen het toegangsgebouw in De houtenroltrappen lopen geven toegang aan de fietstunnel en de voetgangerstunnel die er onder ligt. In het gewelf van de roltrapschacht zijn mozaïeken van Gidding aangebracht, die verwijzen naar de functie en ligging van de tunnel. We gaan weer naar buiten en steken bij de zebra over lopen links over het voetpad verder richting Euromast. <9> De Euromast
werd in 1958-60 gebouwd in opdracht van de NV Eurotoren naar een ontwerp van
Maaskant. Het was bedoeld als hoogtepunt van de floriade van 1961. Het was
oorspronkelijk 100 meter hoog, omdat Maaskant vond dat je op groter hoogte toch
niets meer kon We lopen vóór de Euromast rechts de brug op die over het tunneltracee van de Maastunnel voert. Aan de overkant gaan we de trap af. Lopen een 20-tal meters rechtuit en gaan het eerste pad links Het Park in. In 1851 kocht de gemeente de buitenplaats van Jan Valckenier, waarvan de tuin het grootste deel van het huidige park besloeg. De tuin was volkomen verwilderd. De gemeente wilde eerst een slachthuis hier laten bouwen, maar al snel vatte het idee post dat de stad behoefte had aan een recreatieve bestemming. J.D. en L.P. Zocher werden aangezocht om Het Park te ontwerpen. Zij hadden ook het Vondelpark in Amsterdam ontworpen. Later zouden zij ook de Westersingel inrichten. In 1863 was het park klaar. In 1875 werd het nog in westelijke richting uitgebreid. Het is aangelegd in de traditie van het Engelse landschapspark. Veel onregelmatige vormen in paden en waterpartijen, zodat het "natuurlijk" aandoet, zonder echt wild te worden. We gaan meteen het eerste pad links in, het bruggetje over. We houden vervolgens rechts aan
We lopen verder langs de vijver en gaan het eerste pad rechts. Aan de linkerhand zien we het labyrinth en het Heerenhuys, ook wel de buitenplaats de Heuvel genoemd. Het dateert uit 1800. De buitenplaats werd in 1875 bij het Park gevoegd. Het is nu een besloten locatie voor recepties, feesten etc. We lopen verder en voorbij de haag gaan we linksaf. We lopen af op het witte koetshuis van de Heuvel. Het werd in 1858 gebouwd. Op de eerste verdieping woonde de koetsier. We slaan rechts en lopen voor het koetshuis langs. Vervolgens linksaf, de brug over en weer linksaf. Aan de rechterhand zien we de Parkflat liggen. De parkflat, met luxe appartementen is in 1958 voltooid door architect Groosman. Het heeft ook een gemeenschappelijk dakterras. Aanvankelijk was hier een gebouw van vier etages gedacht, dat aan zou sluiten op de bebouwing van de Westzeedijk, maar Groosman vond dat hoogbouw aantrekkelijker was in verband met het uitzich over het Park en de rivier. We lopen in de richting van de Noorse Kerk. <10>
De Noorse Zeemanskerk stond eerst aan
de Parkhaven,
maar moest vanwege de tunnelaanleg in 1937 worden verplaatst. De kerk is het
resultaat van een initiatief van de Noorse dominee Saxe, die als
zeemanszendeling van 1906 tot 1922 in Rotterdam was gestationeerd. In 1913 werd
een prijsvraag uitgeschreven die gewonnen werd door Arneberg en Aan de overkant van de Westzeedijk ligt het Erasmus Medisch Centrum (voorheen Dijkzigt Ziekenhuis Rotterdam) en de Medische Faculteit van de Erasmus Universiteit. Het eigenlijke ziekenhuis is het lichtgele gebouw links. Het werd in 1961 geopend als gemeentelijk ziekenhuis, ter vervanging van het in de oorlog verlorengegane Coolsingelziekenhuis. In een aparte vleugel is het zusterhuis ondergebracht. In 1965 besloot de regering een zevende medische faculteit te stichten in Rotterdam, die later in 1973 met de Nederlandse Economische Hogeschool de Erasmus Universiteit zou vormen. Voor de bouw van de faculteit ten oosten van het ziekenhuis, moesten de Ahoy hallen uit 1950 worden gesloopt. Het werd in 1968 voltooid door Hagoort en Martens. Het is 114 meter hoog. De hoogbouw bevat laboratoria en kantoren, de laagbouw collegezalen. Het betonskelet gaat schuil achter witte alluminiumplaten. De bouwtijd was uitzonderlijk kort door de toepassing van prefab-elementen. We lopen linksaf de Westzeedijk af in de richting van het Drooglever Fortuynplein.
|
| Wandeling A - deel 3 | ||
| Vorige | Overzicht | Volgende |
© Eddy le Couvreur, 1999-2007
laatst bijgewerkt: 30-12-2011