Wandeling E - "Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog" (16km)

deel 1 "Oude Westen en Middelland"

Kaart van de wandeling

Nummers <1> t/m <8> in de tekst corresponderen met nummers op de kaart.

De wandeling begint rechtsboven op de kaart. Klik op de kaart!

kaart wandeling E deel 1 "Oude Westen en Middellandg" Op de kaart zijn aangegeven 
Metro stations
Tramhaltes
Treinstations

<1>

NS Station Rotterdam Centraal

Metro Centraal Station

Tramhalte lijnen 4, 7, 8 en 20, 21, 23, 25

Het oude Centraal Station is in 1957 in gebruik genomen en was van de hand van Sybold van Ravestein. Het gebouw is inmiddels in 2008 gesloopt om plaats te maken voor een nieuw Rotterdam Centraal, ontworpen door de architecten Benthem, Van Schooten en Geuze. Het station zal in 2013 gereed zijn.  De verbouwing van het Centraal Station tot een hoogwaardig knooppunt, waar Hoge Snelheidslijn, Randstadrail, metro, tram, bus en natuurlijk de NS-trein samenkomen is een van de nationale Nieuwe Sleutelprojecten op het gebied van infrastructuur en planologie. Voor 1957 stond op deze plaats het kopstation Rotterdam Delftsche Poort, afgekort DP, als eindpunt van de lijn Amsterdam-Rotterdam. Eind 19e eeuw werd het station uitgebreid met doorgaande sporen naar Dordrecht. Tijdens het bombardement van 14 mei 1940 raakte het station beschadigd, maar kon na herstelwerkzaamheden weer in gebruik genomen worden. De treinen bleven rijden tot de Spoorwegstaking die in september 1944 begon en tot het einde van de oorlog in mei 1945 zou duren. Aan de spoorwegen en haar medewerkers zijn na de oorlog verwijten gemaakt, dat zij lang (volgens sommigen te lang) hebben meegewerkt aan met name transporten van Joden naar vernietigingskampen en troepentransporten. De NS directie had na de oorlog als verweer, dat een staking ook de voedselvoorziening voor de eigen bevolking zou treffen en dat de veiligheid van de ruim 30.000 medewerkers bedreigd zou zijn als niet iedereen mee zou doen. Bovendien riep de regering in ballingschap - om dezelfde redenen - pas in september 1944 tot een staking op. Die oproep werd ook gevolgd. Veel stakers moesten onderduiken. De regering deed haar oproep in de veronderstelling dat de slag bij Arnhem een succes zou worden en de bezetting snel ten einde zou zijn. Dat bleek niet zo te zijn. De spoorwegstaking heeft de voedselschaarste in de winter van 1944-45 versterkt. Troepentransporten werden voortgezet met Duits spoorwegpersoneel.

We lopen naar rechts richting Groothandelsgebouw en vervolgens links om het gebouw het Weena op. 

Aan het Groothandelsgebouw is van rechts de ingang van de verwoeste Diergaarde en verder restanten van huizen en gebouwen als gevolg van het Duitse bombardement van 14 mei 1940, is het centrum van de stad verwoest. Gezien vanaf het Stationsplein, 1948 tot 1952 gebouwd. Het moest het, door het bombardement van 1940 ontstane, tekort aan bedrijfsruimte lenigen. Aan het buitenland had men het idee ontleend om een bedrijfsverzamelgebouw te bouwen hetgeen de huurkosten (vanwege de gemeenschappelijke voorzieningen) zou kunnen drukken. Het gebouw staat op de locatie waar in 1940 nog de oude Diergaarde stond. In 1939 was al begonnen met de aanleg van een nieuwe diergaarde bij de wijk Blijdorp aan de andere kant van het spoor. Tijdens het bombardement was de oude Diergaarde nog in gebruik. Al voor het grote bombardement van 14 mei 1940 liep de Diergaarde op 12 mei een aantal voltreffers op door bommen, die voor het station DP waren bedoeld. Hierbij kwam een aantal dieren om en een aantal ontsnapte. Dat gegeven heeft later tot grote mythevorming geleid met verhalen over zeehonden die in de singels zwommen en apen in de dakgoten. Veel treuriger is het feit dat de het Nederlandse leger opdracht gaf om gevaarlijke roofdieren af te maken, vanwege het gevaar dat ontsnappingen bij nog komende bombardementen zou opleveren. Met tranen in de ogen moesten de oppassers aanzien hoe 7 leeuwen, 9 tijgers, 4 panters, 3 jaguars en 2 beren werden doodgeschoten. Na de capitulatie van Nederland op 15 mei 1940 is de dierentuin vervroegd verhuisd naar de nieuwe locatie in Blijdorp, die op dat moment nog  in aanbouw was. 

Het aflossen van de wacht door Duitse militairen voor het door militairen bezette Sint-Franciscuscollege aan de Beukelsdijk. (1944)We lopen het Weena uit, steken bij de stoplichten de Henegouwerlaan over en wandelen verder over de Beukelsdijk. 

Op nr. 91 zit het City College, voorheen het Franciscus college, een Rooms-Katholieke HBS. Hier was tijdens de bezettingsjaren het Rotterdamse hoofdkwartier van de Ordnungspolizei gevestigd. Deze werd vanwege de groene uniformen ook wel de GrŁne Polizei genoemd . In de Bruijnstraat in het westen van de stad was een slaapverblijf voor de manschappen. De Ordnungspolizei was in 1936 in Duitsland gevormd uit de regionale korpsen, omdat de Nazi's de politie wilden centraliseren. De Orpos deden de ordehandhaving op straat, terwijl de Sicherheitspolizei, de Sipo's, zich op tegenstanders van de politieke orde richtte. In Rotterdam was de Ordnungspolizei door haar beperkte omvang niet in staat zelf de dagelijkse orde op straat te handhaven. Dat werd overgelaten aan de Rotterdamse Gemeentepolitie. De Ordnungspolizei werd met name ingezet bij het uitvoeren van razzia's,  bewaken van jodentransporten en het arresteren van verzetslieden. 

De wandeling gaat verder over de Beukelsdijk. Na enkele honderden meters komen we bij het G.W. Burgerplein. We slaan het plein rechtsaf in en houden links aan. Op de verste linker hoek...

... op nr. 1 was het Front van Nering en Ambacht gevestigd. Dit was een NSB organisatie voor middenstanders en ambachtslieden. De NSB had meer van dit soort onderorganisaties, Gerrit van Burink poseert met de geboeide burgemeester Oud (24/7/42) die tot taak hadden de samenleving harmonisch op Nationaal-Socialistische wijze te organiseren. Vanaf mei 1941 stond de Zuid-Hollandse afdeling onder leiding van Gerrit van Burink. Van Burink had daarvoor een nogal bewogen politiek bestaan achter de rug. Hij was begonnen in Nederlands IndiŽ als Sociaal-Democratisch onderwijzer. Nadat hij in IndiŽ ongewenst persoon was verklaard kwam hij naar Nederland en werd lid van de Communitische Partij Nederland. Hij schopte het tot secretaris van de Rotterdamse afdeling en gemeenteraadslid. Met zijn rumoerige optreden werd hij populair onder de arbeiders. Hij kreeg ruzie en werd lid van de afsplitsing Communistische Partij Holland - Centraal Comitť. Zijn optreden bleef agressief (verbaal en fysiek) en leidde tot veel incidenten in de raad. De CPN beraamde een aanslag op hem, die werd verijdeld. In 1930 werd van Burink lid van de Radicaal-Socialistische Partij, die hij twee raadszetels bezorgde in 1931. In 1932 werd hij uit de partij gezet vanwege fraude en fascistische sympathieŽn en vanwege zijn contacten met het Verbond voor Nationaal Herstel, alsmede zijn activiteiten voor de Nationale Werknemersvereniging, een club van stakingsbrekers. De laatsten werden in 1935 opgenomen in de NSB. Van Burink bleef onafhankelijk in de raad. In 1940 werd het spannend voor hem, want hij wist niet hoe de Duitsers zijn communistische verleden zouden waarderen. Hij bleef onstuimig en werd in juli 1941 door Burgemeester Oud uit de gemeenteraad verwijderd. Als wraak drong hij op 24 juli 1941 met een groep medestanders de Burgemeesterskamer binnen, molesteerde de burgemeester en liet zich met hem fotograferen, waarbij Oud een geÔmproviseerde vrijmetselaarschort werd voorgehouden. Voor Oud was dit de aanleiding om af te treden. De Duitsers waren niet te spreken over Van Burik's acties. Later werd Van Burink actief in het marktwezen waarbij hij in 1942 de Sicherheitsdienst wees op Joodse marktlieden, die zonder jodenster handel dreven. Na dolle dinsdag 5 september 1944 vluchtte van Burink naar Twello, waar hij de  plaatselijke NSB burgemeester assisteerde. Met hem fietste hij na de bevrijding van Twello in april 1945 naar Utrecht. Na de oorlog werd hij uiteindelijk tot 6 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens collaboratie. Na zijn straf werkte hij als nachtwaker in Rotterdam.

We lopen terug. Op het smalle deel van het plein aan de linkerzijde...

...op nr. 16 staat de voormalige woning van J. van Stolk. In deze woning was een tijdlang het hoofdkwartier van de Operatie Centrum van de Raad van Verzet gevestigd. In deze beweging speelde Ed. Hoogeweegen, directeur van de jeneverdistilleerderij Hulstkamp op het Noordereiland een belangrijke rol. Omdat de familie Stolk in het huis de prentenverzameling "Atlas van Stolk" bewaarde was het makkelijk om geheime documenten te verstoppen tussen de historische prenten en kaarten. De Duitsers hadden de verzameling zelfs een beschermde status toegekend. Na de oorlog is de verzameling opgenomen in het Historisch Museum Rotterdam.

We slaan de Beukelsdijk rechtsaf in en slaan vervolgens de eerste straat linksaf in, de Frans van Borselenstraat. Vervolgens rechts de Beatrijsstraat in en lopen tot de kruising met  de Graaf Florisstraat. 

In de Beatrijsstraat werd op 4 mei 1942 een aanslag gepleegd op J. Breugem, dicht bij diens woning. Breugem was chef van Groep 10. Dit was een onderdeel van de politie dat direct onder de door de Duitsers aangesteld hoofdcommisaris Boelstra viel. Groep 10 was na een paar reorganisaties voortgekomen uit de Politieke Inlichtingendienst van de Gemeentepolitie. Groep 10 had als taak om mensen op te sporen en aan te houden, die door de Duitse bezettende instanties (hoofdzakelijk Sicherheitspolizei en SD) gezocht werden. Dit waren o.a. verzetsmensen, personen die hulp boden aan  joden en andere onderduikers, mensen die zich tegen de Duitsers hadden uitgelaten, mannen die de Arbeitsdienst ontliepen, mensen die naar de radio luisterden en tal van andere illegale activiteiten. Onder leiding van Breugem werd de groep een brute bende, die meedogenloos achter tegenstanders aanjoeg en geweldadige verhoren afnam. Daarom werden Breugem en zijn ongeveer 30 man sterke organisatie een belangrijk doelwit voor het verzet. Breugem overleefde de aanslag, maar was bijna 8 maanden uit roulatie.

Links op Graaf Florisstraat nr 45  staat de voormalige huishoudschool, nu een bejaardentehuis voor Chinese ouderen. Hier kregen in de hongerwinter van 1945 kinderen, die sterk aan ondervoeding leden een halve liter bijvoeding per week. Eind 1944 verslechterde de voedselsituatie in Rotterdam dramatisch. Door de spoorwegstaking kon voedsel de stad niet meer bereiken. Vervoer over water was door de Duitsers verboden als represaille voor de 1940; Middellandplein: dťfilť van Duitse troepen georganiseerd ter gelegenheid van de 1e verjaardag van de Duitse inval in Polen. steun van de bevolking aan de geallieerden. Toen dit transportverbod werd opgeheven waren de vaarwegen, vanwege het extreem koude weer bevroren en was het dus te laat om de steden in het westen te bevoorraden. Dit gold zowel voor voedsel als voor brandstof. Rotterdammers vochten om sintels uit de trambaan en schraapten gamellen van de gaarkeukens leeg. De bomen werden uit de straten gerooid en toen dat op was begon men aan de houten deuren in huis. Rotterdammers trokken er met karren op uit naar het platteland om voedsel direct bij boeren op  te halen. Sommigen gingen zover als de Veluwe. Onderweg liep men het risico beroofd te worden. Door de  honger en de schaarste kwam het maatschappelijk leven tot stilstand, vervuilde de stad en haar inwoners en bladderde de beschaving af. Duizenden Rotterdammers stierven aan de gevolgen van ondervoeding.

We steken de Graaf Florisstraat over en  lopen de Witte van Haemstedestraat in. De volgen deze rechts verder tot het Middellandplein. 

Dit plein werd regelmatig gebruikt voor het afnemen van parades en het houden van redevoeringen. Zo sprak NSB-kameraad Van Burink hier op 29 juni 1941 ter gelegenheid van de Duitse inval in de Sovjet-Unie.

Tramhalte lijn 21 en 23

We steken het plein over en lopen de brede Claes de Vrieselaan in. Deze kruist na enkele honderden meters de Schietbaanlaan. We slaan de Schietbaanlaan linksaf in.

Hier stond het Joods Ziekenhuis Megon Hatsedek en het IsraŽlitisch  Oude Lieden Gesticht. Van het ziekenhuis is, naast huis nr 42, de Toegangspoort Joods Ziekenhuis, Schietbaanlaantoegangspoort  als monument gerestaureerd. Rotterdam kende sinds de jaren 20 geen echte joodse buurt meer. Die was er wel geweest rond de Ammanstraat, waar nu het Hilton hotel en De Doelen staan. De meeste joden trokken in de loop der jaren naar andere wijken. Met 13.000 joden had Rotterdam de op ťťn na grootste joodse gemeenschap. Er was ook een georganiseerd joods gemeenschapsleven. De hier genoemde instellingen maakten daar, samen met andere onderwijs en welzijnsinstellingen deel van uit. Vanaf begin 1941 begonnen de Duitse bezetters hun plannen voor de marginalisering en uiteindelijke vernietiging van het Joodse volksdeel ook in Rotterdam uit te voeren. De Joden werden door een reeks van maatregelen uit het openbare leven geÔsoleerd: ze verloren hun baan, werd de toegang tot openbare gelegenheden ontzegd,  mochten zich niet meer op markten en belangrijke straten als de Coolsingel, Goudsesingel, Binnenweg, Heemraadssingel en Matheneserlaan begeven enz. Medio 1942 begonnen de Duitsers met het afvoeren van joden naar de vernietigingskampen. Tussen juli en oktober 1942 werden ruim 5000 joden op transport gezet naar, wat men "werkkampen" noemde. Na oktober 1942Branco van Dantzig vonden er geen grootschalige deportaties meer plaats. Op 26 februari 1943 bereikte de vervolging weer een nieuw dieptepunt. Op die dag werden de patiŽnten van het ziekenhuis en de bewoners van het gesticht door de Ordnungspolizei en Nederlandse SS'ers afgevoerd naar Loods 24 (waarover later meer) op Rotterdam Zuid. Daar werden ze in veewagons gelegd en op transport naar de vernietigingskampen gezet. Het personeel weigerde de patiŽnten in de steek te laten.

Aan het plein, op de hoek met de Bellevoystraat, zien we op het hoekpand op de gevel een portret van een vrouw. Het stelt de zangpedagoge en  logopediste Branco van Dantzig (1870-1942) voor. Zij wordt beschouwd als een van de grondleggers van het Nederlandse spraakonderwijs. Naast haar werk aan scholen voor onderwijzers en leraren van de Toneelschool greep Branco van Dantzig iedere mogelijkheid aan om te pleiten voor beter spreekonderwijs, voor betere hulp aan kinderen en volwassen met spraakgebreken. Zij ijverde voor de verbreding en professionalisering van de logopedie. Zij woonde tot 1935 aan de 's Gravendijkwal (pal achter het plein) en hield daar ook praktijk. Na haar pensionering verhuisde zij naar Amsterdam om onderzoek te gaan doen in in het Laboratorium voor experimentele Fonetiek van de Universiteit van Amsterdam. In die stad werd ze medio september 1942 opgepakt en gedeporteerd naar Westerbork. Vandaar werd ze op transport gesteld naar Auschwitz waar ze vrijwel onmiddellijk na aankomst is vermoord.

We keren om en lopen terug naar de Claes de Vrieselaan en slaan die linksaf in. Vervolgens slaan we verderop rechtsaf de Robert Fruijnstraat in. 

Aan de rechterzijde zien we op nr. 35 een voormalig klooster voor Franciscaner nonnen. Aan de religieuze oorsprong van het gebouw herinnert het Mariabeeld in de timpaan (de driehoek boven in de gevel)  van het gebouw.  Hier waren in de meidagen van 1940 Nederlandse militairen gelegerd. Op 11 mei 1940 voerde de Luftwaffe, de Duitse luchtmacht, een bombardement uit op deze legering. Daarbij vielen de eerste burgerslachtoffers in Rotterdam ten gevolge van een bombardement. 

We lopen de Robert Fruinstraat uit tot de Heemraadsingel. We slaan rechtsaf. We lopen tot aan de 2e Middellandstraat. We slaan linksaf en meteen rechtsaf. 

Op Heemraadsingel 165 speelde zich op 9 maart 1943 een nogal triest geval verraad af. Het huis was gevorderd op de Joodsde familie Oostra, die was gevlucht en stond permanent ter beschikking van de Sicherheitsdienst. Op die dag leidde  de beruchte collaborateur, dubbelspion en provocateur Anton van der Waals leden van een Delftse studentenverzetsgroep in een door hem opgezette val. Van der Waals was geÔnfiltreerd in het verzet en verleide de studentengroep onder leiding van de 23-jarige Willem Pahud de Mortange om naar dit adres te komen voor de levering van wapens. De groep had al eerder aanslagen gepleegd op spoorweginstallaties.  In de woning hadden zich echter tiental leden van een Festnahmekommando van de Sicherheitsdienst (SD) verscholen die de nietsvermoedende studenten gevangennamen. De studenten zijn uiteindelijk geŽxecuteerd. Van der Waals was een zogeheten V-mann of Vertrauensmann (er waren ook V-Frauen), die in opdracht van de Sicherheitsdienst infiltreerde in verzetsgroepen, om die dan op een gegeven moment aan de SD te verraden. Weinigen waren zo succesvol in het winnen van het vertrouwen van verzetsmensen en helpers van onderduikers als deze Van der Waals. De in 1912 in Rotterdam geboren Van der Waals lukt het na het voltooien van de MTS niet om aan een vaste baan te komen. In 1934 sluit hij zich aan bij de NSB. In 1940 krijgt hij werk bij een elektrotechnisch bedrijf, waar hij een aantal uitvindingen zegt te hebben gedaan. Of de vondsten van hemzelf zijn is niet zeker. In april 1941 komt hij in contact met Kriminaldirektor Schreierder van de SD. Deze zet hem vier jaar lang in als goedbetaalde V-mann. Doordat hij over het vermogen beschikte het vertrouwen van zelfs de meest argwanende illegale werkers te winnen, wist Van der Waals velen te doen geloven contacten met de Britten te onderhouden. Zelfs beweerde hij als geheim agent door Londen naar Nederland te zijn gestuurd. Ook zou hij verzetsmensen daarheen kunnen smokkelen. Aangezien op dat moment vrijwel iedere verbinding met Groot-BrittanniŽ ontbrak, slaagde hij er op deze wijze in vele illegale organisaties binnen te dringen. Hij bleek bijzonder waardevol voor zijn Duitse opdrachtgevers en ontving zelfs een Duitse onderscheiding: het Adelaarskruis derde klasse. Tientallen verzetsmensen en door de Britten in Nederland gedropte agenten werden door toedoen van Van der Waals aan de Duitsers verraden en vervolgens geŽxecuteerd. Het verzet begon hem uiteindelijk toch te verdenken. Daarom werd een aanslag op zijn leven geŽnsceneerd en werd hij doodverklaard. Voor het opsporen van de niet-bestaande daders werd een beloning uitgeloofd. Vanaf eind 1943 maakte de SD geen gebruik meer van Van der Waals. Hij vestigde zich in Loosdrecht onder valse naam en nam een huisknecht aan. Na 10 maanden schoot hij deze huisknecht dood en nam diens identiteit aan. Kort na de bevrijding meldde hij zich bij de Canadese troepen, die hem aan de Britse contra-spionalge uitleverden. Die zetten hem vervolgens in Duitsland in tegen ondergronds gegane nazi-groepen, waarvoor de geallieerden een irreŽle angst hadden. Later werd hij ook tegen de Russen ingezet. Onder druk van Rotterdamse slachtoffers van de agent drong Nederland op uitlevering van Van der Waals, hetgeen in 1947 gebeurde. Tijdens zijn proces ontkende hij alle beschuldigingen en verwees hij naar een mystieuze Emile Verhagen van de Britse geheime dienst die hem opdrachten zou hebben gegeven. mei 1948 werd hij niettemin ter dood veroordeeld voor het verraad van tenminste 83 mensen, waarvan 38 uiteindelijk zijn omgekomen. Eťn nacht voor zijn executie bekende hij alle ten laste gelegde feiten. Op 26 januari 1950 werd hij geŽxecuteerd.

We lopen terug, steken de 2e Middellandstraat weer over en volgen de Heemraadsingel aan de rechterzijde

Op nr. 217 was vanaf november 1944 de Aussenstelle van de Sicherheitsdienst gevestigd. De Sicherheitsdienst was in Nazi-Duitsland de inlichtingendienst die informatie verzamelde over tegenstanders van het regime. De Sicherheitspolizei (Sipo), die hier ook gevestigd was, voerde de arrestaties uit. Ook in de bezette gebieden als Nederland, had de onder Richard Heydrich ressorterende dienst een organisatie. In Gezicht op de Heemraadssingel en hoek van de Mathenesserlaan met het verwoeste gebouw van de Sicherheitsdienst als gevolg van het bombardement en beschieting door de R.A.F. op 29 november 1944. Nederland stond de organisatie onder leiding van de HŲhere SS und PolizeifŁhrer H.A. Rauter. Het hoofdkwartier, Die Zentrale was in DenBestand:SDInsigna.jpg Haag.  In Rotterdam was een Aussenstelle gevestigd, die van oktober 1942 tot april 1945 door de fanatieke H.J. WŲlk werd geleid. De SD en Sipo hielden zich bezig met het bestrijden van de brede groep tegenstanders zoals verzetsgroepen, spionnen, communisten, religieuze groepen, joden, homo's, zigeuners, vrijmetselaars en koningsgezinden. De SD bracht het verzet grote schade toe door bijvoorbeeld, op basis van  via zogenoemde V-mšnner (undercover agenten, door het verzet "loenenaars" genoemd) verzamelde inlichtingen, verzetsmensen te arresteren, te martelen en uit te horen en vervolgens te executeren. In oktober 1944 drong het verzet, na een reeks van arrestaties, er bij de geallieerden op aan om de Aussenstellen in Amsterdam en Rotterdam te vernietigen. De Royal Airforce was huiverig, omdat de SD vestigingen in woonwijken lagen en gebleken was dat bombarderen in die tijd zeker geen precisiewerk was. De Nederlandse regering in ballingschap drong echter aan en op 26 november werd het Amsterdamse kantoor gebombardeerd. Daarbij vielen 54 dodelijke slachtoffers in de omgeving en slechts 4 SD'ers. Het gebouw werd slechts half verwoest. Na lang wikken en wegen gaf de regering toch toestemming voor een aanval op het Rotterdamse kantoor, dat zich toen aan de overzijde van de singel op nr 226, op de hoek met de Mathenesserlaan bevond (zie foto). Ook dit bombardement was geen groot succes. Op 29 november  werd de aanval uitgevoerd. Het gebouw werd niet geraakt, maar door de luchtdruk wel beschadigd. 11 gevangenen konden ontsnappen. In de omgeving vielen 23 doden. Het archief bleef intact en de SD verhuisde naar dit adres op nr 217. In 1987, ruim veertig jaar later,  moest ťťn van de bommen, die als blindganger in de Bellevoystraat was beland, wegens nieuwbouw onschadelijk worden gemaakt. Deze werd bekend als de "Bellebom". Na de bevrijding deed het gebouw nog dienst als hoofdkwartier voor de Canadese troepen in Rotterdam. Het gebouw op nr 226 is later gesloopt en vervangen.

Op 21 december 1944 beraamde het verzet, de Landelijke Knokploegen, een poging om 5 arrestanten te bevrijden uit het nieuwe onderkomen van de SD, hier op nr 217, en het gebouw in brand te steken. De actie werd uitgevoerd toen het personeel het Joelfeest, een Germaans soort  middenwinterfeest, vierde. De actie was een complete mislukking. Als represaille werden 9 gevangen doodgeschoten. Meer Todeskandaten had men op dat moment niet in arrest. 

We lopen iets verder

Op nr 233 was het kantoor van  de firma Ostbau Knijff gevestigd. Dit bedrijf voerde veel werk uit voor de Duitse Wehrmacht, zoals hetvm Kantoor Ostbau Knijff graven van militaire stellingen, schuttersputjes en - belangrijk in Rotterdam - vanaf september 1944 werd ingeschakeld bij de ondermijning van de Rotterdamse haveninstallaties, als voorbereiding voor vernieling van de havens voor de dreigende opmars van de geallieerden. Algemeen werd er vanuit gegaan dat de geallieerden grote waarde toekenden aan het innemen van de haven van Rotterdam als punt van bevoorrading voor de eigen troepen. Het verzet wilde de voorbereidingen voor de vernieling van de haven dwarsbomen. Op 30 september 1944 ging de knokploeg van Jos de Groot over tot drastische actie. Zij overvielen het kantoor van Knijff. Knijff was er zelf niet, maar de bedrijfsleider en de personeelschef werden ingespoten met cyaankali en vervolgens doodgeschoten. Een Duitse bezoeker, die zich BaufŁhrer noemde onderging het zelfde lot. Aanwezige personeelsleden en dagloners werden afgeranseld en moesten de lijken aanschouwen. Vervolgens ging men er met de personeelsadministratie vandoor. In de dagen erna kregen personeelsleden een brief thuisbezorgd, waarin met ernstige maatregelen werd gedreigd als men het werk voor de Wehrmacht voortzette. Directeur/eigenaar Knijff werd later geliquideerd. Het korte termijn effect op de putjesgravers was aanzienlijk, maar op langere termijn won de behoefte aan geld en eten het steeds vaker van de angst. Binnen het verzet werd actie vanwege zijn driestheid door de leiding afgekeurd.

Een paar deuren verderop...

...op nr 237 was vanaf 28 juni 1941 het districtskantoor van de NSB gevestigd. Op die dag werd het  door de nationale leider Anton Mussert zelf Opening districtskantoor NSB, Heemraadsingel 237 feestelijk geopend met een defilť van de WA, de weerafdeling van de NSB, een soort ordedienst. Voor de Duitse inval had de NSB in Rotterdam ruim 2500 leden, wat relatief meer was dan het landelijke beeld. Na de bezetting steeg het ledental naar ruim 4700, waar landelijk de aanhang verdrievoudigde. De relatief geringe toename van het ledental heeft waarschijnlijk te maken met het sterk anti-Duitse gevoel in de stad ten gevolge van de verwoesting van de Rotterdamse binnenstad op 14 mei 1940 tijdens het grote bombardement. Vanaf medio 1940 was de NSB duidelijk zichtbaar op straat met verkopers van de partijkrant Volk en Vaderland, beschermd door de zwartgeŁniformeerde WA'ers. Hoewel de NSB niet zonder meer door de Duitsers het bestuur kreeg overgedragen, werden wel steeds meer NSB'ers op sleutelposities benoemd. Zeker na de benoeming van een NSB'er tot burgemeester in 1941.

Op 8 mei 1945, 3 dagen na de ondertekening van de Duitse capitulatie, trokkenCanadees kampement op de Heemraadsingel, mei 1945 Canadese troepen Rotterdam binnen. In de tijd, die verstreek tussen de capitulatie en de intocht der Canadezen, hadden verzetsmensen van de Binnenlandse Strijdkrachten, die onder bevel stonden van Prins Bernhard, de orde - met vallen en opstaan - hersteld en gehandhaafd. De Canadezen sloegen hun bivak op diverse plaatsen in de stad op, waaronder de Heemraadsingel. Zij trokken daar veel belangstelling. 21 juni, na ruim zes weken vertrokken de bevrijders weer.

We lopen door tot de Mathenesserlaan en slaan linksaf de Heemraadsbrug over. Aan de overzijde van de singel slaan we rechtsaf. We lopen tot de Nieuwe Binnenweg en slaan links af. 

Tramhalte lijn 4

Aan de rechtCapitol Theatererzijde op nr 326, waar nu het Evangelisch centrum Europoort zit was de bioscoop Capitol Theater gevestigd. Op 1 oktober 1943 werd hier de eerste grote razzia gehouden. Door de tegenslagen aan het oostfront moest Duitsland steeds meer mannen in actieve krijgsdienst oproepen en naar het front sturen. Hierdoor kwam de productie in de industrie en de landbouw in Duitsland in gevaar. Om deze leemte in de arbeidsmarkt te vullen werden in bezette gebieden arbeidskrachten geworven. Aanvankelijk op vrijwillige basis, maar dat leverde weinig op. Toen de nood hoger werd volgde er gedwongen tewerkstelling. Eerst door zogenaamde uitkamacties van bedrijven, waarbij niet-absoluut noodzakelijke werknemers moesten worden aangewezen voor uitzending. Ook deze acties, die liepen van april 1942 tot april 1943, werden gesaboteerd door de bedrijven en hadden weinig succes. Vanaf mei 1943 gingen de Duitsers over tot het oproepen van jaarklassen van mannen tussen 19 en 40 jaar. Dit werd de Arbeitsinsatz genoemd. Op de bewuste oktoberavond werd het theater afgegrendeld en drong de Ordnungspolizei, ondersteund door de Nederlandse politie het theater binnen en werd gericht gezocht naar mannen die de Arbeitseinsatz hadden ontdoken of die ongeoorloofd te vroeg naar huis waren gegaan. Nederlandse militairen waren in 1942 opgeroepen om opnieuw in krijgsgevangenschap te gaan. Ook op hen werd  gejaagd net als op joden en de zogenaamde "Plutocratenzoontjes". Dit waren zonen van welgestelde Rotterdammers die met Arbeitseinsatz moesten boeten voor de aanslag door het verzet op de oud-stafchef van het Nederlandse leger Seyfardt, die door Mussert tot gemachtigde voor het Vrijwillgerslegioen was benoemd, dat met de Duitsers aan het Oostfront streed. 

 

Tramhalte lijn 4

We lopen door tot de Claes de Vrieselaan en slaan linksaf. Vervolgens slaan we de tweede straat rechtsaf, de Mathenesserlaan in. Wij volgen die tot voorbij de stoplichten op het kruispunt met de 's Gravendijkwal. 

Even verderop aan de rechterhand op nr. 208 staat het gebouw van het Riagg Rijnmond. Hier stond in 1943 nog het Joodse weeshuis Ezrath Jethoniem.  Op 26 februari 1943, tegelijkertijd met de ontruimingsactie Joods Weeshuis, Mathenesserlaan (1902) op het Joodse ziekenhuis, werd ook het weeshuis ontruimd en werden de wezen op transport gesteld naar de vernietigingskampen in Polen. Een plaquette aan de gevel herinnert hieraan.

We vervolgen onze wandeling over de Mathenesserlaan. Wij kruisen de Nieuwe Binnenweg en later bij de stoplichten ook de Rochussenstraat.

Rechts om de hoek op Rochussenstraat 77 woonde bioscoopeigenaar Abraham Tuschinski, toen hij op 1 juli 1942 werd opgepakt en via Westerbork naar Auschwitz werd gedeporteerd. Hij wordt bij aankomst in het concentratiekamp in zijn geboorteland Polen op 17 september meteen vergast. Tuschinski kwam in 1904 als arme kleermaker naar Rotterdam, waarschijnlijk met de intentie om naar Amerika te emigreren. Hij bleef hier "hangen" en begon een kleermakersatelier en later een pension voor Poolse landverhuizers. In 1911 startte hij met flimvertoningen aan de Coolvest. In 1912 opende hij zijn eerste echte bioscoop aan de Hoogstraat: Thalia. Er zouden nog 3 theaters in Rotterdam volgen. In 1921 opende hij er een in Amsterdam en in later ook in Den Haag. Bij het bombardement verloor hij zijn vier Rotterdamse theaters aan de brand. Zijn Amsterdamse en Haagse theaters werden onteigend. Zijn woning boven een van de Rotterdamse bioscopen was hij ook kwijt waardoor hij met zijn vrouw en kind bij zijn minnares introk op dit adres. Vluchtpogingen mislukten, omdat hij werd opgelicht. Verraad leidde waarschijnlijk tot zijn arrestatie.

Voorbij de stoplichten gaan net voorbij het Nederlands Architectuurinstituut linksaf het Museumpark in.

We lopen nu in het voormalige Land van Hoboken. Dit gebied was tot 1924 privť eigendom van de redersfamilie Van Hoboken. Het was een stuk platteland midden in de stad. Pas in 1924 werd het door de familie aan de gemeente verkocht. Tijdens het Duitse bombardement van 14 mei 1940  namen inwoners van de binnenstad hier hun toevlucht om aan de vlammen te ontkomen. 

Iets verderop zien we links de Jongkindstraat met de typische modernistische villa's. Deze stonden er tijdens het bombardement ook al. De bewoners keken toen nog uit op een polderlandschap van het Land van Hoboken. Toen zich een menigte vluchtelingen verzamelde op de weilanden besloot mevrouw Sonnenveld, die in de gelijknamige villa woonde (meest verafgelegen woning van hieraf gezien) om de mensen van eten en drinken te voorzien. Wel met het oude servies.

Rechts zien we het museum Boijmans van Beuningen. Het museum, dat sinds 1935 in dit voor dit doel gebouwde gebouw was gevestigd,  kwam de oorlog ongeschonden door. In die tijd was Dirk Hannema directeur van het museum. Hij was in 1921 op 26 jarige leeftijd benoemd afbeelding van Hannema, Dirk tot directeur van het museum, dat onder zijn leiding zou uitgroeien tot een kunstverzameling van nationaal  en zelfs internationaal belang. Particulieren en bedrijfsleven wist hij te overtuigen van het belang van het museum voor de cultuur van Rotterdam. Met name de 'havenbaronnen' W. van der Vorm en D.G. van Beuningen stimuleert hij schenkingen en bruiklenen te doen in ruil voor adviezen bij de opbouw van hun privť-verzamelingen. Tijdens de oorlog staat Hannema sympathiek tegenover de nieuwe Duitse orde en gaat op in de door de Duitsers georganiseerde cultuurinstellingen. Hij wordt bestuurslid van de Nederlandsche Cultuurkring, die op instigatie van Reichsbeauftragter Seys-Inquart, de hoogste Duitse bestuurder in Nederland, was opgericht. Ook liet hij zich in 1943 door NSB-leider Mussert benoemen tot Gemachtigde voor het museumwezen in Nederland. Hij zei later op deze wijze het cultuurgoed voor Nederland te willen behouden. Hij werd echter na de bevrijding in 1945 vanwege deze bestuursfuncties gearresteerd en gevangengezet in Hoek van Holland. Later wordt hij vrijgesteld van vervolging, maar zijn baan als directeur van het museum is hij kwijt. 

Hannema speelde ook een (bescheiden) rol in de kwestie rond de Koenigscollectie. Franz Koenigs was een Duitse zakenman, die zich in Nederland had gevestigd. Hij was ook kunstverzamelaar en had een grote collectie opgebouwd. Na de financiŽle crisis van 1929 en de daaropvolgende economische depressie raakte hij in financiŽle problemen en ging in 1935 een lening aan bij de Joodse bank Lisser-Rosencrantz. De verzameling werd als onderpand geleverd, onder voorwaarde dat ze werd uitgeleend aan museum Boijmans. Hannema vroeg in april 1940 Daniel George van Beuningen en Willem van de Vorm om de verzameling ten behoeve van het museum aan te kopen. De bank werd geliquideerd nadat de eigenaar voor de dreigende Duitse inval was gevlucht naar de VS. Van Beuningen speelde op de tijdsnood waarin de joodse bank verkeerde. Uiteindelijk kocht hij zelf de hele collectie voor 1 miljoen gulden. De tekeningen in de collectie verkocht hij door aan Hans Posse, die in opdracht van Hitler kunstHannema en zijn hoofdconservator bewonderen de pas verworven  Emmausgangers verzamelde ten behoeve van een FŁhrermuseum in Linz, de Oostenrijkse stad nabij Hitlers geboorteplaats Braunau. De rest van de collectie belandde in museum Boijmans. Aan het einde van de oorlog raakte de collectie tekeningen in Russische handen. Op basis van de Joint Declaration van de geallieerden in 1943 zouden alle verkopen aan de Duitsers ongeldig zijn verklaard en zouden de tekeningen aan de Nederlandse staat toevallen. De Russen ontkenden aanvankelijk de collectie te hebben. In 1987 gaf de DDR al 33 tekeningen aan Nederland. In 2004 kreeg premier Balkenende nog eens 139 tekening uit de Oekraine los. In het Poesjkin museum in Moskou zijn nog 307 tekeningen uit de collectie aanwezig. 

Een andere kwestie die de reputatie van Hannema als kunstkenner schade deed oplopen en ook met de bezetting te maken had was de zaak rond het schilderij de  "Emmausgangers". Het schilderij was Hannema via via aangeboden door de kunstschilder Han Van Meegeren. Hannema, hierin gesteund door andere kunstkenners herkende in het schilderij een tot dan toe onbekend werk van Vermeer. Van Meegeren verkocht in de oorlog ook nog een "Vermeer" aan Reichsmarschall Goering. Hiervoor werd hij in 1945 gearresteerd. Om zijn hachje te redden bekende hij het aan Goering verkochte schilderij zelf gemaakt te hebben net als een paar andere, waaronder de Emmausgangers. Om zijn verhaal te bewijzen maakte hij in gevangenschap nog een "Vermeer". Uiteindelijk werd Van Meegeren tot 1 jaar gevangenis veroordeeld. Hij overleed kort na zijn veroordeling. Hannema is altijd in het echtheid van de Emmausgangers blijven geloven. Volgens hem was Van Meegeren niet in staat een dergelijk schilderij te maken. Later ging  hij nog een stapje verder en "ontdekte" nog zes onbekende "Vermeers". Hij werd echter door niemand meer geloofd. 

De wandeling kan hier afgebroken worden. Loop dan door tot de Westersingel en sla linksaf naar het Eendrachtsplein.

De wandeling kan ook voortgezet worden. Klik hieronder dan op "volgende"

Metro Eendrachtsplein

Tramhalte lijn 4, 7 en 20

 


 

Wandeling E
  Overzicht Volgende

© Eddy le Couvreur, 2009

laatst bijgewerkt: 10-03-2015