Wandeling E - "Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog" (16km)

deel 5 "Blijdorp, Oude Noorden, Crooswijk, Kralingen"

Kaart van de wandeling

Nummers <1> t/m <8> in de tekst corresponderen met nummers op de kaart.

De wandeling begint rechtsboven op de kaart. Klik op de kaart!

kaart wandeling B deel 1 "Hillegersberg" Op de kaart zijn aangegeven 
Metro stations
Tramhaltes
Treinstations

<1>

NS Station Rotterdam Centraal

Metro Centraal Station

Tramhalte lijnen 4, 7, 8 en 20, 21, 23, 25

Het oude Centraal Station werd in 1957 in gebruik genomen en was van de hand van Sybold van Ravestein. Het gebouw is inmiddels in 2008 gesloopt om plaats te maken voor een nieuw Rotterdam Centraal, ontworpen door de architecten Benthem, Van Schooten en Geuze. Het station zal in 2013 gereed zijn. Voor 1957 stond op deze plaats het kopstation Rotterdam Delftsche Poort, afgekort DP, als eindpunt van de lijn Amsterdam-Rotterdam. Eind 19e eeuw werd het station uitgebreid met doorgaande sporen naar Dordrecht. Tijdens het bombardement van 14 mei 1940 raakte het station beschadigd, maar kon na herstelwerkzaamheden weer in gebruik genomen worden. De treinen bleven rijden tot de Spoorwegstaking die in september 1944 begon en tot het einde van de oorlog in mei 1945 zou duren. Aan de spoorwegen en haar medewerkers zijn na de oorlog verwijten gemaakt, dat zij lang (volgens sommigen te lang) hebben meegewerkt aan met name transporten van Joden naar vernietigingskampen en troepentransporten. De NS directie had na de oorlog als verweer, dat een staking ook de voedselvoorziening voor de eigen bevolking zou treffen en dat de veiligheid van de ruim 30.000 medewerkers bedreigd zou zijn als niet iedereen mee zou doen. Bovendien riep de regering in ballingschap - om dezelfde redenen - pas in september 1944 tot een staking op. Die oproep werd ook gevolgd. Veel stakers moesten onderduiken. De regering deed haar oproep in de veronderstelling dat de slag bij Arnhem een succes zou worden en de bezetting snel ten einde zou zijn. Dat bleek niet zo te zijn. De spoorwegstaking heeft de voedselschaarste in de winter van 1944-45 versterkt. Troepentransporten werden voortgezet met Duits spoorwegpersoneel.

We verlaten het station aan de Noordzijde (Blijdorpzijde) en komen op het Proveniersplein

Links zien we de Stationssingel, die in 1860 werd aangelegd als onderdeel van het Singelplan en de verinding vormde tussen de Diergaardesingel en de Spoorsingel, die recht voor ons ligt. Na de oorlog is de Stationssingel gedempt om ruimte te maken voor de bouw van het Centraal Station, dat het oude Station Delftsche Poort verving. Rechts zien we de Provenierssingel. Deze singel werd rond 1895 aangelegd. Aan deze singel stond ter hoogte van het bruggetje (kerkbrug)  tot 1975 de Onze Lieve Vrouw Koningin van de Rozenkranskerk uit 1899. De kerk overleefde het bombardement en bood daarna ook onderdak aan geloofgemeenschappen, die hun gebedshuis hadden verloren zien gaan. Vanuit de kerk organiseerde pater Apeldoorn onder codenaam Victor een verzetsnetwerk. In 1942 werden de kerkklokken door de Duitsers gevorderd voor de wapenindustrie. In 1975 is de kerk gesloopt wegen sterk teruglopende bezoekersaantallen. In de plaats is een verzorgingshuis gebouwd.

We steken het Proveniersplein over en lopen de Spoorsingel op.

De spoorsingel is in 1865 gegraven als sluitstuk van het waterplan van Rose (zie ook Noordsingel). De beplanting van de singels werd aan vader en zoon Zocher toevertrouwd. Het werd aan het begin van de 20e eeuw bebouwd, vooral met huizen in Art Nouveau of eclectische stijl. Tussen de Hoevestraat en de Klein Coolstraat staat op nrs 31-49 een laag blok van begin 20e eeuw in Art Nouveau stijl. Ook de nrs 51-55 uit 1902 van de architect Idburg zijn in die bouwstijl.

Aan het einde van de singel slaan we linksaf de Walenburgerweg in.

Aan de linker zijde op nummer 78 was van 1937 tot 1943 de synagoge Beth Tephila haMerkez gevestigd dat Gebedsplaats voor het Centrum betekent. Het was een kleine buurtsynagoge met 78 plaatsen, waarvan 27 voor vrouwen.  Door de stormachtige groei van de Joodse gemeenschap onstonden her en der in de stad zogenaamde Chewresjoels, verenigingssynagogen. De bestaande Joodse gemeenten konden het aantal gelovigen niet meer aan. Steeds meer gelovigen kwamen op te grote afstand van de synagoge te wonen en konden de synagogen in het centrum niet meer te voet bereiken zonder de sabbathsregels te overtreden.  Bovendien speelden er ook religieuze en persoonlijke geschillen een rol. Na het bombardement bood deze synagoge onderdak aan de gelovigen van de gemeentesynagoge aan de Botersloot, die door brand was verwoest.  In de bezetingstijd is de synagoge hier aan de Walenburgerweg uiteindelijk gesloten.

We lopen de Walenburgerweg helemaal uit tot de stoplichten van het Bentinckplein (de kruising met de Statenweg). Hier steken we de Statenweg over en lopen de Bentincklaan op.

Aan de rechterzijde net voorbij de winkels van het Bentinckplein zien we het A.B.N. Davidsplein met de Synagoge van de Conservatieve Joosdse Gemeente van Rotterdam. Tijdens het bombardement van mei 1940 werden Hoogduitsche Synagoge aan de Boompjes uit 1725 en de synagoge aan de Botersloot uit 1891 verwoest. Gelovigen vonden onderdak in de Jew Lom synagoge aan de Joost van Geelstraat in de wijk Middelland en in de in 1937 gestichte  aan de Walenburgerweg. De laatste gebedsplaats werd in de oorlog opgeheven en de Jew Lom was te klein om de Rotterdamse Joden na de oorlog onderdak te bieden. Daarom werd in 1954 deze nieuwe synagoge ingewijd. Het plein is vernoemd naar Aaron Davids, de Rotterdamse opperrabbijn van 1930 tot 1943. Hij kwam om in het concentratiekamp Bergen-Belsen.

Het terrein aan de linkerzijde van de Bentincklaan, waar nu een athtletiekbaan is gelegen, was in 1928 het terrein waar de Nederlansche Nijverheidstentoonstelling werd gehouden. Deze tentoonsteling was bedoeld om de mensen een panoramischNenijtoterrein in 1938 overzicht te bieden van het vernuft van de Nederlandse Industrie. De tentoonstelling was een groot succes en werd door anderhalf miljoen mensen bezocht. De tentoonstelling lifte mee op de internationale belangstelling voor Nederland vanwege de Olympische Spelen in Amsterdam in dat jaar. Na afloop van de tentoonstelling vervulden de hallen diverse functies. Drie hallen werden afgebroken en één werd verplaatst naar het Dijkzigt terrein. In 1934 werd hier door jonge werkozen een athletiekbaan aangelegd.

Op 17 september 1944 begonnen de geallieerden met operatie 'Market Garden'. In heel Nederland gingen op dat moment de werkers van de Nederlandse Spoorwegen in staking. Uit vrees dat spoedig anderen ook gehoor zouden geven aan deze verzetsdaad, werd besloten om 600.000 'arbeitsfähige' mannen (van 17 tot en met 40 jaar) uit West-Nederland weg te voeren en in  te zetten in de Duitse oorlAftocht van de Rotterdamse mannen tijdens de razzia van 1944ogsindustrie, die mankracht tekort kwam. Door middel van razzia's zouden de mannen bijeengebracht worden. In de avond van 9 november 1944 werd Rotterdam door zwaarbewapende Duitse troepen (8.000 man) omsingeld. Alle belangrijke pleinen en bruggen werden bezet en het telefoonverkeer werd afgesloten. Eerst werd op 9 november de razzia in de buitenwijken uitgevoerd, een dag later in het centrum. Het was een goed georganiseerde operatie, waardoor ontsnapping nagenoeg onmogelijk was. Een belangrijke verzamelplaats voor de mannen uit het centrum was het Nenijto-sportcomplex. Hier moesten de mannen dagen wachten in de kou en de  stromende regen tot ze werden afgevoerd. Onder hen was ook enige tijd de NSB-wethouder Dijkhuis, die op het moment van de Razzia bij vrienden aan de Bentincklaan logeerde. Hij kon geen vrijstellingsbrief tonen toen de soldaten aanklopten en zijn bewering dat hij Stadtrat was en Nationaalsocialist bovendien miste zijn uitwerking volledig. Bij een bezoek van Beauftragter Völkers aan het terrein werd hij bij toeval herkend en kon hij zich naar het stadhuis begeven. In de loop van 10, 11 en 12 november 1944 werden naar schatting 50.000 Rotterdamse en Schiedamse mannen weggevoerd. Ongeveer 20.000 gingen te voet, 20.000 in Rijnaken en 10.000 per trein. Van hen werden 10.000 tewerkgesteld in het oosten van Nederland, de rest ging naar 'Arbeitslager' in Duitsland. De "vangst" viel ook de Duitsers erg mee. Zij spraken van große Meldungsfreudigkeit bij de Rotterdammers. Later heeft m.n. de regering in ballingschap zich hier negatief over uitgelaten via radio-uitzendingen. Dit als waarschuwing met het oog op herhaling in andere steden. Aangezien Rotterdam de eerste stad was waar een grote razzia plaatsvond was het verrassingselement en de overrompeling groter dan elders. Ook was de uitvoering van de razzia uiterst effectief geweest. Bij grote razzia's in Den Haag (21 november) en Haarlem (6 en 7 december) waren minder succesvol. Razzia's in Amsterdam en Utrecht werden niet uitgevoerd.  

We slaan rechtsaf de Bickerstraat in en aan het einde daarvan rechtsaf de Hogerbeetstraat. Deze komt uit op de Paetstraat, die we linksaf inslaan.  We lopen vervolgens recht op de Statensingel af. Daar aangekomen slaan we rechtsaf en daar weer rechtsaf de Statenweg op.

Aan onze rechterhand op nummer 147 had Kolonel Scharroo, de militair commandant van Rotterdam in de meidagen van 1940 op de 1e etage zijn hoofdkwartier. Rotterdam was in mei 1940 een verdedigde stad. Het strategische belang van de stad waren met name de bruggen over de Nieuwe Maas en het vliegveld Waalhaven. Bovendien waren er de olievoorraden bij Pernis. Er waren troepen gelegerd, maar de beperkte omvang, training en bewapening lieten zien dat het Nederlandse leger geen belangrijke aanval op de stad verwachte. Er was geen strategische eenheid en staf. De hoogste aanwezige militair was een kolonel van de genietroepen, die tegelijkertijd kantonnementscommandant van Rotterdam was, de genoemde kolonel Scharroo. Het was hier dat Scharroo in de ochtend van 14 mei 1940 van een Duitse gezand een ulitmatum ontving van de Duitse lt-generaal Schmidt voor de overgave van de stad. Scharroo weigerde - na telefonisch overleg met opperbevelhebber Winkelman in Den Haag - op formele gronden het ultimatum in overweging te nemen: de Nederlandse versie was niet ondertekend en er stond geen naam en rang bij. Dat de Duitsers dreigden met een bombardement op de stad (en in vervolg daarop ook van Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Haarlem), was voor Scharroo geen reden om veel haast te maken met een capitulatie. Voordat Scharroo een reactie van Schmidt - een nieuw ultimatum dat op 16.20 af zou lopen - kon ontvangen, was de Luftwaffe al om 13.27 met het grote bombardement begonnen. Om 15.00 uur had Scharroo geen andere keuze meer dan een bevel tot staakt-het-vuren te doen uitgaan. De capitulatie volgde om 16.20 in de Maassilo aan de Maashaven. Aan het begin van de avond kwamen Generaal Student en overste Von Choltitz namens de Duitsers hier op de Statenweg overleggen over de afwikkeling. Op dat moment ontstond er een schotenwisseling voor de deur. Student ging bij het raam kijken en werd in het hoofd getroffen door een verdwaalde kogel. Hij werd afgevoerd naar het Bergwegziekenhuid. Hij zou het na een operatie van dr Van Staveren overleven en na een 9 maanden durende revalitdatie nam hij deel aan de invasie van Kreta in 1941. In de chaos, die ontstond na het schietincident dreven de aanwezige Duitse troepen de Nederlandse militairen en de buurtbewoners bij elkaar op het pleintje dat achter ons ligt. Door kortdaat optreden van Von Choltitz kon een bloedbad ter nauwernood worden voorkomen.

We lopen enkele meters (terug) naar het pleintje.

In het midden van het plein, tussen de bomen staat een monument. Het monument is hier in 1988 geplaatst en refereert aan het ultimatum aan de Nederlandse troepen en het daaropvolgend bombardement. Het is ontworpen door L.H. Timmerman.

We lopen verder de Statenweg op richting de stoplichten op de kruising met de Stadhoudersweg. We steken bij de  stoplichten de Stadhoudersweg over en vervolgen de Statenweg aan de overzijde.

Metro/RandstadRail Blijdorp

We lopen verder tot aan de 4e zijstraat links, de Bijlwerffstraat, die we linksaf inslaan.

In deze straat woonde op nummer 37b Sal Domits, de leider van het commando NVM, de Nederlandse Volksmilitie. Die vooral actief was in Rotterdam. Dormits was een joodse communist, die had meegevochten in de Spaanse burgeroorlog. In 1941 voegde hij een joodse en een communistische verzetsgroep samen en ging zich toeleggen op sabotage en propaganda. De organisatie begon het voorjaar 1942 serieus te groeien en pleegde wat kleinere sabotageacties. In juli 1942 vatte Dormits het plan op om een bomaanslag op het spoorwegviaduct ter hoogte van het Haagse Veer uit te voeren met het doel een trein met Duitse militaire verlofgangers te treffen. De aanslag werd op 7 augustus uitgevoerd, maar mislukte door toeval en een ongelukkige interventie van de baanwerker van NS jammerlijk. De baanwerker werd zwaargewond, de trein had vertraging en kon worden tegengehouden en de bom explodeerde maar gedeeltelijk. De Duitse Wehrmachtsbefehlhaber Christiansen was desalniettemin furieus en eiste dat minstens 20 gijzelaars zouden moeten worden gefusilleerd. Sinds mei 1942 hielden de Duitsers in St Michielsgestel 460 vooraanstaande Nederlanders gevangen als borg tegen verzetsdaden tegen de Duitsers. Rijkscommisaris Seys-Inquart en Höhere SS- und Polizeiführer Rauter waren tegen een executie, omdat ze vreesden dat zo'n vergelding van een mislukte aanslag de stemming onder bevolking nog meer anti-Duits zou maken. Als compromis werd een ultimatum gesteld, waarin werd opgeroepen de daders van de aanslag voor 14 augustus aan te geven. Anders werden (een onbekend aantal) gijzelaars gedood. Er volgde geen reactie vanuit de bevolking en op 15 augustus werden 5 gijzelaars, waaronder drie Rotterdammers (Chris Bennekers, Willem Ruys en Robert Baelde) gefusilleerd.  De executies schokten de Rotterdamse bevolking, zelfs diegenen die de Duitsers nog vriendelijk gezind waren. Het verzet - ook de NVM - ging onverminderd door met aanslagen.

Op 13 oktober stak Dormits met anderen in Den Haag een hooi-opslag van de Wehrmacht in de brand, maar moest daarbij zijn fiets achterlaten. Aan de hand van het framenummer van die fiets traceerde men zijn naam. Dormits wordt op 17 oktober aangehouden wegens een tasjesroof. Hij pleegt na zijn arrestatie zelfmoord. Men vindt bij hem een factuur met een adres: Bijlwerffstraat 37b. Hier treft de SD naast sabotagemateriaal en exemplaren van de illegale communistische krant De Waarheid, de volledige ledenadministratie van de NVM aan. De meeste leden werden in de nacht van  17 op 18 oktober opgepakt - van de joodse leden werden ook familieleden afgevoerd. Pieter Baan, die aan Dormits op dit adres een kamer had verhuurd werd opgepakt. Hij zou uiteindelijk april 1943 in kamp Amersfoort omkomen  Bij de arrestaties van 118 mensen werd de Rotterdamse Gemeentepolitie ingeschakeld. Hierbij werden arrestanten  grof mishandeld. De Rotterdamse politiemensen werden voor hun inzet extra beloond met geld en bevorderingen. Bij deze gelegenheid werden ook ruim 800 joodse werknemers van een Amsterdamse textielfabriek afgevoerd naar Auschwitz. Zij werden op twijfelachtige wijze in verband gebracht met de NVM. Waarschijnlijk hield hun deportatie verband met noodzaak van het vullen van "jodenquota" door Rauter.

We lopen de Bijlwerfstraat uit en komen op de Vroesenlaan, die we rechtsaf inslaan.

Aan de linkerhand zien we het Vroesenpark, dat in 1929 werd aangelegd naar een plan van stadsarchitect Witteveen. De aanleg werd deels als werkverschaffingsproject uitgevoerd in verband met de hoge werkloosheid ten gevolge van de economische crisis in die tijd. Tijdens de bezetting verbouwde het Gemeentelijk Oogst enOogstfeest Vroesenpark 1943 Landbouwbedrijf in het park in het kader van het landelijke project "Productieslag" aardappels, graan en groenten om de voedselschaarste, met name in het laatste oorlogsjaar het hoofd te bieden. Rotterdam produceerde  in Productieslag in 1943 2,6 miljoen kilo voedsel op een landelijk totaal van 7 miljoen. In 1943 werd aan de Vroesenlaan een groot oogstfeest gehouden, waarbij (NSB)burgemeester Müller een flinke kool aangeboden krijgt. De aanplant werd goed bewaakt tegen diefstal. Op dolle dinsdag ontstond er even een machtsvacuum en begon de bevolking spontaan de oogst zelf uit de grond te trekken. Daar werd korte tijd later weer een eind aan gemaakt. De bomen in het park werden in de winter van 1944/45 vrijwel allemaal gekapt door de bevolking om te dienen als stookhout. De paden in het park waren geplaveid met koolas. Daarin zaten kleine stukjes cokes verwerkt. Omwonenden zeefden die kooltjes er uit om er de kachel mee te kunnen stoken. In 1948 werd er nieuw inrichtingsplan voor het park gemaakt door J.T.P. Bijlhouwer. Het park is ingericht als landschapspark en werd in 1958 heropend.

We lopen de Vroesenlaan uit tot de Gordelweg en slaan rechtsaf.

Aan de linkerhand loop het Noorderkanaal. Het werd tussen 1928 en 1933 gegraven als verbinding tussen de Rotterdamse Schie en de Rotte. Aan de overzijde van het kanaal, ter hoogte van de Statenweg, werd in 1940 het Gelderse Dorp gebouwd. Dit was een noodvoorziening voor de inwoners van de binnenstad, die door het bombardement van 14 mei hun woning hadden verloren. De huizen waren van steen, dit in tegenstelling tot die in het eerste nooddorp, het Drentse Dorp verderop aan het kanaal (daarover later meer). De straten waren naar steden en dorpen in Gelderland vernoemd.  In het Gelderse dorp stonden 160 woningen. In totaal zijn er 2.130 noodwoningen gebouwd, waarvan 1005 in de gemeente Rotterdam: hier, in het Utrechtse en Drentse dorp verderop aan het kanaal, in het Brabantse dorp in de Charloise polder (bij het Zuidplein), in Smeetsland (in de destijds nog zelfstandige gemeente IJsselmonde) in Landzicht (in de gemeente Overschie in de polder Gelderse dorpZestienhoven) en Babberspolder in Vlaardingen. In deze woningen werden 7.500 mensen gehuisvest. Gezien het aantal dakloos geworden inwoners van 80.000 is dat aantal nogal laag. Bij het bepalen van de woningbehoefte ging men ervan uit dat mensen die de stad waren ontvlucht niet mochten terugkomen. Alleenstaanden moesten zich zelf maar redden. Tenslotte was er een groep mensen die bij familie of zelfstandig een woonruimte hadden gevonden. Overbleven daarom mensen met weinig inkomen of vermogen en gebrek aan nuttige relaties. Aanvankelijk werden zij gehuisves in scholen, tehuizen, bootjes en volkstuincomplexen. Omdat de getroffen groep met name uit de krottenwijken van het centrum kwamen kleefde al gauw het (ten dele onterecht) stigma van a-socialiteit aan de bewoners van de nooddorpen. Dit werd nog versterkt door de moeite die de gemeenten IJsselmonde en Vlaardingen zich troostten om de bewoners van de nooddorpen in hun gemeenten te selecteren op netheid. Er werden ook bewoners geruild met Rotterdam om ongewenste gezinnen buiten de deur te houden. Uiteindelijk verzamelden zich de meest problematische gezinnen zich in het Drentse dorp. Op de sociaal zwakke gezinnen werd maatschappelijk werk ingezet teneinde de mensen goede woonzeden bij te brengen. Die inmenging - die men nu betutteling zou noemen - geen heel ver. Het Gelderse dorp werd tussen 1963 gesloopt.

We lopen verder langs de Gordelweg tot we bij de Noorderhavenkade (na de Statenweg de tweede zijstraat) rechtsaf slaan

De Noorderhavenkade ontleent haar naam aan de Noorderhaven, die hier in 1931 in gebruik werd genomen. De haven moest dienst doen voor beurtschippers en verving de Delftse Vaart, die voor de beurtschippers niet meer bereikbaar was nadat een deel van de Rotterdamse Schie (nu Schieweg) was gedempt. De beurtvaart nam snel in betekenis af en in 1938 besloot de gemeente om de haven te dempen en er scholen te bouwen. In 1940 werd de haven gedempt met het puin van de door het bombardement verwoeste huizen in het centrum. Na de oorlog verrezen hier noodscholen. Later werden deze vervangen door permanente gebouwen. De voormalige haven vormt de grens tussen de wijken Blijdorp en Bergpolder.

We lopen verder langs de Noorderhavenkade. Voorbij het schoolgebouw ligt een parkje. Ter hoogte van de Besemerstraat gaan we links af het park doorV-1 en vervolgen rechtsaf de oostelijke zijde van de Noorderhavenkade. We slaan vervolgens de eerste straat linksaf: de Kerkdijkstraat

Deze straat werd samen met de Treubstraat (1e straat rechtsaf) op 18 maart 1945 getroffen door een V1. Deze primitieve  onbemande straalvliegtuigjes werden door de Duitse Luftwaffe ingezet om met hun zware explosieve lading grote verwoestingen aan te richten. Aanvankelijk met name gericht op Londen, werden ze na de opmars van de geallieerden ook gericht op Antwerpen, dat in 1944 was ingenomen door de geallieerden. Regelmatig ging er iets mis met deze wapens. Ze raakten uit koers of ze kwamen te vroeg neer. De V1 (Vergeltungswaffe 1) werd waarschijnlijk afTreubstraat na de inslag van de V1gevuurd van een lanceerinstallatie even ten zuiden van Delft. Om 7.18 kwam hij hier neer en was daarmee het laatste bommengeweld dat Rotterdam zou treffen. Als gevolg werden 34 woningen verwoest en 80 zwaar beschadigd. Op deze zondagochtend waren de meeste mensen thuis en daarom vielen er niet minder dan 42 doden en 48 gewonden. De luchtbeschermingsdienst uit de buurt was snel ter plaatse en greep - ondanks de verzwakking ten gevolge van de hongersnood - voortvarend in. De doden en de dakloos geworden bewoners werden in het Sportfondsenbad aan de Van Maanenstraat opgevangen. De Duitsers deden de ramp officieel af als een gasexplosie. Op de vrijgevallen plek is sinds 1967 een Apostolisch genootschap gevestigd. Gezien de omvang van de ramp verbaast het dat er geen enkel monument of gedenkteken is opgericht.

We lopen de rechtsaf de Treubstraat uit en slaan op de Bergselaan linksaf. Bij de stoplichten steken we de Schieweg over...

Tramhalte lijn 25

 ...en vervolgen de Bergselaan. We slaan de 3e straat links in de de Savornin Lohmanlaan.

Net voorbij de Abraham Kuyperlaan aan de rechterzijde  van de De Savornin Lohmanlaan is een bouwblok op 14 mei geraakt door een bom. Nu nog is een kleurverschil te zien in de gevel tussen het geraakte deel en de oorspronkelijke gevel verderop. Dit was de meest noordelijke bominslag van het grote bombardement op die dag.

De laan lopen we uit de de Berkelselaan, die we rechtsaf inslaan. We steken de Bergsingel over en slaan die rechtsaf in (houden het water aan de rechterhand).

Op nr 104a woonde de in tijdens de oorlog de familie Esmeijer. Vader Geert Esmeijer was wiskundeleraar aan de (niet meer bestaande) Ambachtsschool aan de Gordelweg 120. Zoon Sam ging na de HBS in 1942 inSam Esmeijer (1920-1944) dienst als aspirant bij de politie in Driebergen. In 1943 wordt hem oneervol ontslag verleend omdat hij zich verzette tegen de inzet van de politie bij o.a. de jodenvervolging. Hij keert terug naar Rotterdam en raakt betrokken bij de verzetsgroep Trouw. Onder de schuilnaam Paul doet hij recherche werk om infiltranten van de Sicherheitsdienst (V-männer) op te sporen. In 1944 wordt hij lid van de eerste Rotterdamse Knokploeg. Hij doed mee aan overvallen op politiebureaus en distributiekantoren om wapens voor het verzet en bonkaarten voor onderduikers te bemachtigen. In april 1944 wordt de familie van Esmeijer in dit huis gearresteerd, maar na een week weer vrijgelaten op voorspraak van een familid, dat lid was van de NSB. Op 6 juni (D-Day) bevrijdt Esmeijer met een groep 17 verzetsmensen uit het Huis van Bewaring aan de Bergstraat. Op 17 juli wordt vader Esmeijer weer opgepakt en meegenomen. Op het stationsplein wordt hij door het hoofd geschoten en achtergelaten. Wonderwel overleeft hij na een operatie deze aanslag. Sam wordt commandant van de LKP in Zuidholland. Wrijving met verzetsleider Van der Stoep uit Kralingen leidt er toe dat Esmeijers positie ter discussie wordt gesteld. Op 8 augustus overvalt hij met een groep het distributiekantoor aan het Afrikaanderplein. Op 4 oktober bevrijdt Esmeijer met 20 man een groep van 46 gevangenen uit het hoofdbureau van politie aan het Haagse Veer. In oktober laait het interne coflict weer op en krijgt Esmeijer  een andere, minder operationele rol. Als eind november de SD in Utrecht een aantal leden van de Binnenlandse Strijdkrachten gevangenneemt, gaat Esmeijer met zijn leidinggevende Van Bijnen naar de Willem III kazerne in Apeldoorn waar de BS'ers gevangen zitten. Ze willen de situatie verkennen om een bevrijdingsactie voor te bereiden. Daarbij worden ze ontdekt. Esmeijer wordt dan op de vlucht doodgeschoten. Van Bijnen overlijdt later aan zijn verwondingen. Esmeijer werd 24 jaar. In de wijk Het Lage Land is een plein naar hem vernoemd. Esmeijer en Van Bijnen hebben sinds 1980 een eregraf in Driebergen.

We vervolgen de Bergsingel, steken de Bergeslaan over en gaan verder tot de Zestienhovenstraat (2e straat links na de Bergselaan) en slaan die links in.

In deze straat ensceneert de Sicherheitsdienst 's avonds op 19 juli 1943 een aanslag op Anton van der Waals. Van der Waals was een zogeheten V-mann of Vertrauensmann (er waren ook V-Frauen), die in opdracht van de Sicherheitsdienst infiltreerde in verzetsgroepen, om die dan op een gegeven moment aan de SD te verraden. Weinigen waren zo succesvol in het winnen van het vertrouwen van verzetsmensen en helpers van onderduikers als deze Van der Waals. De in 1912 in Rotterdam geboren Van der Waals lukt het na het voltooien van de MTS niet om aan een vaste baan te komen. In 1934 sluit hij zich aan bij de NSB. In 1940 krijgt hij werk bij een elektrotechnisch bedrijf, waar hij een aantal uitvindingen zegt te hebben gedaan. Of de vondsten van hemzelf zijn is niet zeker. In april 1941 komt hij in contact met Kriminaldirektor Schreierder van de SD. Deze zet hem vier jaar lang in als goedbetaalde V-mann. Doordat hij over het vermogen beschikte het vertrouwen van zelfs de meest argwanende illegale werkers te winnen, wist Van der Waals velen te doen geloven contacten met de Britten te onderhouden. Zelfs beweerde hij als geheim agent door Londen naar Nederland te zijn gestuurd. Ook zou hij verzetsmensen daarheen kunnen smokkelen. Aangezien op dat moment vrijwel iedere verbinding met Groot-Brittannië ontbrak, slaagde hij er op deze wijze in vele illegale organisaties binnen te dringen. Hij bleek Uit Het Vaderland 21 juli 1943bijzonder waardevol voor zijn Duitse opdrachtgevers en ontving zelfs een Duitse onderscheiding: het Adelaarskruis derde klasse. Tientallen verzetsmensen en door de Britten in Nederland gedropte agenten werden door toedoen van Van der Waals aan de Duitsers verraden en vervolgens geëxecuteerd. Het verzet begon hem uiteindelijk toch te verdenken. Daarom werd hier in de Zestienhovenstraat een aanslag op zijn leven geënsceneerd en werd hij doodverklaard. Voor het opsporen van de niet-bestaande daders werd een beloning uitgeloofd. Landelijke dagbladen, waaronder de NRC en Het Vaderland plaatsen berichten hierover alsof het echt gebeurd is. Van der Waals zet zijn activiteiten als Baron van Lynden voort, maar ook deze alias wordt al snel bekend bij het verzet. Vanaf eind 1943 maakte de SD geen gebruik meer van Van der Waals. Hij vestigde zich in Loosdrecht onder valse naam en nam een huisknecht aan. Na 10 maanden schoot hij deze huisknecht dood en nam diens identiteit aan. Kort na de bevrijding meldde hij zich bij de Canadese troepen, die hem aan de Britse contra-spionalge uitleverden. Die zetten hem vervolgens in Duitsland in tegen ondergronds gegane nazi-groepen, waarvoor de geallieerden een irreële angst hadden. Later werd hij ook tegen de Russen ingezet. Onder druk van Rotterdamse slachtoffers van de agent drong Nederland aan op uitlevering van Van der Waals, hetgeen in 1947 gebeurde. Tijdens zijn proces ontkende hij alle beschuldigingen en verwees hij naar een mysterieuze Emile Verhagen van de Britse geheime dienst die hem opdrachten zou hebben gegeven. Mei 1948 werd hij niettemin ter dood veroordeeld voor het verraad van tenminste 83 mensen, waarvan 38 uiteindelijk zijn omgekomen. Eén nacht voor zijn executie bekende hij alle ten laste gelegde feiten. Op 26 januari 1950 werd hij geëxecuteerd.

We lopen terug naar de Bergsingel en slaan die linksaf op. We lopen naar de Bergweg en steken die over. De singel het vanaf hier Noordsingel. We lopen verder langs de dezelfde zijde van de singel en houden het water dus aan onze rechterhand.

De eerste zijstraat links is de Bergstraat. Hier zien we het Huis van Bewaring. Op 6 juni 1944, dezelfde dag dat de geallieerden op de stranden van Normandië de invasie van het Europese vasteland inzetten, voerde het Rotterdamse verzet, een 10 man sterke knokploeg onder leiding van de hierboven genoemde Sam Esmeijer, alias Paul, een spectaculaire bevrijdingsactie uit. 17 gevangen medewerkers van het verzetsblad Je Maintiendrai, waarvan er 4 ter dood waren vervoordeeld werden op die dag bevrijd. In SS-uniform gekleed verschaften zij zich onder valse voorwendselen kwamen zij het gebouw binnen en sloten directeur, medewerkers en andere aanwezigen in cellen op. De bevrijde gevangenen werden bij onderduidadressen ondergebracht. De officiële kranten repten met geen woord over deze eerste geslaagde actie van de Rotterdamse Knokploeg, maar de actie raakte toch snel bekend in de stad.

We lopen iets verder langs de Noordsingel.

Aan de linkerhand zien we het voormalig gerechtsgebouw uit 1895. Hier zetelde tot 1998 de arrondissementsrechtbank. Tegenover de rechtbank staat een monument dat herinnert aan het neerstorten van een Engelse bommenwerper op 16 juli 1941. Uit een reconstructie is gebleken dat de piloot doelbewust voor zijn noodlanding op de Noordsingel aanstuurde om zo slachtoffers te voorkomen. Hij slaagde in die opzet, maar de vier bemanningsleden waren allen op slag dood. In 1946 is een monument geplaatst dat door de Rotterdamse beeldhouwer Willem Verbon in vervaardigd op de binnenplaats van de gevangenis. Verbon was zelf getuige van het neerstorten van het vliegtuig. Het beeld stelt een gespierde mannenfiguur voor, die zwevend aan de betonplaat hangt. Het monument is in opdracht van het Committee Noordsingel vervaardigd. Dit committee van buurtbewoners was ontevreden met het simpele kruis dat een jaar eerder was geplaatst en zamelde daarom geld in voor een meer aansprekend monument.

We steken de Noordsingel over via de houten brug iets verderop. We vervolgen de Noordsingen aan de overzijde.

Tussen de nummer 94 en 70 loopt een stuk van de Brandgrens van 1940. De denkbeeldige lijn waarbinnen de verwoestende branden woedden na het bombardement van 14 mei 1940. De brandgrens is sinds 2007 met speciale tegels in het troittoir gemarkeerd.

Aan het einde van de Noordsingel slaan we linksaf en lopen naar het Noordplein.

Op het Noordplein werd dagelijks markt gehouden. In de café's rond het plein boden zwarthandelaren illegaal hun waren te koop aan. Ze ontdoken hiermee het distributiesysteem en wisten door de enorme schaarste flinke winsten te maken. De waren lagen opgeslagen in pakhuizen in de omgeving. Vanaf het Noordplein zien we aan de overkant van de Rotte, over de Noorderbrug, een aantal gebouwen die deel uitmaakten van de Heinekenbrouwerij, die hier van 1873 tot 1968 was gevestigd. Tijdens de razzia van 9 en 10 november 1944 werd het brouwerijterrein gebruikt als verzamelplaats voor de mannen van 17 tot 40 jaar, die zich moesten melden voor werk in Duitsland (zie ook hierboven bij het Nenijto-terrein in Blijdorp).

Tramhalte lijn 8

We verlaten het Noordplein via de Noordmolenstraat aan de Noordwesthoek van het plein. We lopen deze drukke winkelstraat door tot de 1e Pijnackerstraat, die we rechtsaf inslaan.

We passeren het Brancoplein

Dit plein is vernoemd naar de logopediste Branco van Dantzig. Zij had een praktijk aan de 's Gravendijkwal in het Westen van de stad en was spraakdocent aan de Kweekschool voor onderwijzers. Na haar pensioenering verhuisde zij naar Amsterdam. Van daaruit werd ze gedeporteerd naar Auschwitz, waar zij op 17 september 1942 werd vermoord.

Iets verderop aan de 1e Pijnackerstraat op nummer 104 bevindt zich een plaquette van de hand van Loekie Metz. Het gebouw was voor en tijdens de oorlog het gebouw Geloof en Vrijheid van de Nederlands Hervormde Kerk. Hier kwamen op 18 oktober 1942 een aantal verzetsgroepen bijeen onder leiding van Jacob Jan Hamelink bijeen. Zij wilden de verbetering van de organisatie van het verzet bespreken. De bijeenkomst werd verraden en na drie kwartier vielen Nederlandse recherchers van de Sicherheitsdienst het pand binnen. In een poging om te ontsnappen werden Hamelink, Zwitser en Van Est gedood. Twee mannen wisten te ontsnappen en twee, waaronder de zoon van dominee Krop, die de ruimte beschikbaar had gesteld, raakten zwaar gewond. Belastende documenten, waaronder vervalste persoonsbewijzen konden ter nauwernood worden verstopt. De SD liet de doden en gewonden - ter afschrikking geruime tijd op straat liggen. Daarna werden ze naar het Bergwegziekenhuis vervoerd. Bekenden die 's avonds op bezoek kwamen werden ook opgepakt en maanden opgesloten. Uiteindelijk zijn alle - op één na - aanwezigen op de bijeenkomst op enig moment gearresteerd en naar kampen afgevoerd.

We lopen de 1e Pijnackerstraat uit tot de Zaagmolenstraat (waar tram 8 rijdt) en slaan linksaf

Tramhalte lijn 8Schiebroeksestraat

We slaan aan het einde de Bergweg rechtsaf in. We steken daarna de Bergweg over en gaan linksaf de Schiebroekselaan in. Vervolgens rechstaf de Willebrordusstraat en dan weer linksaf de Schiebroeksestraat in

Op nummer 4  bevindt een herdenkingsteken voor het de verwoestingen die het bombardement van 14 mei 1940 ook hier, ver buiten de bommenzone in het centrum, aanrichtte. Stuka duikbommenwerpers lieten hier twee  bommen vallen. Naast de bom op de nr 4 ook in de Willebordusstraat.

We lopen de Schiebroeksestraat uit en komen op het Lisplein

In het midden van het plein ligt een vijver, die vroeger Lischwater werd genoemd. Ze is het resultaat van een in het eind van de 18e eeuw begonnen, maar al snel opgegeven, veenwinning. In de hongerwinter zijn alle bomen rond dit plein door de bevolking omgehakt en opgestookt. Na 8 mei 1945 hebben Canadese troepen hier hun kampement opgeslagen. Op 21 juni, zes weken na de bevrijding vertrokken de Canadezen weer.

We lopen het Lisplein over richting de Gordelweg.

Hier zien we weer het Noorderkanaal. Aan de overkant van het kanaal werd in de zomer van 1940 een nooddorp gebouwd van houten huizen. Het werd ook wel het Drentse dorp genoemd. De kwaliteit van de huizen was erg slecht. De straten hadden geen namen maar kregen een letter. Vooral in het Drentse dorp werden van de door het bombardement dakloos geworden gezinnen, de meest kansarme of a-sociale gehuisvest, hoewel lang niet alle bewoners van het dorp als a-sociaal aangemerkt kunnen of mogen worden. Een groot deel van de bewoners was niet veel gewend en kende weinig goede woonzeden. De gemeente was zich daarvan bewust en zette een systeem van wat we tegenwoordig "bemoeizorg" en opbouwwerk op het Drentse Dorp. Veel succes had het niet. De bewoners probeerden zich vaak aan de goede zorgen van de gemeente te ontrekken. Het interieur van de huizen verdween al snel in de kachel.  De omstandigheden in het Drentse Dorp waren slecht. De houten huizen waren piepklein en overbevolkt en de mensen waren veelal op zich zelf aangewezen. Met name in de hongerwinter hadden de inwoners het heel erg slecht. Om de kou te bestrijden stookten ze grote delen van hun eigen huis op. Ook Noodwoningen aan het Noorderkanaal (Drents Dorp)werden huizen van stervenden afgebroken en opgestookt voor deze overleden waren. Toen de Canadese troepen het dorp introkken waren zij verbijsterd over de toestand waarin de uitgehongerde bewoners verkeerden. De Canadezen verplaatsten de bewoners naar het Landverhuizershotel van de Holland-Amerikalijn op de Wilhelminapier en brak het Drentse Dorp terstond af.  Op het stadhuis had men bedacht dat de bewoners van het Drentse Dorp niet zomaar in de maatschappij konden terugkeren. Zij moesten worden heropgevoed. Door het doortastend optreden was de gemeente gedwongen snel actie te ondernemen. De mensen werden gewassen en geschrobt, tegen schurft behandeld en gekleed. Vervolgens werden ze gedeporteerd (een ander woord is er niet voor) naar Rijksevacuatiekamp Veenhuizen in Drente om daar onder strenge tucht en zware arbeid te resocialiseren. De bewoners van de Nooddorpen begrepen niet wat er met hun gebeurde. Ze dachten dat ze naar een strafkamp werden afgevoerd en riepen dat ze niets fout hadden gedaan in de oorlog.  In 1945 werden 225 mensen gedeporteerd. In 1947 werden de kampen Gezinsoorden voor moeilijk opvoedbare gezinnen. Er zaten toen inmiddels 500 Rotterdammers, overgeleverd aan de goede bedoelingen van maatschappelijk werkers en psychiaters. De resultaten vielen echter tegen en de kritiek op de oorden nam toe. Pas in 1960 werden kampen gesloten en keerden de laatste bewoners terug. 

We lopen rechtsaf de Gordelweg op tot de stoplichten. Hier steken we de Gordelweg over en lopen het viaduct van de A20 en het spoorwegviaduct onderdoor. Aan de andere zijde slaan we rechtsaf, de straat in die langs het spoor loopt, de Ceintuurbaan.

Op de Ceintuurbaan 20 had Landelijk Sabotage Commandant vanaf augustus 1944 Van Bijnen zijn heimelijke hoofdkwartier. Van BijnenVan Bijnen was zijn verzetsloopbaan gestart bij de afdeling Driebergen van Landelijke Onderduikorganisatie (LO), die onderduikadressen organiseerden voor joden, Nederlandse militairen en mannen die de arbeidsdienst ontdoken. Deze organisaties hadden door het toenemende aantal onderduikers steeds meer bonkaarten nodig om de onderduikers van eten te kunnen voorzien. Deze bonkaarten werden door Knokploegen van de Landelijke Knokploegen (LKP) binnengehaald door middel van overvallen op distributiekantoren. Van Bijnen werd door de voorlieden van de Knokploegen aangewezen als sabotagecommandant met het oog op het verstoren van de Duitse oorlogslogistiek. Rotterdam was daarbij een belangrijke plaats vanwege de haven en de spoorwegknooppunten. Van Bijnen heeft een landelijke rol. In Rotterdam zelf worden knokploegen aangevoerd door Sam Esmeijer (zie hierboven) en Rien van der Stoep (Kralingen). Naast de LKP, bestaat er ook eer Raad voor Verzet (RVV), die in Rotterdam wordt geleid door Ed. Hoogeweegen, de directeur van de Hulstkamp jeneverdistelleerderij. Hoogeweegen woont in Maarn, maar zit in Rotterdam ondergedoken. Tenslotte is er nog de Orde Dienst (OD), potentieel in omvang veel groter dan de anderen. Deze organisatie richtte zich op het handhaven van de orde na de onvermijdelijke nederlaag van de Duitsers. De OD leidt een slapend bestaan in afwachting van de eindstrijd.

We lopen slaan linksaf de Willem van Hillegaersbergstraat in en lopen deze uit tot de Kootsekade.

Voor ons zien we nu de tramremise van de RET. In deze tramremise werden op 9 november 1944 de jongens en mannen tussen de 17 en 40 jaar verzameld tijdens de grote razzia, waarbij mannen in weerbare leeftijd uit hun huizen werden gehaald. Vervolgens moesten zij enige dagen in de remise bivakkeren. Familieleden die hun mannen nog wat eten of kleding wilden toestoppen werden weggestuurd. Bij andere verzamelplaatsen werd dit vaak wel toegestaan. De mannen werden daarna lopend, per rijnaak of trein op transport gesteld naar Duitsland, waar ze als dwangarbeider moesten werken in met name de wapenindustrie. Pas maanden na de bevrijding kwamen de mannen weer terug in Rotterdam.

We slaan rechtsaf de Kootse kade in en lopen die uit tot aan de oevers van de Rotte. We slaan daar rechtsaf de Bergse Rechter Rottekade op. Bij de Minstreelstraat gaan we rechtdoor over het voetpad langs de rivier. We blijven de rivier volgen en gaan het spoorviaduct en het het viaduct van de A20 onderdoor. We komen dan bij een brug over het Noorderkanaal. We steken de brug over en slaan daarna linksaf de Boezemlaan in.

Net voorbij de eerstvolgende brug aan de linkerhand, de Veilingbrug, staat een monument ter nagedachtenis van zogenoemde Todeskandidaten, die door de Duitsers als represaille voor een sabotage-actie op het spoor zijn gedood. De Sichterheitspolizei had in haar cellen altijd een aantal verzetsmensen of andere tegenstanders in hechtenis, die beschikbaar waren om als wraakneming en ter afschrikking konden worden doodgeschoten als het verzet een aanslag of een sabotage-actie had uitgevoerd. In juli 1944 had Hitler het bevel doen uitgaan, dat verzetsmensen niet meer hoefden te worden berecht. De SiPo kon nu zelf beschikken over de levens van de gevangenen. In totaal 154 Todeskandidaten zijn van september 1944 tot april 1945 gedood. Al deze fusillades vonden plaats op orders van de leider van de Aussenstelle van de Sicherheitspolizei in Rotterdam, H.J. Wölk.  In november pleegden verzetsstrijders een bomaanslag op een spoorviaduct van de spoorweg rond Rotterdam, de ceintuurbaan. Dit was ter hoogte van de 's Gravenweg. Op 28 november werden op twee plaatsen langs het spoor in totaal 10 mensen doodgeschoten. 5 man bij de Nieuuwe Terbregseweg (niet ver  hier vandaan) en 5 aan de 's Gravenweg. Het monument hier herdenkt deze doden. Een tweede herdenkingskruis staat aan de Jan Vermeersingel, niet ver van de plaats van de 's Gravenweg.

We lopen verder langs de Boezemlaan. De Boezemlaan maakt een bocht naar rechts. en we passeren de Croowijksebrug. Vervolgends slaan we de eerste straat rechts in, de Kerkhoflaan. We nemen vervolgens de eerste mogelijkheid rechts, de ingang van de Algemene Begraafplaats Crooswijk.

De Algemene Begraafplaats Crooswijk werd in 1832 geopend, nadat het in 1827 verboden werd binnen de bebouwde kom te begraven. De ligging van de begraafplaats aan de Rotte was vooral praktisch want zo konden de doden ook over water worden aangevoerd.

Tijdens het inname van de stad, het bombardement van 14 mei 1940 en de daaropvolgende brand kwamen in totaal 1147 burgers en militairen om het leven. De in de puinhopen gevonden doden werden naar deze begraafplaats gebracht en werden bijgezet in één graf. Tijdens de hongerwinter werden in totaal 6913 burgers op Crooswijk begraven. Crooswijk kent een aantal eregraven en gedenktekens voor de doden van de Tweede Wereldoorlog.

Vanaf de ingang lopen we rechtuit op de kapel af. We lopen om de kapel heen en gaan verder over de D.B. Loggenmannlaan.

Bij de volgende rontonde zien we rechts voor ons het Erehof voor Nederlandse Militairen met het monument "Vallende Man" van Cor van Kralingen. Het erehof is in 1951 geopend. Er staan 102 stenen met namen van gevallen militairen. De meesten sneuvelden tijdens de meidagen van 1940. KopIeën van het beeld zijn ook op andere Nederlandse erevelden in Nederland en in het buitenland geplaatst.

We gaan iets verder op de Loggenmanlaan en steken de brug over. Aan de overkant gaan we op kruising rechts. Aan het einde van deze laan gaan we linksaf naar de rand van de begraafplaats en daar weer rechtsaf.

We komen nu bij het Erehof en monument voor de Rotterdamse burgerslachtoffers. Hier staat het monument "Knielende vrouw met Duif" eveneens van Cor van Kralingen. Op dit perceel liggen de slachtoffers van het geallieerde vergissingsbombardement van 31 maart 1943 in Rotterdam West (omgeving Marconiplein). De slachtoffers van 14 mei 1940 liggen in het vak ernaast. Na de oorlog zijn veel van deze graven geruimd. Het monument is in 1965 onthuld. Aan de achterzijde van het monument zit een deurtje met het stadswapen van Rotterdam. Achter het deurtje werd een boekje bewaard met de namen van de 677 burgerdoden. Het boekje is verwijderd om diefstal te voorkomen. Het is nu in te zien in het begraafplaatskantoor bij de ingang.

We lopen iets verder langs de rand van de begraafplaats

We komen nu bij het Geallieerde erehof met Engels Kruis. Hier liggen Britse miitairen, Poolse vliegeniers en militairen van de Royal Canadian Airforce in Nederland zijn gesneuveld.

We lopen nu het eerste pad rechts in, vervolgens weer rechts en houden daarna links aan op de laan waarover gekomen zijn. Op de kruising met de Hulstlaan slaan we rechtsaf. We lopen tot het Engeltjespad, dat we linksaf inslaan.

Aan de linkerhand zien we het Grafmonument "14 mei 1940 Doelen". Tijdens de eerste oorlogsdagen werden Duitse onderdanen, NSB'ers en anderen die verdacht werden van pro-Duitse sympathieën vastgezet in het Doelencomplex aan de Coolsingel. Tijdens het bombardement vond een aantal van hen de dood, waaronder enkele joden.

We lopen weer terug richting de uitgang via de Hulstlaan, over de brug, langs de kapel en via de Loggenmannlaan naar de uitgang.

Voor de liefhebbers zijn er nog een aantal oorlogsgerelateerde monumenten op de begraafplaats te zien:

  • Het illegale graf met gedenkstenen voor 52 verzetsmensen

  • Monument voor de "Nederlandse Volksmilitie", met de namen van 26 leden van deze organisatie

  • Monument Leeuwengarde, ter nagedachtenis aan zes leden van  deze verzetsgroep, die in 1942 in Leusden zijn gefusilleerd

  • Monument "De Wacht", ter nagedachtenis aan drie medewerkers van het illegale blad De Wacht, die tijdens een inval in januari 1945 zijn gearresteerd en op 8 maart 1945 op de Waalsdorpervlakte zijn doodgeschoten

  • Monument bombardementslachtoffers fabriek Berkel's Patent. Ter nagedachtenis aan 26 medewerkers van dit bedrijf aan de Keileweg die op 31 maart 1943 tijdens een geallieerd bombardement om het leven kwamen.

 De begraafplaats verlatend lopen we rechtuit de Rusthoflaan uit. De Rusthoflaan kruist na 500 meter de Paradijslaan, die we lnksaf inslaan. We lopen deze straat uit tot de Boezemlaan, die we rechtsaf inslaan.

Bij de stoplichten gaan we rechtdoor de Kralingseplaslaan op.

Aan onze linkerhand zien naar zo'n 500 meter de Kralingse Plas en het Kralingse Bos. De Kralingsplas is ontstaan door veenafgraving. Er bestonden plannen om de plas droog te leggen, net als de Prins Alexanderplas in 1870, maar dat is niet gebeurd. Het bos kwam moeizaam tot stand. Het eerste besluit tot aanleg werd in 1911 genomen. Directeur Plaatselijke werken De Jongh zag hier mogelijkheden voor een ontspanningsoord voor de uitdijende arbeidersbevolking van de stad. Bovendien zag hij een praktische en nuttige oplossing voor de afvoer van de havenspecie die naar boven kwam bij de aanleg van de Waalhaven. Diverse ontwerpen werden ingediend, overwogen en verworpen. In 1920 boden de architecten Verhagen en Granpré Molière een plan aan voor een park dat zich primair richtte op de ontspanningsbehoefte van de arbeiderbevolking en dat een poging deed het in aanraking te brengen met de natuur. Zij deden dit door elke oever een ander karakter te geven: de westoever werd een strandbad, de noordoever werd een gebied met voornamelijk speelweiden met hier en daar boomgroepen. Voor het echte bos was de oostoever bedacht. Over dit ontwerp brak een enorme strijd uit tussen deze architecten en "echte" tuinarchitecten die meer een siertuin voorstonden. In 1925 werd zonder plan begonnen met aanleg van een bos. Uiteindelijk werd het plan, dat in 1933 in aangepaste vorm uitgevoerd. De vooroorlogse aanplant, die tot stand kwam met behulp van de "werkverschaffing", ging in de hongerwinter van 1944/45 verloren aan de behoefte aan brandstof van de Rotterdamse bevolking. Het huidige bos is naoorlogs en werd pas in 1953 officieel geopend.

We lopen verder langs de Kralingseplaslaan.

Aan onze rechterhand zien na enige tijd op nummer 38 de villa die in 1929 werd opgeleverd voor C.H. van der Leeuw, de directeur en opdrachtgever van de Van Nellefabriek. De villa is ontworpen door Brinkman en Van der Vlugt, ook de architecten van de beroemde fabriek van Van Nelle in de Spaanse Polder. Beneden bevonden zich dienstvertrekken, op de 1e etage woonvertrekken en op de 2e de slaapkamers. Huis Cees van der LeeuwOp het dak een dakterras en een solarium / fittnessruimte. Ook hier doet de straatkant nogal gesloten aan, maar de tuinkant is vrijwel geheel beglaasd. In 1931 sloeg Van der Leeuw een andere richting in. Hij ging psychiatrie studeren in Wenen bij Sigmund Freud en Alfred Adler. Na zijn promotie keerde Van der Leeuw in 1939 terug naar Nederland vanwege de oorlogsdreiging en de gevolgen van de inlijving van Oostenrijk door Nazi-Duitsland. Hij stelde bij de fabriek orde op zaken na het overlijden van zijn broer en trad in dienst bij het psychiatrisch ziekenhuis Maasoord in Poortugaal (nu Delta). Kort daarna nam hij weer de leiding op zich van de fabriek. 

Van der Leeuw was een hartstochtelijk aanhanger van het Nieuwe Bouwen. Tegen het einde van de bezetting bemoeide hij zich actief met de wederopbouwplannen van Rotterdam. Hij vond de plannen van stadsbouwmeester Witteveen te traditioneel wat architectuur betreft en wilde meer ruimte voor de modernistische functionalistische stedenbouw en architectuur. In 1944 werd hij door de Club Rotterdam - een kring van Rotterdamse ondernemers - naar voren geschoven als projectleider voor de wederopbouwplannen en moest Witteveen verbitterd het veld ruimen. Van der Leeuw had in alle opzichten een imago van de moderne zakenman, die de omslag van Rotterdam als handelsstad naar transitohaven en industriestad had gemaakt. Van der Leeuw deed aan sport, hield van buitenlucht en zocht daarom deze plek uit voor zijn villa, ver van de oude elite die in de Waterstad, Scheepvaartkwartier en langs de singels woonde. Hoewel zijn woonkamer op de eerste verdieping nu prachtig zicht biedt op de plas en het bos, was er in 1929 nog niets van bosaanleg te merken. Traditioneel was wel dat hij een buitenverblijf in Oostvoorne had, waar hij regelmatig zijn lunchpauze doorbracht door er met zijn privévliegtuigje heen te vliegen. Dit woonhuis doet nu dienst als clubhuis voor de herensociëteit "Eendragt maakt magt".

We lopen verder de Kralingseplaslaan uit. Bij de kleine rotonde verandert de straat van naam in Kralingsweg. We gaan hier rechtdoor. Bij het Manegelaantje steken we de weg over vervolgen de Kralingsweg via het fietspad. We lopen tot aan de Boszoom, die we oversteken. We slaan de Boszoom linksaf in. We volgen de Boszoom tot de Lucie Vuylstekeweg. Hier gaan we rechts.

Voorbij de hockeyvelden staat aan de rechterzijde de schietbaan Kralingen.

We gaan hier rechtsaf het terrein van de Schietbaan op en volgen de weg die links langs de gebouwen loopt tot het einde.

Daar staat een klein gebouw met daarachter de oorspronkelijke open lucht schietbaan. Op de muur van het gebouw is een plaquette aangebracht.

In de periode 21 september tot 24 december zijn hier door de Duitsers 38 Nederlandse mannen gefusilleerd. Een groot deel van hen zat in het verzet, Schietbaan Kralingensommigen hadden voor eigen gewin overvallen gepleegd van een deel zijn de redenen altijd onbekend gebleven. De bekendste dode die hier is gevallen is Frits Ruys, een veelzijdig verzetsman. Vanaf het begin van de bezetting was hij actief in het verzet. Eerst bij het "Geuzenverzet", later bood hij hulp aan nabestaanden van gefusilleerde verzetsmensen, zette hij ontsnappingsroutes op voor neergestorte geallieerde piloten en speelde hij een belangrijke organiserende rol in de Knokploegen van Sam Esmeijer en Rien van der Stoep. Hij werd ook lid van de laatste groep en ging deelnemen aan acties, waaronder de bevrijding van arrestanten uit het Hoofdbureau van Politie op 24 oktober 1944. Hij was ook betrokken bij de hulp aan onderduikers (LO), waarvan hij de Haagse organisatie op poten zette. Op 2 november werd hij door een verrader - de doorgeslagen collega-student en verzetsman Kees Bitter - bij een wegcontrole aangewezen en vervolgens twee dagen later hier op de schietbaan geëxecuteerd. Hij werd 27 jaar.

We lopen weer terug naar de Boszoom. We slaan de Boszoom linksaf in. Bij de stoplichten op de kruising met de Kralingseweg lopen we verder. De straat heet hier Kralingse Zoom.

De Boszoom en de  Kralingse Zoom waren van 1899 tot 1953 het tracé van de spoorverbinding tussen het Maasstation (waar nu het voormalig zwembad Tropicana staat) en het station Delftse Poort (nu Centraal Station). Door deze spoorlijn om de stad heen werden de Monument represaille Vermeersingellijnen Utrecht-Rotterdam (Maas) van het Rijnspoor en Amsterdam-Rotterdam (DP) van het Hollandsche Spoor met elkaar verbonden. In 1953 werd een nieuw tracé vanaf Nieuwerkerk aan den IJssel in gebruik genomen dat bij het goederenstation in Rotterdam Noord aansloot op het noordelijk deel van de ceintuurbaan. Het spoor werd hier toen opgebroken en het dijklichaam gebruikt voor de huidge weg.

Metro Kralingse Zoom

Bij het derde stoplicht slaan we rechtsaf de 's Gravenweg op. Het voetpad loopt van de Kralingse Zoom naar beneden en komt uit op de Jan Vermeersingel, die we links af in slaan.

Meteen zien we aan onze linker hand een herdenkingskruis. Op deze plek werden - net als aan de Nieuwe Terbregseweg - op 28 november 1944 vijf mensen gefusilleerd als represaille voor een bomaanslag op de spoorbaan, die hier achter het monument lag. In die tijd ging de 's Gravenweg onder het spoor door. De aanslag was op het spoorviaduct gericht.

We gaan verderop de Jan Vermeersingel rechtsaf de 's Gravenwetering in. Deze lopen we uit tot de Burgermeester Oudlaan.

Tramhalte lijn 7

Deze lopen we op tot de eerste straat rechts, de Groene Wetering. Hier rechtsaf tot de Laan van Woudenstein, die we rechtsaf in slaan. Dan meteen links de Lambertweg in. De eerste straat rechts is de Ouddorpweg.

In het huis op nummer 33 was sinds maart 1945 het adres van de Aussenstelle van de Abwehr Meldekopf in Rotterdam. Een contraspionage organisatie, die in Rotterdam was gevestigd omdat het relatief dicht bij het frontRien van der Stoep lag. Op 5 april 1945 onderneemt de LKP-knokploeg van Rien van der Stoep een actie tot inval om inlichtingen te bemachtingen over de spionage werkzaamheden van de Abwerhr achter de geallieerde linies in Zuid-Nederland. Ook wil de groep een lijst met verzetsmensen bemachtingen, die door de Abwehr in de gaten wordt gehouden. De knokploeg heeft een infiltrante in de Aussenstelle, die als secretaresse werkt. Zij regelt dat eenAussenstelle Abwehr Meldekopf, Ouddorpstraat 33 verzetsman als loodgieter twee dagen voor de overval werkzaamheden in het gebouw verricht en daarbij een kelderraam "bewerkt".   De inval mislukt jammerlijk, omdat de secretaresse, Kitty van der Have een domme fout maakt. Zij was verliefd geworden op een marine-officier die aan de Abwehr verbonden was en raadde hem in vertrouwen aan om op de avond van 5 april niet op kantoor te komen. De officier kreeg argwaan en meldde dit aan zijn commandant. Hierop werden op die avond versterkingen in het pand gelegerd, die de overvallers opwachten en de aanval afsloegen. Van der Stoep liep daarbij een kogelwond in het hoofd op en moest in het diaconessenziekenhuis worden opgenomen, waar hij overleed. Hij werd 27 jaar. De LKP liet het er niet bij zitten en wist na de bevrijding op 5 juni, de inmiddels ondergedoken Kitty op te sporen. Tijdens een ondervraging bekende ze haar stommiteit en werd meteen daarna door de verzetsmensen doodgeschoten.

We gaan verder over de Groene Wetering. Op de Essenlaan gaan we rechtdoor de Slotlaan in tot de Slotvijver. Hier slaan we linksaf naar de Vijverweg. We lopen de Vijverweg uit tot aan de Honingerdijk (beneden) en slaan rechtsaf.

<P>

Bij de kruising met de Hoflaan zien we een herdenkingskruis. Dit kruis is opgericht ter nagedachtenis van 20 mensen die hier als represaille zijn neergeschoten. Op 31 maart 1945 werd hier de majoor van de Ordepolitie Tetenburg doodgeschoten toen hij op zijn motor het politiebureau aan de Hoflaan verliet op weg naar het Hoofdbureau aan het Haagse Veer. Twee schutters vluchten - pistool in de hand - de Polanenstraat in. Tetenburg werkte sinds november Executie slachtoffers Oostzeedijk 3 april 19451944 op het bureau aan de Hoflaan als vervanger voor een NSB'er die uit protest tegen de deportatie van politiemensen bij de grote razzia ontslag had genomen. Tetenburg was zeer ijverig voor de Duitsers en werd door het verzet gezien als verantwoordelijk voor politieman van hetzelfde bureau, die lid was van de LKP. Deze LKP'er was op 12 maart als represaille op de Pleinweg in Rotterdam Zuid openbaar gefusilleerd. De LKP vond dat Tetenburg gedood moest worden. Represailles achtte men onwaarschijnlijk, zodat men besloot de liquidatie in alle openheid uit te kunnen voeren. Tetenburg was echter lid van de SS, hetgeen het verzet niet bekend was. Wölk van de Sicherheitspolizei kwam met een zware maatregel: hij wilde 20 verzetsmensen op de plaats delict laten doodschieten. Zoveel Todeskandidaten waren er niet in hechtenis op dat moment. Daarom stelde men op 3 april om 8.00 uur 10 Todeskandidaten hier tegen het talud van de Oostzeedijk op. Vervolgens plukt men 10 willekeurige voorbijgangers van de straat en zet ze ernaast. 40 Ornungspolizisten fungeren als vuurpeloton. Na de dodelijke salvo laat men de twintig doden twee dagen liggen als afschrikking.

We lopen de Hoflaan in.

<Q>

Op nummer 134 was het politiebureau waar Tetenburg werkzaam was.

Een stuk verderop woonde Burgemeester Burgemeester Oud op balkon in HoflaanOud op nr 71 , nadat hij in 1941 ontslag had genomen, omdat hem het werken onmogelijk was geworden. De NSB'er Müller nam toen zijn plaats in. Oud leefde tijdens de rest van bezetting teruggetrokken en liet zich niet in met het verzet. Wel onderhield hij contacten met ondernemers en ambtenaren. In die jaren schreef hij een aantal boeken over de geschiedenis van het Nederlands staatsrecht.  Op 6 mei verzamelde zich een menigte voor zijn woning en hees hij de Nederlandse vlag op zijn balkon. Op dat balkon liet hij zich door de menigte toejuichen. Hij bedankte de mensen met een korte toespraak. Op dat moment hadden de Canadese troepen de stad nog niet bereikt en oefenden de Duitsers op straat nog het gezag uit. Dat in combinatie met feestende Rotterdammers was bizar, maar ook gevaarlijk. Na moelijlke onderhandelingen wisten de voorlieden van de Binnenlandse Strijdkrachten de Kampfkommandant Kistner - die alleen met de Canadezen zaken wilde doen - ervan te overtuigen zijn troepen van de straat te halen en de ordehandhaving aan de BS over te dragen. 's avonds om 18.30 was het zover. Oud neemt op maandag 7 mei rond 15 uur het roer op het stadhuis weer over.

We lopen verder richting Oudedijk. Die slaan we links af in.

Tramhalte lijn 7

<R>

Op de plek waar de Oudedijk, de Willem Ruyslaan en de Chris Bennekerstraat samenkomen staat sinds 1990 het monument "Steen van de miljoenen tranen" van Truus Menger-Oversteegen. Het monument herdenkt de burgerslachtoffer in Rotterdam tijdens de oorlogsjaren. De locatie van het monument is goed gekozen. Het ligt precies op de brandgrens van het bombardement van 14 mei 1940. De brand had hier een een tongvormige uitloper naar het noorden links en rechts van het plein staat langs de Oude Dijk oude bebouwing. Het gebied aan weerszijden van de Willem Ruyslaan is naoorlogs. Ook zijn zowel de Willem Ruyslaan als de Chris Bennekersstraat genoemd naar de Rotterdamse Gijzelaars die in 1942 in St Michielsgestel zijn gefusilleerd als wraak voor de mislukte aanslag op het spoorwegviaduct door de Nederlandse Volksmilitie. Verder op is een zijstraat van de Willem Ruyslaan vernoemd naar Robert Baelde, de derde Rotterdamse gijzelaar, die toen het leven liet.

We lopen verder langs de Oude Dijk tot we bij de Nieuwe Plantage komen.

Dit gebied - dat indertijd veel omvangrijker was dan nu - werd in 1852 ingericht als recreatiegebied en was oorspronkelijk ontworpen door de landschapsarchtecten (vader en zoon) Zocher. Dezelfden die het park bij de Euromast en het Vondelpark in Amsterdam ontwierpen. Dit gebeurde op kosten van Rotterdamsche Werkvereniging als werkverschaffingsproject. Het gebied doorstond het bombardement onbeschadigd, terwijl links en rechts de brand woedde, maar tijdens de hongerwinter zetten de omwonenden de bijl in alle bomen om aan brandstof voor de kachel te komen. Al in de 19e eeuw verrees een gasfabriek aan de oostkant van het park. Na de oorlog werd die gesloopt en ontdekte men de gigantische bodemvervuiling die de fabriek had veroorzaakt. De bodemsanering werd pas in 2000 voltooid. Het verkleinde park is heringericht. De cirkelvormen geven de locaties van de verdwenen gashouders aan. Een deel van de muur en het poortwachtershuisje aan de oude dijk is behouden gebleven.

We lopen het park in. Aan het einde van het park steken we de Weteringstraat over en gaan verder door de Van der Leckstraat. Deze komt uit op de Gerdesiaweg, die we naar links inslaan.

De Gerdesia weg was in het wederopbouwplan van stadsarchitect Witteveen onder deel van een zogenaamde Parkway. Daarmee wilde hij het groen van buiten de stad, via een soort van wiggen het stadscentrum intrekken. Deze Parkway verbond het Kralingse bos, via Park Rozenburg, de Gerdesiaweg en de Warande met het centrum. Witteveen moest na zware kritiek van de kring rond de industrieel Van der Leeuw het veld ruimen en zijn plan werd verlaten. De verbinding tussen de Gerdesiaweg en het Park Rozenburg is er nooit gekomen. Als we naar links kijken zien we dat het gebied daarentegen nogal rommelig is ingevuld.

Metro Gerdesiaweg

We volgen de Gerdesia naar rechts tot we bij een grote weg naar links komen: het Slaak. Hier slaan we in.

Op het Slaak zijn weer helemaal in het door brand verwoeste gebied dat na de oorlog is heringericht en bebouwd. Halverwege het Slaak staat aan de rechterzijde het Slaakhuis. Op deze plek stond tussen 1907
VoorwaartsVoorwaarts 1940 Slaakhuis  
 en 1940 het door HP Berlage ontworpen gebouw Voorwaarts, waar de gelijknamige sociaal-democratische krant was gevestigd. Het gebouw werd op 14 mei 1940 verwoest. Voorwaarts was al in de jaren dertig met het Amsterdamse Het Volk gefuseerd. NSB'er Rost van Tonningen nam in 1940 als Kommisar für die Marxistischen Parteien de leiding van de Arbeiderspers en Het Volk over. Directeur Van der Veen, die tot vergaande concessies bereid was geweest om zijn onderneming te redden pleegde zelfmoord. In 1955 werd op deze plek het Slaakhuys geopend, waar de Rotterdamse editie van de sociaal-democratische krant Het Vrije Volk werd geredigeerd en gedrukt. In 1956 en 1957 is de krant het grootste dagblad van Nederland. Daarna gaat het bergafwaarts. In 1970 verandert de krant van een landelijke krant in een regionaal dagblad.  In 1972 verdwijnt de eigen drukkerij en verhuist de redactie van het Vrije Volk naar de Witte de Withstraat. In 1990 fuseert de krant met het Rotterdamsch Nieuwsblad tot Rotterdams Dagblad. In 2005 wordt deze krant een editie van het Algemeen Dagblad. Het gebouw is een ontwerp van Jo Vegters en sinds 2007 een rijksmonument.

Het Slaak komt uit op het Oostplein

Tussen 1823 en 1940 stond aan het Oostplein de Rotterdamse kazerne van het korps Mariniers. De Mariniers Metro ingang Oostpleinwaren gelegerd in het voormalig Tweede Arsenaal van de "Admiraliteit aan de Maeze", de oudste van de vijf admiraliteiten van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1574-1795). Het gebouw dateerde uit 1662 en werd een aantal malen uitgebreid. Het gebouw werd tijdens het bombardement verwoest. Het stond aan de zuidwesthoek van het Oostplein (waar nu de MegaBike winkel zit.). De Mariniers van Rotterdam speelden een belangrijke rol in de verdediging van de Willemsbrug van 10 t/m 14 mei. Hun succesvol verzet vertraagde de Duitse opmars. Hoewel de militaire situatie voor het Nederlandse leger in Rotterdam vrijwel uitzichtloos was, konden de Duitse troepen niet snel genoeg een doorbraak forceren, ten einde de brug onbeschadigd in handen te krijgen en de rechtermaasoever van de stad in te nemen. Om deze reden stelde Generaal-majoor Schmidt aan de Nederlandse commandant in Rotterdam, Scharroo, een ultimatum waarin gedreigd werd verwoesting van de stad.Hoewel de onderhandelingen over een overgave nog gaande waren, werd het dreigement van een vernietigend bombardement desalniettemin uitgevoerd. Ter nagedachtenis aan de Mariniers is aan de Zuidoostzijde van het plein een monument voor het Korps Mariniers opgericht, waarin al hun heldendaden vanaf de tocht naar Chatham in 1663 tot aan hun verdediging van Nederlands Nieuw Guinea in 1963 zijn vermeld. In de metro-ingang aan die zijde van het plein is een gevelelement van het oude Admiraliteitsgebouw verwerkt.

Metro Oostplein

Tramhalte lijn 7 en 21

 

 

 

Wandeling E
  Overzicht Volgende

© Eddy le Couvreur, 2009

laatst bijgewerkt: 20-05-2012