Wandeling F - deel 1 "Architectuur" (7km)

 

De wandeling passeert diverse metro- en tramhaltes. Deze zijn in de beschrijving en op de kaart van de  wnadeling aangegeven. Dit maakt het makkelijker de wandeling op een gewenst punt af te breken of (weer) op te pakken. In het openbaar vervoer wordt alleen de OV-chipkaart als vervoerbewijs geaccepteerd. Als u nog geen OV-chipkaart heeft kunt u deze bij het informatiepunt of het NS-loket op het Stationsplein aanschaffen. Als alternatief kunt u daar ook een wegwerpchipkaart kopen die één, twee of drie dagen geldig is voor onbeperkt reizen met RET trams, metro's en bussen. Deze kosten respectievelijk 7, 10 of 14 euro (50% voor kinderen en 65+). U kunt deze dagkaarten ook laden op uw oplaadbare chipkaart. Ook is in de wandeling een overtocht met de watertaxi opgenomen. Dit kost € 2,90 per volwassene, 1,30 per kind.
Kaart van de wandeling

Letters <A> t/m <X> in de tekst corresponderen met letters op de kaart.

De wandeling begint linksboven op de kaart. Klik op de kaart!

kaart wandeling C "Centrum" Op de kaart zijn aangegeven  
Metro stations
Tramhaltes
Treinstations

De wandeling begint voor het Centraal Station.

Metro Centraal Station (lijn D,E)

Tramhalte lijnen 4, 7, 8, 20, 21, 23 en 25

<A>

Het oude stationsgebouw uit 1957 heeft plaats gemaakt voor een nieuw Rotterdam Centraal, ontworpen door de architecten Benthem, Van Schooten en Geuze. Opvallende elementen zijn de integrale glazen perronkap, die alle sporen overkapt en aan de voorzijde de in een 30 meter hoge punt oplopende stationshal.Centraal Station Voor en achterzijde van het station worden met de perronopgangen verbonden door een 45 meter brede reizigerstunnel, waaraan winkels en horeca liggen. Van het oude station zijn een aantal elementen verwerkt in het nieuwe: de klok in de voorgevel, de letters die "Centraal Station" spellen en de kunstwerken boven beide ingangen van de fietstunnel, die het centrum met de Provenierswijk verbindt.  In de stationshal leiden trappen naar het metrostation. Dit metrostation is in 2009 verbouwd naar een ontwerp van Maarten Struijs. Het is licht en kleurrijk van opzet en heeft nu drie sporen in plaats van de oorspronkelijke twee. De Rotterdamse metro werd in 1968 in gebruik genomen en was daarmee de eerste in Nederland. De lengte van de lijn naar Zuidplein was toen maar 5,9km. Tegenwoordig heeft Rotterdam 5 metrolijnen met een totale lengte van 78km. Onder het stationsplein ligt een ondergrondse fietsenstalling voor ruim 5400 fietsen. Het station is in 2014 officieel geopend door koning Willem-Alexander en is een hoogwaardig knooppunt, waar Hoge Snelheidstreinen, metro, tram, bus en natuurlijk de NS-trein samenkomen. Het vormt de kern van het ontwikkelgebied Central District dat de komende jaren verder zal worden uitgebouwd.

Weena: Groothandelsgebouw en Nationale NederlandenAls we met de rug naar het station staan zien we rechts het Groothandelsgebouw staan. Aan het gebouw is van 1948 tot 1952 gebouwd. Het moest de door het bombardement van 1940 ontstane tekort aan bedrijfsruimte lenigen. Aan het buitenland, met name Amerika, had men het idee ontleend om een bedrijfsverzamelgebouw te bouwen hetgeen de huurkosten (vanwege de gemeenschappelijke voorzieningen) zou kunnen drukken. De architect Maaskant was de belangrijkste architect van het gebouw dat een gelijkvormige bouwmassa kreeg. Het gebouw is gebouwd rond drie binnenhoven. De bedrijven kunnen worden bevoorraad via interne verkeerswegen op verschillende niveaus. Op het dak zien we de voormalige bioscoop Kriterion. Het projectiescherm hing voor het venster. Tijdens de pauze werd dat scherm opgehaald, zodat het publiek dan van het uitzicht over de stad kon genieten.

Links staat het gebouw Delftse Poort van Nationale Nederlanden. Het is met 150m het hoogste kantoorgebouw van Nederland. Het bestaat uit twee torens van ongelijke hoogte met een centraal lager gedeelte dat door een koepel wordt bekroond. Het is in 1991 opgeleverd en de architect was A. Bonnema.

Nationale Nederlanden Tegenover het station staat de Millenniumtoren uit 2000, waarin kantoren en een vijfsterrenhotel (Manhattan hotel) zijn gevestigd. Architecten zijn van het Canadese bureau Webb Zerefa Menkes Housden Partnership, die ook de CN tower in Toronto bouwden, tot voor enige jaren het hoogste bouwwerk ter wereld. Volgens de architecten verwijst het gebouw in zijn vorm naar het "Witte Huis" in Rotterdam, ooit het hoogste gebouw van Europa. Door de gelijkenis met de traditionele Amerikaanse wolkenkrabber lijkt het ook een beetje op het Empire State Building in New York.

We gaan linksaf het Weena op. Bij het stoplicht steken we over en lopen rechtdoor.

Na de oorlog bleef het Weena lange tijd een lege vlakte. Het stadsbestuur wist niet goed hoe dit deel van de stad moest worden ingevuld. Met name in de jaren zeventig bestond er bij het college van B&W een grote afkeer van hoogbouw. Voorzichtige pogingen daartoe, zoals het Shellgebouw werden bekritiseerd ("erectie van het kapitalisme", volgens een wethouder) of moesten worden gecompenseerd met laagbouw in de buurt. Vele plannen passeerden de revue, tot eind jaren tachtig een definitief plan werd goedgekeurd. Binnen vijf jaar stond het Weena vol met hoogbouw.

We komen nu langs het Unilevergebouw van J. Hoogstad uit 1992. De sculptuur op het pleintje is meeverhuisd van de oude locatie van Unilever aan de Rochussenstraat. Naast het Unilevergebouw staat de woon- en kantoortoren Weena Center van dezelfde architect (1990). Om ervoor te zorgen dat alle werkplekken in het gebouw voldoende daglicht krijgen - een wettelijk voorschrift - heeft Hoogstad er niet voor gekozen om het gebouw rond een binneplaats te ontwerpen, wat meestal gebeurt. In plaats daarvan heeft hij het gebouw als het ware binnenste buiten gekeerd en in een kruisvorm ontworpen, waardoor het binnenplein aan de buitenkant ligt. Hoogstad wilde eigen dit buitenplein afzetten met glas, zodat er atria zouden ontstaan. Dat was te duur. Nu wordt deze ruimte gesuggereerd door de pilaren.

Voor de Weenatoren steken we bij het voetgangersstoplicht rechtsaf het Weena over.

We lopen rechtdoor en komen op de Lijnbaan.

Het winkelcentrum werd in 1953 geopend. Het ontwerp van Van den Broek en Bakema, was voor Nederland revolutionair. Voor het eerst werd een exclusief voetgangersgebied gecreëerd. De bevoorrading verloopt via bedieningstraten aan de achterkant van de winkels. De kantoren zijn eveneens achter de winkels. De winkels zijn twee lagen hoog boven een kelderetage. De breedte varieLijnbaanert. Het winkelaanbod is in de loop der jaren wel wat verschraald. Door het gefragmenteerde eigendom was het voor de gemeente zeer moeilijk om het aanzien van de Lijnbaan te moderniseren. Allerlei plannen stuitten op verzet van individuele eigenaren. De bouw van de Beurstraverse op het Beursplein, bracht de eigenaren eindelijk tot wat gezamenlijke actie. De gevels en luifels werden gemoderniseerd, de bloemperken verwijderd en de verlichting aangepast.

We lopen de Lijnbaan op, steken de Kruiskade over en lopen door over de Lijnbaan tot de kruising met de Korte Lijnbaan

Op de kruising met de Korte Lijnbaan zien we links zien we het stadhuis uit 1922.

We gaan echter rechtsaf de Korte Lijnbaan op. Deze komt uit op het Schouwburgplein.

<B>

Op het Schouwburgplein zien we rechts het Concertgebouw "De Doelen", de thuisbasis van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Bij de opening in 1966 had Rotterdam na 26 jaar weer een concertzaal. Met de plannen was al in 1955 begonnen. Door voortdurende aanpassingen begon de bouw pas in 1962. De bouwers, E. & H. Kraaijvanger en R. Fledderus, beoogden een tijdloos gebouw, waarin vooral oog was voor functionele aspecten. Er is ook getracht expressie aan het culturele karakter van het gebouw te geven, waarbij monumentaliteit werd vermeden, opdat bezoekers niet zouden worden afgeschrikt. Hiervoor dienen het koperen dak van het auditorium en de decoratieve gevel. De gevel wekt de indruk dat er drie etages zijn. In werkelijkheid zijn het er twee.

SchouwburgpleinHet Schouwburgplein zelf is decennialang het voorwerp geweest van verhitte debatten. Het oorspronkelijke plein werd vaak als karakterloos, te groot, winderig en ongezellig ervaren. In 1990 wordt een voorstel van Adriaan Geuze (West8) aangenomen om het plein op nieuw in te richten. Het plein wordt een soort podium dat 35 cm boven straatniveau ligt. De randen zijn verlicht zodat het plein lijkt te zweven. Geuze heeft op allerlei manieren aangesloten op materialen en vormen uit de scheepvaart. De vloer is een compositie van houten, metalen en epoxy delen. Het zijn allemaal vloertypen, die op schepen worden gebruikt. Verder zijn er vier kraanachtige lichtelementen geplaatst, die met behulp van een bedieningpaneel midden op het plein, door het publiek kunnen worden bestuurd. De lichtarmaturen roepen associaties op met havenkranen. De banken op de lange zijde moeten het publiek uitnodigen om hier te gaan zitten. Dit soort type bank tref je ook aan op cruiseschepen.

Op het plan werd nogal verdeeld gereageerd. Critici menen dat het plein nog steeds kaal en kil is. Ook over de uitvoering is nogal wat te doen geweest. Sommige metalen delen worden bij regen en sneeuw spekglad. Het epoxy deel waterde niet af, waardoor grote plassen ontstonden. Dat laatste is inmiddels verholpen. 's zomers wordt het plein goed gebruikt. Met name de banken zijn populair. Bovendien is het plein dat ook kleurrijker door de bloembakken die dan worden geplaatst.

Links op het plein staat de Rotterdamse Schouwburg van Wim Quist uit 1982-88. Het is een sober en strak ontwerp, passend bij de economisch slechte klimaat van die tijd. Bijzonder is dat de toneel en de toneeltoren aan de zelfde kant als de ingang liggen. Bezoekers lopen na binnenkomst onder de zaal door en gaan een trap op en komen de zaal aan de acherzijde van het gebouw binnen. Normaal loopt men rechtdoor de zaal in. Reden hiervoor is dat de schouwburg deel uitmaakt van een woonblok. Bij een gebruikelijk ontwerp zou de toneeltoren de woningen aan de andere zijde in de schaduw zetten. Bovendien zou het aanvoeren van toneelattributen erg lastig zijn geweest. Nu is dat opgelost met een lift aan de voorzijde rechts van de ingang, waarmee vrachtwagens naar het toneelniveau worden getild.

We lopen rechtdoor het plein over voor De Doelen langs. We lopen recht op het Pathé theater af.

DKruispleinit complex met zeven zalen en 2700 stoelen was op het moment van bouwen het grootste in Nederland. Het staat boven op een parkeergarage, zodat de constructie licht moest zijn. ‘s Avonds dringt het licht vanuit de foyer door de halfdoorzichtige gevel naar buiten. De grote zalen zijn opgetild en het plein lijkt daardoor door te lopen in de ontvangsthal.  Het ontwerp uit 1992 van Koen van Velzen kwam in 1996 gereed.

We lopen tussen de bioscoop en De Doelen naar het Kruisplein.

In 2000 is de nieuwbouw links van de  Doelen gereedgekomen. Hoogstad ontwierp een uitbreiding naast en over het oude gebouw heen. Daardoor wordt een deel van de robuuste gevel van de Doelen aan het zicht onttrokken. De nieuwbouw biedt de Doelen de hoognodige uitbreiding van de capaciteit voor  congressen. Daar weer naast is het in gele baksteen uitgevoerde gebouw van de Hogeschool voor muziek en dans verrezen. Het geheel vormt architectonisch een nogal onsamenhangend mengsel van stijlen. Hoogstad vindt interieurs dan ook veel belangrijker dan de buitenkant: "architectuur is niet voor de prentbriefkaarten".  Aan de overzijde van het plein staan twee flatgebouwen. Beiden zijn het resultaat van een prijsvraag in het kader van de stadsvernieuwing in de wijk het Oude Westen. Het gekromde kleinere gebouw is bedoeld voor jongerenhuisvesting. De flats zijn in 1985 gebouwd en ontworpen door bureau Mecanoo.Westersingel

Tramhalte lijnen 4, 7, 8 en 21, 23, 25

<C>

We  lopen langs de overkant van het water linksaf de Westersingel op.

De Westersingel, die we aan de linkerhand zien vormt de westelijke begrenzing van de wijk Cool. Tot begin 19e eeuw bleef de woningbouw van Rotterdam binnen de stadsvesten. Pas in 1811 werd het ambacht Cool geannexeerd. Ter gelegenheid van Rotterdam Culturele Hoofdstad van Europa 2001 heeft de Westersingel een ingrijpende face-lift gekregen, inclusief de functie als beeldenpark. Twee bruggen zijn aangelegd en de kades zijn smaakvol vormgegeven en 's avonds mooi verlicht.

AanCalypso overkant zien we het gebouw Calypso. De naam is ontleend aan een bioscoop, die jarenlang op deze plek heeft gestaan. Het kleurrijke gebouw is ontworpen door de Britse architect William Alsop en voltooid in 2013. De gevel met de kleurijke uitstekende vensters en balkons lijkt te golven. In het gebouw zijn 407 apartementen, kantoren en winkels. In deel aan de rechterzijde met de bronzen gevel herbergt de protestantse Pauluskerk. William Alsop staat bekend om het gebruik van felle kleuren en ongebruikelijke vormen. Hij ontwerpt over de hele wereld. Bekend zijn Ferry Terminal in Hamburg en het metro station in North Greenwich, Londen. Het complex met zijn golvende gevel. Critici menen dat het grote gebouw niet past binnen de 19e eeuwse kleinschalige bouw langs de Westersingel, anderen vinden het juist een goede schakel tussen het high tech centraal station en het Schouwburgplein.

<D>

café de UnieIets verderop staat, eveneens aan de overzijde, op nr. 34 de replica uit 1985 van het vooroorlogse café De Unie, een ontwerp van J.J.P. Oud uit 1924. De vlakverdeling en het gebruik van primaire kleuren maken De Unie tot een uitgesproken De Stijl-compositie. Oud behoorde met andere kunstenaars als de schilder Mondriaan, de meubelmaker en architect Rietveld en anderen tot de kunstgroep rond het tijdschrift De Stijl. Abstracte vormen en primair kleurgebruik waren verplicht. De reclame-elementen maken integraal deel uit van het ontwerp. Het gebouw stond oorspronkelijk aan de Coolsingel, maar werd in mei 1940 verwoest door Duitse bommen. In 1986 werd het onder leiding van Carel Weeber hier als replica herbouwd.

We gaan  linksaf de Van Oldenbarneveldtstraat in.

<E>

 

Bij de Karel Doormanstraat gaan we rechtdoor.

 

Tramhalte lijn 8, 23, 25

Verderlopend kruisen we opnieuw de Lijnbaan. We lopen iets verder door.

<F>

Links zien we de 70 meter hoge B'Tower, een woon- en winkelgebouw naar een ontwerp van Wiel Arets. Het gebouw kwam in 2013 gereed. Tijdens de bouw raakten vijf bouwvakkers zwaar gewond toen een vloer naar beneden stortte. De bouw werd enkele maanden stilgelegd. De eerste vier etages sluiten aan op de bouwhoogte van het warenhuis De Bijenkorf, die ernaast staat. De "B" uit de naam van het gebouw komt ook van de Bijenkorf. Op dezelfde grond stond ooit een paviljoen van de Bijenkorf, de zogenaamde Bijkorama. In de plint van het gebouw is een mode zaak gevestigd. Daarboven zijn twee parkeerlagen. In de 15 woonlagen daarboven bevinden zich 78 appartementen. Alle appartementen hebben een balkon, dat uitsteekt ten opzichte van het gebouw.  De parkeergarage is toegankelijk door middel van een speciale lift. De 24 huurwoningen zijn ingericht als short-stay appartementen, maar kunnen eventueel worden verbouwd naar een andere indeling. Op het dak van zowel de winkelruimte als de woontoren is een daktuin aangelegd.

We staan nu aan het begin van de BeurstraverseBeurstraverse ("Koopgoot"). Het nieuwe winkelhart van Rotterdam werd in 1996 geopend. Jarenlang had het beursplein open gelegen om dit verlaagde winkelgebied te realiseren. En passant verdwenen de naoorlogse gebouwen van Hema, C&A en Kreijmborg. Het resultaat is een, door Pi de Bruin ontworpen, halfopen tunnel die zich van de Lijnbaan, onder de Coolsingel door naar de Hoogstraat slingert. De Bruin werkt daarbij samen met de Jerde Partnership (Los Angeles) voor het ontwerp van de inrichting van de openbare ruimte. De traverse wordt bijvoorbeeld opgevrolijkt door twee "bedriegertjes" die zeer populair zijn bij kleine kinderen.

Links zien we het gebouw van Rotterdamse vestiging van de Bijenkorf (1952-57). De Bijenkorf was het eerste gebouw van de wederopbouw dat ontworpen werd door een internationaal vermaarde architect: de Hongaars-Amerikaanse architect Marcel Breuer. Het gebouw verving het pand uit 1927 dat door Dudok was ontworpen, maar in 1940 zwaar was beschadigd. Van herstel werd afgezien, omdat het oude pand het stedenbouwkundig plan van de wederopbouw in de weg stond. De nieuwe Bijenorf is gebouwd als een gesloten doos en heeft een gevel met raatvormige travertinplaten.  De vorm van de platen verwijst uiteraard naar een bijenraat en de naam van de winkel. De platen hebben een elk unieke textuur, waaraan deeltjes uit de lucht zich hechten. Zwart/witte lijnenspel was door Breuer voorzien en bedoeld. Al had Breuer de schepen van de Leuvehaven als vervuilingsbron in gedachte en niet het drukke autoverkeer. De gevel mag dan ook niet gereinigd worden! Het gesloten karakter heeft als doel de bezoekers van de Bijenkorf niet af te leiden met een uitzicht, zodat ze zich kunnen concentreren op het winkelen zelf. Dit principe werd in Amerikaanse warenhuizen al lange tijd toegepast en was compleet in tegenspraak met het open karakter van Dudok's vooroorlogse ontwerp. Alleen het restaurant en de kantoren hebben ramen met uitzicht. Aan de Coolsingelzijde staat een plastiek van Gabo. De plastiek was een compromis tussen de architect en de stedenbouwers. Het gebouw wijkt af van de rooilijn, een doodzonde in de stedenbouw. Om de rooilijn enigzins te herstellen werd dit naamloze kunstwerk van Gabo in opdracht gegeven en geplaatst.

We steken de Coolsingel over.

Metrostation Beurs (lijnen A, B, C, D, E)

Tramhalte lijnen 8 en 21, 23, 25

Aan de Coolsingel, op de hoek met het Beursplein, staat de Koopmansbeurs. Het gebouw is tussen 1935 en 1940 gebouwd naar een winnend ontwerp van J.F. Staal. Al in 1913 besloot de gemeente tot de bouwBeursgebouw & World Trade Center van een reeks representatieve gebouwen aan de Coolsingel. Naast het stadhuis en het hoofdpostkantoor werd ook de beurs aan de nieuwe stadsboulevard gesitueerd. In 1925 werd het plan opgevat om in een publiek-private samenwerking het gebouw te stichten, waarin naast de beurs en de kamer van koophandel  ook kantoren, winkels en een restaurant moesten komen. Door het gebrek aan kantoorruimte in de oorlog werd meteen een extra vleugel bijgebouwd. Boven de entree rijst een ranke klokkentoren omhoog. Het bevat een klokkenspel dat dagelijks bespeeld wordt. Achter het grote raam aan de Coolsingelzijde was de vergaderzaal voor het bestuur van de Kamer van Koophandel bedacht.  Boven op de beurszaal is tussen 1983 en 1986 een kantoortoren gebouwd van 20 lagen. Het gebouw is ellipsvormig en heeft een groene vliesgevel en aluminium gevelpanelen. Deze kleuren van het World Trade Center (Rob van Erk; Groosman Partners) sluiten aan op die van het oorspronkelijke beursgebouw.

We slaan rechtsaf de Coolsingel op en lopen voorbij C&A steken we Bulgersteijn over.

<G>

 We komen dan bij het Erasmusgebouw van Dudok uit 1934, waarin nu de Deutsche Bank is gevestigd. Het in lichtgekleurde bakstenen uitgevoerde gebouw staat op een zwart granieten plint. Het is een zakelijk uitgevoerd gebouw, maar Dudok heeft er toch wat decoratieve elementen aanErasmushuis toegevoegd, zoals de balkonnetjes en de patrijspoorten in het trappenhuis. In de zijvleugel creëerde Dudok ruimte voor een bedrijfsrestaurant. Deze vleugel staat op palen, zodat vanaf de Coolsingel de achterzijde van het 17e eeuwse Schielandhuis zichtbaar bleef.

We lopen verder over de Coolsingel tot de hoek met de Blaak (Churchillplein) 

Op de hoek staat de kantoortoren van de Robecogroep, die Wim Quist in 1986 ontwierp. Het gebouw werd in 1992 voltooid. Het sobere gebouw heeft een net niet vlakke marmeren gevel. De lagere delen van het gebouw sluiten aan op de bouwhoogten van het Erasmusgebouw en het Schielandhuis.

Aan de overkant van de Blaak staat nog een ontwerp van Quist. Het is een driehoekig wit gebouw voor het Maritiem Museum Rotterdam. Quist houdt van meetkundige vormen als kubussen, driehoeken en rechthoeken. Dit zagen we al aan zijn ontwerp voor de Schouwburg en ook de Robecotoren en het Maritiemmuseum laten deze voorkeur zien. Het maritiem museum dateert uit 1986 en sluit de erachter gelegen Leuvehaven visueel af van de Coolsingel. Daarmee werd een stedebouwkundig uitgangspunt van het wederopbouwplan van 1946, nl. het Venster op de Rivier verlaten. Voor dit concept moest inderdtijd de Bijenkorf van Dudok uit 1927, die op die plek stond - tot veler verdriet - wijken.

We slaan linksaf de Blaak op en meteen weer links de Korte Hoogstraat in.

<H>

Rechts Fortis Bank 1995zien we een kantoor dat werd gebouwd voor een van de voorgangers van de Fortis Bank. Ook  deze bank bestaat niet meer na een gedwongen fusie met ABNAMRO. Deze kantoortoren is ontworpen door de Duits/Amerikaanse architect Helmut Jahn van Murphy/Jahn Architects.  Het Amerikaans aandoende kantoorgebouw reageert op het tegenover gelegen Schielandshuis uit 1665 door middel van een lage uitbouw en een betonnen 'vakwerk'.   Het gebouw is 106 meter hoog heeft 30 etages met  een oppervlak van ca. 38.000 vierkante meter. Het gebouw heeft vier verschillende gevels. Het gebouw heeft een gebogen gevel aan de kant van Blaak en Rotte. Aan de kant van de Korte Hoogstraat staat een schuin omhooglopend lager gedeelte van elf verdiepingen, dat wel als 'bussle' of  'rugzakje' wordt betiteld. De eerste etages van deze uitbouw zijn uitgespaard zodat het Schielandhuis zichtbaar blijft vanaf de Blaak. Door zijn asymmetrisch ontwerp heeft de toren van iedere zijde een andere uitstraling en verschilt daarmee duidelijk van de naburige geometrische toren van Robeco (Quist) en de Schielandtoren (De Bruijn). 

Tegenover de kantoortoren staat het Schielandhuis. Het Schielandshuis werd tussen 1662 en 1665 gebouwd in opdracht van het hoogheemraadschap van Schieland. Het ontwerp in renaissancestijl is van de koopman Jacob Lois en de bekende architect Pieter Post. SchielandshuisHet zou bijna anderhalve eeuw dienst doen als ontvangst-, vergader- en logeerruimte van het polderbestuur. Daarna werd gemeentebezit. Bij zijn bezoek aan Rotterdam in 1811 logeerde de Franse keizer Napoleon Bonaparte drie dagen in het Schielandhuis. Het Schielandhuis is in 1864 afgebrand, maar in 1868 alweer opgebouwd. Het deed dienst als museum (Boijmans), gemeente-archief en sinds 1935 historisch museum. Het pand kwam vrijwel ongeschonden uit het bombardement van 1940. In de jaren zeventig werden nieuwe plannen voor het monumentale pand gemaakt. Na een grootschalige restauratie werd Het Schielandshuis in 1986 officieel heropend. Het oorspronkelijke 17de-eeuwse uiterlijk werd hersteld. Het Schielandshuis werd de hoofdvestiging van het Museum Rotterdam, maar deze instelling heeft het gebouw in afwachting van een nieuw onderkomen alweer verlaten.

We lopen de Korte Hoogstraat verder uit steken het Beursplein over, passeren het warenhuis Vroom & Dreesmann (aan de rechterhand) en vervolgens het Rode Zand in. We slaan de eerste straat, de Meent,  links in.

<I>

We lopen tot de stoplichten en slaan rechtsaf de Coolsingel op.

We zien rechts voor ons de het voormalig Postkantoor uit 1923. Het postkantoor markeert de voorname status die de Coolsingel als stadsboulevard moest krijgen. Tot ongeveer 1850 vormde de Coolsingel de westgrens van de ommuurde stad.  In de 2e helft van de 19e eeuw begon Rotterdam door de havenontwikkeling aan een spectaculaire bevolkingsgroei. Men ging buiten de muren bouwen en na de invoering van de nieuwe vestingswet van 1874 konden de stadsmuren worden gesloopt. In het begin van de 20e eeuw ontstond er bij het stadsbestuur - met name bij burgemeester Zimmermann - behoefte aan een mondaine stadsboulevard, zoals die in Parijs en Brussel in eind 19e eeuw waren aangelegd. Ook waren bestaande publieke gebouwen zoals het stadhuis, het postkantoor en de beurs te klein geworden voor de groeiende stad. Plannen werden gemaakt om de Coolsingel om te vormen tot zo'n stadsboulevard. In 1913 werd de Coolsingel gedempt. Voor het stadhuis en postkantoor moesten oude krottenwijken als de rosse buurt "Het Poldertje" of Zandstraatbuurt wijken.  In het bombardement van 1940 bleven de grote gebouwen aan de Coolsingel wonderwel nagenoeg gespaard. Het Postkantoor is een ontwerp van rijksbouwmeester Bremer. Van buiten is het een nogal statig neo-classistisch gebouw (met afstekend rood pannendak). Om het stadhuis een meer prominente positie aan de Coolsingel te geven wijkt het postkantoor een enkele tientallen meters naar achteren. Hiermee werd het tegenovergestelde bereikt. Het postkantoor krijgt hierdoor een voorplein, terwijl het stadhuis te dicht op de Coolsingel staat om een monumentaal effect te bereiken. Vijf reliëfs in de gevel stellen de vijf werelddelen voor, die het wereldomvattende werkgebied van de posterijen moeten verbeelden. Europa wordt boven de hoofdingang voorgesteld door een jong gezin. Binnen is het intererieur verrassend mooi. De centrale hal is 22,5 meter hoog en wordt overspannen door een parabolisch tongewelf.

Even verderop staat het Rotterdamse stadhuis

<J>

In 1910 kreeg Henri Evers, docent aan de Academie voor Bouwkunst in Rotterdam en de TH in Delft de opdracht voor een  voorstudie voor een nieuw stadhuis. Op basis van de voorstudie van Evers, een goede bekende van burgemeester Zimmermann, schreef de gemeente in 1912 een prijsvraag uit. Daarvoor werden de meest vooraanstaande architecten van die tijd uitgenodigd.  De prijsvraag verliep op basis van strakke protocollen ontleend aan de École des Beaux-Arts. De regels van de prijsvraag dicteerden nauwkeurig hoe ontworpen moest worden en hoe het ontwerp moet worden gepresenteerd. Op basis van het schetsontwerp van Evers moesten de deelnemers een ontwerp indienen. Burgemeester Zimmerman, die voorzitter was van de jury, gaf zijn eigen persoonlijke draai aan het juryrapport. Hij wist het zo te herschrijven dat het voorstel van Burgemeester en Wethouders aan de gemeenteraad alleen de aanbeveling bevatte het ontwerp van Evers uit te voeren. Op 5 juni 1913 stemde de Rotterdamse gemeenteraad voor uitvoering van diens ontwerp.

In 1914 werd begonnen met de bouw van het stadhuis, dat in 1920 werd voltooid. Het ontwerp van Evers oogt aan de buitenkant sterk renaissancistisch, maar laat binnen daarentegen ook elementen uit byzantijnse en romaanse architectuur zien. Het symmetrische gebouw bestaat uit vier vleugels van vier lagen rond een openbare binnentuin. De  toren wordt bekroond met een vredesengel van beeldhouwer Keller. Het carillon - geschenk van rederij Van Ommeren - is in de oorlog door de Duitse bezetters weggevoerd en in 1948 vervangen. De belangrijkere en representatieve  ruimtes, zoals de raadzaal, burgerzaal, en de kamer van de burgermeester liggen aan de voorzijde van het stadhuis aan de Coolsingel. In het achterste deel, dat door een binnentuin en een doorrit van het voorgedeelte gescheiden is, liggen de kantoren voor de administratie en het bureau burgerzaken. 

Het gebouw is gebaseerd op een constructie van gewapend beton, waarover een façade is opgetrokken van zandsteen en leien kappen.  In de trapgevel zijn de Stedemaagd en het gemeentewapen te zien, als ook de gemeentewapens van de gemeenten die in de loop der tijd door Rotterdam zijn geannexeerd. 

Voor het stadhuis staan twee standbeelden. Rechts, onder het raam van de burgemeesterskamer staat dat van voormalig Raadspensionaris van Rotterdam Johan van Oldenbarnevelt (1547-1619), die na zijn tijd in Rotterdam een belangrijke rol speelde in het bestuur van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Als gevolg van een politiek en religieus conflict met stadhouder prins Maurits van Oranje, werd hij 1619 in Den Haag onthoofd. Aan de linkerzijde van het stadhuis staat een beeld van Hugo de Groot. Deze staatsrechtgeleerde en grondlegger van het Volkerenrecht en in het bijzonder het Zeerecht, is ook Raadspensionaris in deze stad geweest. In het conflict tussen Maurits en Van Oldenbarneveld stond hij aan de zijde van de laatste en zijn republikeinse medestanders. De Groot wer gearresteerd en levenlang opgesloten in slot Loevestein. Hij wist echter - in een boekenkist - te ontsnappen en vestigde zich daarna in Parijs.

Metrostation Stadhuis (lijnen D, E)

Tramhalte lijnen 21 en 23

We lopen voorbij het stadhuis en slaan rechtsaf het Doelwater in. We lopen langs het Hoofdbureau van politie.

<K>

We slaan rechtsaf het Raam in en vervolgens linksaf de Zandstraat en daarna  rechtsaf het Haagse veer en lopen tot de Meent

<L>

Net voor de brug op de hoek van de Meent en de Westewagenstraat staat een voormalig kantoor van verzekeraar "De Nederlanden van 1845" van Dudok uit 1952. Dit naoorlogse gebouw van de eigenzinnige architect Dudok werd pas echt bekend toen het in gebruik werd genomen als grand-café. Het café werd vernoemd naar de architect en daarmee werd ook het gebouw in de belangstelling getrokken. Het gebouw werd als kantoor en woningblok door Dudok ontworpen in opdracht van de verzekeringmaatschappij De Nederlanden van 1845. Dudok werd eind jaren dertig vaste architect van dit bedrijf en volgde daarbij H.P. Berlage op. Het bijkantoor van De Nederlanden was tijdens het bombardement van 1940 verwoest. Dudok's eerste ontwerp voor een nieuw pand was voorzien van een puntdak, maar dit werd vanwege de oorlogssituatie nooit gerealiseerd. Het uiteindelijke ontwerp is veel moderner van aard. De twee ontwerpen geven de balanceeract aan, die Dudok in zijn loopbaan uitvoerde tussen traditionalisme en functionalisme. Het gebouw bestaat uit een 6 meter hoge beneden verdieping, die dienstdeed als kantoorruimte. Deze ruimte is van buitenaf herkenbaar door de glaspuien. Daarboven zijn in vier lagen 16 maisonnettes gebouwd voorzien van een bakstenen gevel. Het gebouw wordt afgerond met een schaaldak. Het kantoor deel is niet ingedeeld, maar  wordt slechts door ronde pilaren onderbroken. Aan de entreezijde aan de Meent is een entresol. De kantoren op deze entresol waren door glaswanden van de kantoorzaal gescheiden. De entree was op de hoek van de Meent en de Westewagenstraat. De oostgevel, die doorloopt tot in het water, is voorzien van kleine balkons. Het gebouw heeft reeks kleine ronde raampjes, typisch voor Dudok in die tijd. 

We lopen over de brug over het Haagse veer en slaan na 150 meter rechtsaf de Binnenrotte (3e straat na de brug) op.

<M>

Op de Binnenrotte wordt 3x per week markt gehouden (dinsdag, zaterdag en zondag). De uitloper van de Rotte stroomde hier tot 1870 naar de Nieuwe Maas. Ze werd gedempt voor de aanleg van een spoorwegviaduct, dat inmiddels is vervangen door een spoortunnel. Aan de overzijde van de straat (of plein) staat het appartementen complex City Building van architect John Bosch uit 2003.

Het gebouw sluit aan op het erachter liggende oude Spaarbank gebouw van JJP Oud uit 1957, waarmee het een carrévormig bouwblok vormt, begrensd door twee stegen, de Botersloot en de leegte van de Binnenrotte. Met de vorm van City Building wil  Bosch het bankgebouw  respecteren, maar ook zoveel mogelijk massa maken. Het massale gebouw dat naar boventoe in volume toeneemt  is in de beschikbare locatie gevoegd, terwijl het aansluit op het oude bankgebouw. Als een gebaar naar het oude bankgebouw lijkt de bouwmassa gedeelte omgevouwen te zijn.

We lopen verder over de Binnenrotte en passeren de kruising met de Hoogstraat.

<N>

Aan de linkerzijde van de Binnenrotte op de hoek met de Hoogstraat staat de Centrale Bibliotheek van Rotterdam. Dit gebouw uit 1983 is deels geïnspireerd door het Centre Pompidou in Parijs, getuige de leidingen en ventilatiekanalen aan de buitenzijde. Het ontwerp is van Jaap Bakema, die eerder een team vormde met collega Van den Broek en met hem veel gebouwen in de wederopbouwperiode na de oorlog in Rotterdam realiseerde. Naast de gele leidingen aan de buitenzijde valt ook de "Glazen waterval" aan de voorzijde op, waarachter een vide met het (rol)trappenhuis is gesitueerd. De inrichting is al vele malen aangepast aan de veranderende eisen van de tijd. In het gebouw is ook een theater en café, met terras op de 1e etage gevestigd.

Tegenover de bibliotheek is in 2014 de Markthal Rotterdam geopend. Het ontwerp is van Winy Maas van  MVRDV-architecten. De markthal is ontworpen naar voorbeeld van soortgelijke hallen in andere Markthalgrote steden in Europa, met name in Zuid- en Noord-Europa. In de hal bevindt zich een overdekte versmarkt met ruimte voor 100 kramen en 12 winkels. Onder het complex is plaats voor 1200 auto's. Wat de hal uniek maakt is de enorme hoogte en de combinatie met woningen.  In de boogvormige wanden zijn 228 appartementen gerealiseerd en op straatniveau is ruimte voor horeca en terrassen. Aan de binnenkant van de boogvormige hal is een indrukwekkend kunstwerk van ruim 11.000 m2 aangebracht. Het werk is gemaakt door Arno Coenen en bestaat uit uitvergrote afbeeldingen van de verse producten die in de Markthal verkocht worden, gemengd met iconische beelden van de stad. De glaswanden die de voor en achterkant afsluiten zijn aan het plafond opgehangen.

We lopen voorbij de bibliotheek

<O>

Naast de bibliotheek staat een ronde woontoren. Het is een ontwerp uit 1984 van de architect Piet Blom, die het Schreierstoren noemde, naar een 16 eeuwse vestingtoren in Amsterdam. In Rotterdam staat deze woontoren bekend als "het Potlood". Het vormt een geheel met Blom's beroemde Kubuswoningen. Blom beoogt een mediterrane, kleinschalige woon- en leefomgeving te creëren. De woningen vormen, wat Blom een stedelijk dak noemt. De voetganger kan via het wandeldek dat onder de woningen doorloopt langs winkeltjes en kantoren het uitgaans- en woongebied rond de Oude Haven bereiken. Blom had van het progressieve stadsbestuur een studieopdracht gekregen voor het Oude Haven gebied. Dit handelsgebied was na het bombardement van 1940 braak blijven liggen. Volgens het bestemmingsplan moest er gebouwd worden in hoge dichtheden, waarbij het bestuur prioriteit gaf aan sociale woningbouw. Blom vond dat de Oude Haven alleen kans van slagen had als het via een brug over de verkeersader Blaak, verbonden werd met de binnenstad, de markt en de bibliotheek. Inspiratie haalde Blom uit de Kasbah's van Noordafrika en de Ponte Vechio van Florence. De kubuswoningen vormen een soort gewelf boven de loopbrug. 

De kubuswoning, ook wel boom- of paalwoning genoemd, bestaat uit een gekantelde houten kubus die met één punt op een betonnen zeshoekige kern staat. In deze 'stam' bevinden zich de entree en het trappenhuis. De kubus telt drie verdiepingen: het 'straathuis' met keuken en woonkamer, het 'hemelhuis' met de slaapkamers en het 'loofhutje' bovenin. In de kern zijn de enige verticale wanden te vinden; de rest van de wanden lopen schuin. Er is ook een kijkwoning die men kan bezichtigen.

 Rechts zien we het NS station Blaak. In 1993 verving de Willemsspoortunnel het spoorwegviaduct (luchtspoor) dat hier ruim honderd jaar dienst deed. Hierdoor is ook het door spoorarchitect Harry Reijnders ontworpen station Blaak nu ondergronds. Er is gekozen voor een open struktuur vanwege de sterke luchtstromen die worden veroorzaakt door de langsrazende treinen. De overkapping is een schuinhangende glas/staal constructie.

<6>

Metrostation Blaak (lijnen A, B, C)

Tramhalte lijn  21

NS Station Rotterdam Blaak

We lopen onder de Kubuswoningen door en steken bij de stoplichten rechstaf de Blaak over. Vervolgens lopen we via min of meer rechtdoor via de Slepersvest naar de Oude Haven.

OudehavenWe zijn nu in het Oude Havengebied. De Oude Haven is met recht de oudste haven van Rotterdam. In 1351 was hier al een steiger. In de eeuwen daarna kwam dit gebied tot ontwikkeling. Vele heren- en pakhuizen waren hier en aan de Geldersekade gevestigd. In 1940 bleef hier weinig tot niets van over. De herontwikkeling van het gebied werd in 1977 aan architect Piet Blom opgedragen. Blom is een typische aanhanger van kleinschaligheid. Er is hier een woon- en uitgaansgebied ontstaan rondom het havenbekken, dat dienst doet als museum voor oude schepen. Aan de zuidzuide is een oude scheepswerf Koningspoort ingericht. Aan de noordzijde ligt voormalig Theatercafé Plan C. Het oorspronkelijke vooroorlogse Plan C was ooit een winkel waar schepen onderdoor konden varen op weg naar de Kolk.

We volgen de Spaansche Kade, die leidt naar de Spaanse Brug.

<P>

Rechts aan de overkant van het water van de Oude Haven valt natuurlijk het Witte Huis op. Het Witte Huis Witte Huiswerd in 1898 voltooid en was met zijn 45 meter lange tijd een van de hoogste gebouwen van Europa. Het gebouw kreeg indertijd nauwelijks bijval uit vakkringen omdat gekozen was voor een traditionele bouwmethode van gemetselde draagmuren en niet zoals in de V.S. van een stalen skelet. Hierdoor moest de bouwhoogte beperkt blijven. Om de constructie te dragen moesten de muren op straat niveau heel zwaar worden uitgevoerd. Het gebouw werd met 900 palen onderheid, waardoor een naburig pand door de ondergrondse druk bezweek. Voordeel was dat het Witte Huis iets groter kon worden gemaakt. De buitenkant is in Art Nouveau stijl versierd. Let ook op de zes façade beelden die Arbeid, Vooruitgang, Nijverheid, Handel, Landbouw en Zeevaart verbeelden.

Over de Spaanse Brug slaan we rechtsaf en lopen om de oude scheepswerf Koningspoort heen. We gaan rechtsaf de brug over en vervolgens linksaf de Wijnhaven op.

<Q>

De panden naast het Witte Huis waren natuurlijk al opgevallen. Deze "Wijnhavenpanden" zouden in 1987 worden gesloopt in verband met de bouw van de spoortunnel. Hoewel de gebouwen niet zo uitzonderlijk waren rees hiertegen verzet. Er was voor die tijd al zoveel gesloopt in het kader van de vooruitgang. Deze panden behoorden tot de weinige koopmanshuizen in deze buurt die het bombardement hadden overleefd. Het protest werd gehonoreerd. De panden werden steen voor steen afgebroken, opgeslagen en na de gereedkkoming van de tunnel weer opgebouwd. Nummer 7 dateert uit 1718, Nummer 9 uit 1628. Nummer 11 is "nieuwbouw" uit 1903 ter vervanging van een pand uit 1717. Nummer 13 is een rijksmonument, gebouwd in 1616-20. In 1742 was hier een zeepziederij gevestigd. Nu is hier het Mariniersmuseum. Ook nummer 15 is een rijksmonument. Het heeft een vroeg 19e eeuwse gevel. Het was ooit in bezit van de familie Van Ommeren. Het pand op nr 21 is classicistisch. In het water van de Wijnhaven staat het oude brugwachterhuis van de afgebroken Willemsspoorbrug uit 1878, dat eveneens naar de aanleg van de spoortunnel is teruggeplaatst. Het pand op nr 23 is echt nieuwbouw, dat het gat moet dichten tussen de woontoren Wijnhaeve en de oude panden. Het werd in 2010 opgeleverd en sluit architectonisch aan op de oude panden.

De okerkleurige woontoren Wijnhaeve dateert uit 2008 en is ontworpen door KOW-architecten. Het staat net naast de ondergrondse spoortunnel. De toren wordt naar boven toe steeds ranker (verjongt in architectuurtermen), waardoor de woningen op die woonlaag over een dakterras beschikken. De andere appartementen hebben alleen buitenruimte als ze hun schuifpui open zetten. Het gebouw doet nog het meest denken aan de cultuurpaleizen, die Stalin in de jaren 50 in Oosteuropese hoofdsteden (Warschau, Riga)  liet neerzetten.

We lopen verder onder het viaduct van de Verlengde Willemsbrug door.

<R>

Aan onze linkerhand zien we over het water het Wijnhaveneiland liggen. Op de punt van het eiland staat het woon-, kantoor en winkelcomplex The Red Apple van KCAP-architecten uit 2009. Red Apple

Het Wijnhaveneiland is bezig aan een transformatie van een saai kantorengebiedje naar een mix van wonen, werken en recreëren. Centraal daarin staan de hoge woontorens, waardoor veel woningen in het hogere prijs- en kwaliteitssegment aan het door water omgeven gebied worden toegevoegd. Naast nieuwe woontorens is onlangs ook de buitenruimte aangepakt en zijn de kades langs de 17e eeuwse Scheepmakershaven en Wijnhaven als wandelgebebieden ingericht.

De 127 meter hoge The Red Apple appelleert met zijn naam aan de gewenste gelijkenis van Rotterdam met New York (The Big Apple), de rode gevel kleur en de appelmarkt die in de 17e en 18e eeuw op deze locatie werd gehouden. The Red Apple heeft een vuurrode toren met een golvende aluminium gevel met daartussen glas en Parijse balkonnetjes. De glasstroken in de gevel verschillen per etage en de rode banen die de appartementen afbakenen slingeren daarom een weg omhoog naar de top. Dwars op de toren staat het kopblok. In het kopblok is een atrim gecreëerd atrium, dat toegankelijk is voor de bewoners.

In The Red Apple zijn 131 woningen, hiervan zijn er 72 in de toren en 36 in het kopblok ondergebracht. Tevens bevat The Red Apple 3.900 m2 kantoorruimte en 1.600 m2 winkelruimte. De kantoorruimten ruimten bevinden zich in de punt van het gebouw, verdeeld over de 2e tot en met de 6e verdieping. De winkels zijn grotendeels gelegen aan een inpandige winkelpassage, die de Wijnhaven met de Scheepmakershaven verbindt.

We slaan rechtsaf het voetpad op dat naar het trappetje leidt, waarover we op het viaduct van de Verlengde Willemsbrug kunnen komen. Bovengekomen gaan we bij de bushalte rechtsaf de Wijnhaven over.  Bij de stoplichten steken we over.

<S>

We komen dan bij een gebouw waarin  een sportschool en een restaurant zijn gevestigd. Het  werd in 1996 gebouwd naar een ontwerp van Hubert-Jan Henket op de vesten van het bruggehoofd van de voormalige Willemsbrug. De brug werd in 1878 gebouwd om het in ontwikeling geraakte Rotterdam Zuid te ontsluiten. In 1981 werd ze vervangen door de nieuwe Willemsbrug, die we links zien liggen. In datzelfde jaar werd de oude brug gesloopt. De bruggenhoofden bleven echter bewaard. Het restaurant ligt half onder de waterspiegel. Er zijn uitgebreide maatregelen getroffen, opdat het gebouw zelfs een aanvaring van een binnenvaartanker dan doorstaan!

We lopen rechtsaf langs het water van de Nieuwe Maas over De Boompjes

In de 16e eeuw werd deze kade ontwikkeld. In 1613 werd een dubbele rij Lindenbomen geplant, waardoor de naam Boompjes in zwang kwam. In de 18e eeuw werd de Boompjes een soort "Goudkust", een populair woonadres voor de gegoede burgerij, die hier luxueuze koopmans- en herenhuizen liet bouwen. Aan de overkant van de rijweg staat het gebouw Willemswerf waarin onder andere de Deense rederij Maersk is gevestigd. W. Quist, representant van het rationalisme in de bouwkunst, ontwierp dit gebouw uit 1989. Op de krappe kavel, Willemswerfingeklemd tussen de Scheepmakershaven en de Boompjes, heeft Quist een kantoorgebouw gerealiseerd voor de Koninklijke Nedlloyd groep. De locatie werd oorspronkelijk ontdekt door Rem Koolhaas als een locatie voor een appartementencomplex. Het idee kwam - als zoveel van de vroege plannen van zijn bureau OMA - niet verder dan de maquette. Door zijn positie aan de Boompjes heeft het een beeldbepalende positie aan de kades van de Nieuwe Maas. Het kantoor gebouw is gebouwd boven op een parkeergarage van vier lagen die toegankelijk is via een spiraalvormige oprit. Het gebouw bestaat uit een schijfvormig blok, 100 meter breed en 90 meter hoog, bekleed met wit geglazuurd betegelde betonplaten. De kopgevels zijn vrijwel gesloten en worden de laatste tijd gebruikt voor grootschalige reclame-uitingen. Aan de rivierzijde laat de vliesgevel een karakteristieke wig zien, die weerspiegeld wordt in een knik in de Boompjes. Aan de stadszijde bevinden zich in een uitstulping de liften en de trappen. Onder het gebouw door loopt een doorgaande straat die uitkomt aan de Hertenkade en de Scheepmakershaven. Het gebouw verraadt de rationalistische voorkeur van Quist voor goniometrische vormen.

Op de begane grond, het niveau van de Boompjes, is de grootschalige entreehal. Na de parkeergarage, met een afwijkende maatvoering, komt het eigenlijke kantoorgebouw. De eerste kantoorlaag wordt ingenomen door het bedrijfsrestaurant en vergaderzalen. De bovenste laag bevat techniek en kamers voor de Raad van Bestuur. De andere lagen zijn vrij indeelbaar

We lopen door houden links aan en lopen naar beneden naar de Boompjeskade.

Als we naar de overkant van het water kijken, zien we de Maaskade. Dit is de noordoever van het Noordereiland. Het Noordereiland ontstond in 1871 toen de Noorderhaven (nu Koningshaven) werd Ooms, Maaskadegegraven. Aan de Maaskade staan twee opvallende gebouwen. Eerst zien we  het Jugendstil kantoorgebouw van makelaarskantoor Ooms (in 1915 gebouwd voor rederij Van Driel). Het is een ontwerp van De Roos en Overeijnder. Het heeft een hoog oplopend dak en steekt daarmee hoog boven de buren uit. Op het dak stond oorspronkelijk de firmanaam Van Driel. De gevel is opgebouwd uit lichtgele natuursteen met daarin verschilende Jugendstil elementen (zeepaardjes, vissen en Hermesstaven). Het interieur is nog origineel en eveneens Jugendstil. Verderop naar rechts staat het Hulstkampgebouw.  Dit werd in 1889 opgeleverd voor margarinefabriek Laming and Sons. Het rijkgedecoreerde neo-renaissance ontwerp is van de destijds bekende Rotterdamse architect J. Stok Wzn.  In 1919 vestigde de Jeneverstokerij Hulstkamp zich in het neo-renaissance gebouw. Na sluiting van de distilleerderij werd het een zalencentrum voor feesten en evenementen.

We lopen verder en zien aan de rechter hand het paviljoen van de voormalige Brasserie Boompjes (pand is helaas slechts te huur voor evenementen). Het beschikt onder het golvende dak over een panoramisch utizicht over de rivier. Het maakt deel uit van de herinrichting van de Boompjeskade in de jaren 80, die Rotterdam weer een blik op het water moest geven, nadat de stad in de wederopbouw zich met de rug naar het water had gekeerd. De terrazzo-arcade is van Kees Christiaanse en het Grand-Café van bureau Mecanoo en stammen beGebouw Hulstkampiden uit 1990.

We klimmen de trappen op naar de Boompjes en lopen door tot Leuvenhavenbrug.

Achter de Brasserie aan de Boompjes staat het gebouw De Maas, waarin de dienstkring Zuid-Holland van Rijkswaterstaat is gevestigd. Het gebouw uit 1988 is gebouwd in de vorm van een dukdalf. Het ontwerp is van Drexhage.

Verderop aan de Boompjes staat naast het voormalige filiaal (Bijbank) van de Nederlandsche Bank uit 1955 (Zwiers) te wachten op herontwikkeling. Daar links van zien we de hoogbouw van het accountantskantoor EY. Het gebouw neemt de plaats in van de aanbouw van de Bijbank, waarin de kluis was gehuisvest. De aanbouw werd in 2003 gesloopt, waarna de kantoortoren naar een ontwerp van de Amerikaanse architecten Philip Johnson en Alan Ritchie kon worden geboud (in samenwerking met het Rotterdamse bureau 01-10). Tijdens de ontwerpopdracht was Philip Johnson, bekend van de Seagram Building (1958) en de AT&T Building (1979) in New York, al 92 jaar (hij overleed in 2005 op 99-jarige leeftijd).  In hoeverre Johnson en Ritchie zelf bij het ontwerp betrokken zijn geweest is de vraag.  Aan de rivierszijde bestaat de gevel uit een halrond en een schuinoplopend rechthoekig deel. Aan de achterzijde aan de Scheepmakershaven is de gevel een driehoekige erker. Deze vormen zorgen voor een maximum aan uitzicht en lichtinval. Bovendien wordt de lokatie aan de Boompjes erdoor extra gemarkeerd. Aan de rivierzijde heeft het gebouw een lichtkuntswerk als omlijsting, die van kleur kan veranderen.

We lopen verder langs de Boompjes, lopen over de Nieuwe Leuvebrug

Aan de rechterhand zien we het Inntel hotel van architectenbureau  Tuns & Horsting uit 1989. Oospronkelijk bestond het complex uit een hotel en een Imax-bioscoop. Inmiddels is het bioscoopdeel gesloopt en in 2013 vervangen door een hoteluitbreiding met 5-sterren faciliteiten. Aan de zijde van de Leuvehaven is de  gevel voorzien van witte en grijze platen. Het gebouw staat op poten. De ruimte onder het gebouw aan de havenkade fungeert als parkeergarage. De entree van het hotel aan de Schiedamsedijkzijde ligt op niveau van de dijk, die een rol als waterkering speelt en daarom niet aangetast mocht worden. Aan de zijde van de Schiedamsedijk is te zien dat het gebouw zowel de rooilijn van de dijk volgt als ook een eigen diagonaal, die er schuin op staat. Op de bovenste uitkragende etage is het conferentiegedeelte en het zwembad gelegen. In 2006 is het hotel aan de Boomjeszijde uitgebreid met een toren, die wordt bekroond met een uitkragende daketage.

 

Metrostation Leuvehaven

Tramhalte lijn 8, 23 en 25

We slaan linksaf en lopen de Erasmusbrug op.

<T>

De Erasmusbrug is in 1996 geopend en kreeg al voor de voltooiing de bijnaam "Zwaan". Het ontwerp is van architect Ben van Berkel van UN Studio. Het is een tuibrug en de pyloon is ruim 123m hoog. Dat was op zich al groot nieuws. De brug kwam opnieuw in het nieuws toen de tuien bij een combinatie van matige wind en lichte regen heftig gingen trillen (harde storm was geen probleem!). Het probleem was snel uit de wereld door het aanbrengen van nieuwe schokbrekers. De brug vormt een essentieel onderdeel van het project om de Kop van Zuid bij het stadscentrum te betrekken. De brug verlengt de economische as Coolsingel-Schiedamsedijk naar zuid en verbindt deze met de Laan op Zuid. Het monumentale karakter van de brug maakt het tot een blikvanger van de eerste orde en het beeldmerk van de stad.

Rechts van de brug, nog aan de centrumzijde van het water staan een drietal woontorens. Het dichtst bij de brug staan de twee zwarte torens "De Hoge Heren" van Wiel Arets uit 2001. De 99 meter hoge torens bevatten op 34 etages 285 luxe appartementen. Op elke etage zijn 5 appartementen te vinden. De torens delen een voet, waarin de entree, de parkeergarages en de collectieve voorzieningen, zoals een sauna, zwembad, fitnessruimte en logeerkamers zijn ondergebracht. Daarnaast biedt de verhuurder servicediensten als maaltijden, boodschappendienst, kledingreiniging en schoonmaakdiensten. Het cHoge Heren en Hoge Erasmusomplex lijkt hiermee op een hotel. Ook voor de Tweede Wereldoorlog werden met name in Den Haag dergelijke serviceflats gebouwd. Op de Westzeedijk 126-130 tegenover de Kunsthal staat het enige Rotterdamse woonhotel van de architect Lourijsen. De torens zijn zeer strak ontworpen. Geen uitsteeksels op het dak of aan de gevel. De balkons zijn als loggia achter de gevel geplaatst. De gevel is bekleed met zwarte geprefabriceerde betonelementen. Door voor deze elementen rubberen mallen als bekisting te gebruiken is een soort steenkoolachtig effect ontstaan.

Iets meer naar het water staat de uit lichtgele baksteen opgetrokken "Hoge Erasmus" van archtitect Sybesma (Klunder Architecten) eveneens uit 2001. De toren is 90 meter hoog en bevat kantoorruimten in de onderbouw en 68 appartementen er boven in de toren zelf. Op de bovenste etages zijn de grote appartementen te vinden, met een uitschieter van 541 m² helemaal bovenin. De achtergevel is rood en hier heeft de architect zich uitgeleefd in een grote variëteit aan raampartijen.

Vanaf de brug zien we rechts het imposante gebouw De Rotterdam oprijzen. Het bestaat uit 3 aan elkaar gekoppelde torens van 150 meter hoog, die halverwege verspringen, zodat een overstek onstaat en het enorme gebouw speelser lijkt. Het gebouw is al in 2001 ontworpen door  Rem Koolhaas van het in Rotterdam gevestigde bureau OMA. Het duurde een tijd voordat er partijen gevonden werden om het gebouw te ontwikkelen en er huurders voor te vinden. De bouw startte in 2009, toen de gemeente besloot om de dienst stedelijke ontwikkeling naar dit gebouw te laten verhuizen. In 2014 is het gebouw in gebruik genomen. De torens zijn gevuld met een hotel, kantoren en appartementen. Daarnaast zijn er allerlei winkels, horecagelegenheden en sportfaciliteiten voorzien in de lagere etages, de voet waarop de drie torens rusten. Qua vloeroppervlak is De Rotterdam, met 160.000m² het grootste gebouw van Nederland, terwijl het maar een grondoppervlak in beslag neemt dat niet groter is dan een voetbalveld.

Architectonisch bestaat het gebouw uit drie volumes op een gemeenschappelijke voet, die 149 meter hoog rijken en die halverwege op 90 meter hoogte met een aantal meters verspringen. Hierdoor ontstaat een overstek en ruimte voor balkons. Met het gebouw heeft Koolhaas een verticale stad willen maken. De bewoners en gebruikers kunnen een groot deel van hun leven leiden zonder het gebouw te verlaten. Hoewel Koolhaas radicaal breekt met de modernistische functiescheiding of met herkenbaarheid van functies van buitenaf, heeft het gebouw met zijn gevel van glas en metaal, afgezien van het speelse verspringen van de torens halverwege, een streng modernistische verschijningsvorm. De onderste twee lagen vormen een transparante plint. In de gemeenschappelijke voet zit de parkeergarage (3 lagen) en de ontspanning. De appartemente zitten in de westelijke toren. Het hotel in het onderste deel van de oostelijke. De rest van de torens is kantooruimte.

Aan de overkant van de brug zien we links de Wilheminahof en de Wilhelminatoren. De  Wilhelminahof vormt de eerste fase van de ontwikkeling van kantoren op de Kop van Zuid. De kantoren ten behoeve van de rechtbank zijn direct naast en gedeeltelijk over het gelijktijdig gerealiseerde metrostation gebouwd. De overkluizing op 40 meter hoogte boven het metrostation vormt de verbinding tussen beide kantoren. Het concept is ontstaan door de noodzakelijke open ruimte boven de ondergrondse metrobuis, waarop niet gebouwd mag worden, te gebruiken als  een binnentuin.Van de vier zijden van het blok is die aan de Maaszijde het meest opvallend. Een brede wand van vijftien bouwlagen hoog waarin een tien lagen hoge poort is waaronder de metro rijdt. Het rechtbankcomplex telt twee gebouwen die via glazen loopbruggen met elkaar zijn verbonden. In het lage grijze gebouw, dat is opgetrokken uit hardsteen, bevinden zich de grote rechtszalen, het cellencomplex en de afdeling van de rechter-commissaris in strafzaken. In het hoge rode gebouw, dat uit baksteen is opgetrokken, zitten de kantoren, de kleinere rechtszalen en de centrale balie. In het pand aan de Posthumalaan 74, aan de rechterzijde van het complex, in het verlengde van de Erasmusbrug, bevindt zich bovendien een extra grote rechtszaal, die geschikt is voor zittingen met extra beveiligingsmaatregelen. Ook Maastorenandere rechtbanken kunnen van deze zaal gebruik maken. De gerechtsgebouwen zijn ontworpen door Kraaijvanger Urbis architecten. Voor het poortvormige gebouw van de rechtbank is een ellipsvormige kantoortoren gebouwd. Dit is een ontwerp van Zwarts en Jansma, evenals het metrostation Wilhelminaplein onder het complex. Het metrostation is rond de bestaande metrobuis gebouwd die hier schuin omhoog loopt om hoogte maken naar het viaduct verderop. Hierdoor lopen de perrons ook schuin af. Het station heeft een luxe uitstraling en afwerking. Door de diepe ligging is een spectaculair hoge entreehal van twaalf meter ontstaan. Een grote opening in het dak, tijdens de bouw logistiek noodzakelijk, voorziet het metrostation van natuurlijk daglicht. Op maaiveldniveau wordt de opening met een glazen borstwering afgeschermd.

Het aan de Laan op Zuid (links) gelegen deel huisvest de Belastingdienst en werd ontworpen door Cees Dam & Partners

Links aan het Wilhelminaplein staat de Maastoren uit 2009 van Diederik Dam. Met 161 meter is dit gebouw voorlopig het hoogste in Nederland. Het complex staat deels op een ingepolderd stukje van de Koningshaven. Het 44 etages hoge gebouw bestaat uit kantoren voor o.a. Deloitte en AKD en 8 lagen parkeergarages. De parkeergarage is 's avonds ook beschikbaar voor bezoekers van het Luxortheater. Duurzaamheid is in het project gebracht door o.a. het Maaswater en ondergrondse warmteopslag te gebruiken voor koeling en verwarming van het gebouw. Het maaswater vult ook het sprinklersysteem.  De voet van het gebouw is gemaakt van antracietkleurige natuursteen, met een glaswand, die twee lagen hoog is. Aan de waterkant bevat een glazen ruimte de receptie. Verder naar boven verandert de aluminium gevelbeplating van antraciet naar wit aan de top. Aan de straatzijde is de gevel zwart. De directiekamer is op de 45e etage en biedt een panoramisch uitzicht over de stad en de haven. Het hoogste punt is 's nachts verlicht.

We lopen de brug verder af en slaan bij het stoplicht rechtsaf.

Metrostation Wilheminaplein (lijnen D en E)

Tramhalte lijn 20/23/25

<U>

We staan nu voor het "Belvedère" aan, het eerste gebouw op de Wilhelminapier dat we tegenkomen. In dit gebouw (2000) van de hand van Renzo Piano (Parijs) is het regiokantoor van KPN telecom gehuisvest. Bekend is PianoBelvedère, Piano, 2000 geworden door zijn ontwerp van het Centre Pompidou in Parijs (samen met Rodgers) en in Nederland ontwierp hij al het NeMo tentoonstellingsgebouw in Amsterdam. Het Belvedère is één van de eerste projecten op de Wilhelminapier. Het is een 98 meter hoog kantoorgebouw, waarvan alle gevels verschillend zijn. Het meest in het oog springend is de oostelijke gevel aan de zijde van de brug, die voorover helt met een hellingshoek van 6°, dezelfde als die van de toren van Pisa. Dat Piano Italiaan is heeft daar vast mee te maken. De hellende gevel is ook een antwoord op hellende pyloon en tuien van de Erasmusbrug die er naast ligt. De hellende gevel wordt "gestut" door een metalenkolom van bijna 50 meter. De glazen gevel heeft een rasterpatroon voorzien van een kleine duizend groene lampen, die samen een animatiescherm vormen. Voor dit scherm worden door videokunstenaars animatie ontworpen, die doorlopend zijn te zien. Bewoners van het Noordereiland hebben voor elkaar gekregen dat de animaties na 10 uur 's avonds stoppen, omdat ze bij donker te veel onrust in hun huis- en slaapkamers veroorzaken. Het scherm vertoont dan de actuele stand van de maan. Tussen de Erasmusbrug en het gebouw van Piano staat de 'Tower of Numbers', een ontwerp van de Australiër Peter Wilson. Het bovenste getal toont de wereldbevolking, het onderste een willekeurig getal. De andere getallen zijn de tijd en het hartritme.

Tegenover het Bellvedere staat  het nieuwe Luxor Theater, naar een ontwerp van Peter Wilson (Architekturbüro Bolles & Wilson). Groter, moderner en meer toegesneden op de moderne eisen dan het oude. Bovendien is het nieuwe theLuxor theaterater uitermate geschikt voor het spelen van grootschalige producties als Zaalmusicals en opera's. Het gebouw van de Duits/Australische architecten Bolles & Wilson uit Münster heeft opvallende gevel die grotendeels uit etherniet beplating bestaat. De vormen lijken ontleend aan de scheepsbouw, hetgeen gepast lijkt op deze locatie aan het begin van de Wilhelminapier tussen Nieuwe Maas en Rijnhaven.Tegelijkertijd ademt het gebouw binnnen een intieme theatersfeer. Binnen wordt de aandacht getrokken door de immense entreehal, de imposante, brede, luie trap die vanaf de begane grond leidt naar de Rijnfoyer, diagonale kolommen, het vele glas, de prachtige doorkijkjes en twee grootse foyers die met elkaar in verbinding staan. De foyers kijken uit op de rivier en het havenbekken van de Rijnhaven aan de achterzijde. Het gebouw heeft eigenlijk één gevel die 360 graden beslaat.

Een inwendige oprit maakt het mogelijk dat 18 meter lange vrachtwagens direct het toneel kunnen bereiken. De expeditiestraat is verborgen achter oranje V-vormige kolommen. Het theater biedt plaats aan 1500 toeschouwers. Er is ook een horecagelegenheid - restaurant Leipzig - met terras met uitzicht over de Rijnhaven in het project opgenomen

We lopen rechtdoor langs het theater en vervolgens langs de kade van de Rijnhaven.

Na ongeveer 300 meter zien we aan de linkerkant de Rotterdamse vestigiging van de inHollandinHolland hogeschool. Het gebouw dateert uit 2000 en is een ontwerp van Erick van Eegenraat. De gevel is volledig van glas en de ruimtes erachter zijn rond een groot atrium geplaatst. In de gevel zijn twee bouwdelen herkenbaar: enerzijds het atrium, het smalle deel links van het midden met de grote glasstrook. Anderzijds het brede deel rechts met een meer gesloten karakter, waar zich de collegezalen bevinden. In die glaspanelen is een patroon gezeefdrukt. Hoewel de architect ervan overtuigd was dat de temperatuur met natuurlijke circulatie op een dragelijk niveau zou blijven, bleek in de eerste zomer al dat de zon de thermometer naar 50° C kon stuwen, zodat er toch klimaatvoorzieningen moesten worden getroffen.

We lopen terug en slaan bij het stoplicht linksaf , en lopen vervolgens over  de Wilhelminakade.

Het masterplan Wilhelminapier is van Sir Brian Foster, dat op zijn beurt weer deel uitmaakt van de Kop van Zuid, de grootschalige herinrichting en revitalisatie van het havengebied aan de Zuidoerver van de Nieuwe Maas. Met name de directeur stadsontwikkeling Riek Bakker speelde een centrale rol in het ontwerp en realisatie van dit plan.

We lopen verder over de Wilhelminakade

We zien nu de zijgevel van de de voormalige vertrekhal van de Holland-Amerikalijn. Op de gevel kunnen we lezen dat hier nu de Cruise Terminal gevestigd is. De Wilhelminapier waar we nu staan was voor de oorlog grotendeels inCruise Terminal handen van de Holland-Amerikalijn, dat hier haar hoofdkantoor had en een groot aantal loodsen. Veel loodsen werden in 1940 verwoest. In 1946 werd hier voor transatlantische passagiers een vertrekhalgebouwd door Brinkman, Van den Broek en Bakema, alledrie exponenten van het Nieuwe Bouwen. Het gebouw bestaat uit een betonconstructie van zes schaaldaken. De zijgevels zijn geheel voorzien van glas. Onder het meest rechtse schaaldak is nu de Zaal Rotterdam gevestigd. De rest van het gebouw wordt ingenomen door de Cruise Terminal Rotterdam. De terminal moet de ambities van de gemeente om Rotterdam een positie te geven in de Cruise markt gestalte geven. Inmiddels heeft de Holland Americalijn wederom Rotterdam gekozen als vestigingsplaats voor haar Europese hoofdkantoor.

We lopen verder langs de Wilhelminakade.

<V>

Links passeren we het voormalige werkplaatsengebouw Las Palmas van de Holland-Amerikalijn. Dit gebouw werd in 1953 voltooid naar een ontwerp van bureua Van de Broek en Bakema, als laatste project van de wederopbouw van het HAL-complex. Hier waren magazijnen en werkplaatsen ondergebracht. Vrachtwagens konden door het midden van het gebouw passeren. Ook - de nog steeds aanwezige - liften waren berekend op zwaar transport. Las PalmasDe gevels bestaan uit prefab-elementen. In 2001 kreeg het gebouw een culturele bestemming. In 2007 werd het gebouw heropend als Nederlands Fotomuseum. De revonatie en herbouw werd ontworpen door BenthemCrouwel architecten. Aan de achterzijde van het gebouw is op de begane grond een groot restaurant Las Palmas gevestigd. Boven op het gebouw liet projectontwikkelaar OVG voor zichzelf een ellipsvormig kantoor bouwen. Het gebouw "Penthouse" genoemd, zweeft boven het Las Palmas gebouw omhoog gehouden door stalen pilaren. De ronde einden van het kantoorgebouw contrasteren opzettelijk met de rechthoekige ontwerpen in de omgeving. De zware goederenlift van Las Palmas maakt de parkeerplaats op het dak per bereikbaar. Het bouwwerk bestaat uit twee lagen met uitzondering van de directiekamer aan de oostzijde die een dubbele hoogte heeft.

Naast de Cruisterminal staat het gebouw van Marine Safety Rotterdam. Het gebouw is de verpakking van een enorme simulator, waarmee (toekomstige) stuurlieden en kapiteins kunnen oefenen in het besturen van schepen. Het glazen gebouw is ontworpen door Sir Norman Foster.  

We lopen links om het Las Palmas gebouw tot de Otto Reuchlinweg.

<W>

Voor ons zien we links het complex New Orleans uit 2010 van de Portugese architect Alvaro Siza. De naam New Orleans New Orleansbenadrukt de kosmopolitische functie die dit gebied heeft gehad voor de stad en het land. Het verwijst ook naar een voormalig pakhuis dat hier stond en dat ook New Orleans heette. Met 158 meter is het op één na hoogste gebouw van Nederland en het hoogste woongebouw.

In het gebouw zijn 234 appartementen gerealiseerd varierend van 65 tot 212m². Daar zitten koop- en huurwoningen en "serviced appartments" tussen. De laatste categorie zijn gemeubileerde appartementen voor tijdelijke huurders met een uitgebreid dienstenpakket. Alle bewoners van het complex kunnen gebruik maken van de gym, het zwembad en de gastenverblijven.

De New Orleans is een vierkante toren, die op de bovenste 4 lagen iets verjongt. Op elke etage zijn 4 appartementen, behalve op de bovenste lagen met twee, respectievelijk één penthouse. De gevel is bekleed met marmer hetgeen de hoge kwaliteit moet uitstralen. Alle appartementen hebben een loggia als buitenruimte. Op 4 etages hoge voet ligt het gemeenschappelijk terras en het zwembad. In de voet is art house bioscoop en muziekzaal Lantaren/Venster gevestigd. Deze bestaat uit 5 bioscoop zalen (totaal 500 plaatsen), een foyer en restaurant en een multifunctionele zaal met een grote speelvloer (300 zitplaatsen). De constructie van het bioscoop staat los in een grotere ruimte, zodat, mocht de bioscoop geen succes worden zij eenvoudig verwijderd kan worden. Het interieur van Lantaren/Venster is ontworpen door het Rotterdamse bureau M2R.

We kijken nu naar rechts.

Daar staat de woontoren Montevideo. Het was bij realisatie in 2005 het tot dan toe hoogste woongebouw (151m) van Nederland. De naam Montevideo benadrukt de kosmopolitische functie die dit gebied heeft gehad voor de stad en het land. Het verwijst ook naar een voormalig pakhuis dat hier stond en dat ook Montevideo heette. Die kosmopolitische functie moet het gebied ook weer op zich nemen. Hotel New York was de eerste stap. Andere buren van Montevideo zijn de Cruise Terminal, het Luxor Theater en Gebouw Las Palmas, waarin het Nationaal Foto Museum is gevestigd. Andere woontorens zullen nog volgen met klinkende namen als New Orleans, Havanna (ook namen van voormalige pakhuizen) en Rotterdam.

Montevideo is een ontwerp van Francien Houben, één van de oprichters van het Delftse bureau Meccanoo. Inspiratie vond Houben bij de woonwolkenkrabbers in Amerikaanse steden als New York. Het gebouw is samengesteld uit verschillende delen, waarin zich verschillende woningtypes bevinden, die namen hebben als loft, sky, city en water. De appartementen zijn niet gelijkvloers, maar zijn als het ware gestapelde herenhuizen. Het complex is voorzien van allerlei luxe voorzieningen voor de bewoners, zoals zwembad, sportschool andere diensten. Naast woningen is er ook ruimte voor 6000m² kantoren, 1900m² winkels en horecavoorzieningen. Montevideo kan gezien worden als een verticale wijk.

De constructie van de toren bestaat uit zowel beton als staal. Beton wordt gebruikt om de structuur van de City- en Loft appartementen vorm te geven terwijl de ruimtelijke mogelijkheden van staal gebruikt worden voor de hoger gelegen Sky appartementen, gelegen vanaf de 27e verdieping.

We gaan naar rechts en lopen naar links om het Hotel New York heen, naar de voorzijde van het gebouw.

<X>

We krijgen nu goed zicht op het voormalige hoofdkantoor van de Holland Amerikalijn. Sinds 1992 is hier het Hotel New YorkHotel New York gevestigd. De HAL liet in 1901 op deze plek haar kantoor bouwen. De architecten Müller en Drooglever Fortuyn ontwierpen het eerste deel van een gebouw dat nog drie maal zou worden uitgebreid. Van dit oorspronkelijke gebouw resteert alleen nog de noordgevel. In 1908 kregen de architecten de opdracht om samen met Van der Tak een aan de oostzijde uitbreiding te ontwerpen voor magazijnruimte. In 1916 werd de noordgevel gewijzigd en kwam de toren met klok tot stand. In 1918 werd ook de zuidgevel onderhanden genomen en kwam er een tweede toren met windroos. In 1920 kreeg het gebouw het huidige westfront. Bij de uitbreidingen is gestreefd naar een zo groot mogelijke eenheid in stijl. Het gebouw heeft m.n. in de decoratie veel Jugendstil elementen. In de gevel zijn vier reliëfs aangebracht met elk twee figuren uit de verschillende werelddelen.

Bij de verbouwing tot Hotel New York is ook in het interieur veel aandacht besteed aan het maritieme karakter van het gebouw. De hotelkamers zijn allen verschillend. Ook het restaurant en grand-café zijn deWorld Port Center moeite waar om even te bekijken.

Links van het hotel staat staat het World Port Center, net als het Simulator gebouw ernaast van Foster and Partners. In dit bedrijfsverzamelgebouw zijn bedrijven en instellingen gevestigd die een relatie hebben met de scheepvaart en de haven, waaronder het Gemeentelijk Havenbedrijf, de Havenwerkgeversvereniging SVZ en een gemeentelijk calamiteitencentrum. Het WPC bestaat uit twee torens met in het midden de liftschachten. De oostelijke toren is vierkant, meet 89,6 meter en telt 23 etages. De westelijke toren is half rond, meet 125 meter en telt 32 etages.  Boven de 29e etage, op 110 meter hoogte, komt een uitkijkplatform. Dit platform springt ten opzichte van de ronde gevel iets terug. Op de 31ste en 32ste etage zijn conferentieruimten. Een parkeergarage biedt plaats aan 350 auto's. Architect Peter Wilson (Bolles + Wilson, Munster Duitsland) heeft het buitenruimteplan ontworpen.

Rechts van het Hotel New York is de aanleg steiger van de Watertaxi Rotterdam. We nemen de Watertaxi naar de Veerhaven.

Bushalte lijn 60

Halte Watertaxi

 

Wandeling F - deel 1
  Overzicht Volgende

© Eddy le Couvreur, 2014

Laatste bewerkt: 10-03-2015