Deel 3

Zondag 1 mei 2016

Woensdag 11 mei 2016

Santa Teresa de Gallura - Alghero: 156 km, 2,5 uur

Na het ontbijt en koffie in de bovenstad van Bonifacio genieten we op ons balkon nog even van de zon en het uitzicht. Om 10.30 uur gaan we richting haven. Ik zet Erik bij de ferryterminal af en rijdt naar de inlever locatiAlgheroe van Europcar aan de andere kant van de haven. Het inleveren gaat vlot en ik loop weer terug naar de ferryterminal. Om 11.30 begint de inscheping van Moby Lines naar Santa Teresa de Gallura. We lopen via de laadklep aan boord. Aan boord eten we een tosti en waaien we uit op het dek. De overtocht duurt maar 50 minuten. In Santa Teresa de Galura worden we opgehaald door een jongeman van Sardinya Autonoleggio, die ons naar het verhuurkantoor rijdt. Daar verrichten we de formaliteiten voor de huur van de Citroën C3 Picasso. We constateren nog wat krassen, die keurig worden genoteerd. Het is nog een flinke rit naar Alghero, ruim 2,5 uur. Onderweg eten we nog wat en we komen rond 16.15 in Alghero aan in de Flowery Inn, waar we een appartement hebben gehuurd via Airbnb bij Beniamino. We komen even bij en gaan dan boodschappen doen bij de supermarkt om de hoek. Aan het begin van de avond gaan we met de - door Beniamino beschikbaar gestelde - fietsen naar het centrum. We nemen een aperitivo (Spritz) bij Chez Michel aan de boulevard. Dat gaat gepaard met een variëteit aan kleine hapjes. We fietsen nog wat rond in de oude stad en nemen nog een aperitivo (Negroni) bij L'Ambat met weer andere hapjes. Dan is het tijd voor diner bij restaurant Maristella. Lekker gegeten en niet al te duur. Keurige bediening.
Terug in het appartement op de pc naar de halve finale songfestival gekeken.

Weer: bewolkt, 19⁰C

donderdag 12 mei 2016

Alghero - Bosa: 40km, 1 uur

Erik gaat eerst brood kopen bij de bakker om de hoek. Alle broden zien er anders uit en je rekent af naar gewicht. We ontbijten in het appartement en gaan veAlgherorvolgens met de fiets naar de oude stad. We drinken een cappucino aan de boulevard en verkennen vervolgens de oude stad. Ik klim de Porte Terra op die een mooi uitzicht biedt op de stad. Het is een van de zeven torens die boven de oude stad uitsteken. Ze diende oorspronkelijk om één van de stadspoorten te beschermen. We bekijken vervolgens de 15e eeuwse San Francisco kerk. Er zitten verschillende bouwstijlen in: van de gotische toren en kloostergang tot barokke kapellen. De kathedraal is 16e eeuws, maar de neoklassieke gevel, die er in de 19e eeuw is voorgezet past er niet goed bij. Het interieur is een mengelmoesje. Oorspronkelijke renaissance pilaren zij aan zij met kapellen uit de 18e eeuw. De achterkant van de kerk met de klokketoren laat meer van het 16e eeuwse origineel zien. In de haven informeren we naar een boottocht naar de Neptunusgrot in de Capo Caccia. Deze ligt aan de andere kant van de baai van Alghero. De zee is ruig, dus een boottocht kan niet worden gegarandeerd deze middag. We moeten nog maar bellen. We fietsen weer terug naar het appartement.
's middags bellen naar Navisarda om te vragen of er vanmiddag nog een boottocht naar de NeptunusgroBosat in zit. Dat is niet het geval. De zee is nog steeds te ruig.

Dan gaan we als alternatief naar Bosa, een plaatsje aan de rivier de Temo. Dit is de enige bevaarbare rivier van Sardinië. Het is een monumentaal stadje zo’n 40 km ten zuiden van Alghero. De weg erheen kronkelt langs de kust en we doen er bijna een uur over. De huidige stad werd gesticht in de 12e eeuw. De ruïne van het Malaspinakasteel kijkt uit over de stad. We beginnen met een drankje op het Piazza Constizione. We lopen langs de goed bewaarde stadspaleizen aan de via Vittorio Emanuele richting de kathedraal. Die bekijken we van binnen. Het interieur is rijk gedecoreerd. Opvallend zijn de vier leeuwen op de hoeken van de trappen naar het altaar. Daarna lopen we naar de oude brug over de Temo en vervolgens over de kade weer terug langs de rivier naar de auto. We rijden de berg op naar het kasteel Malaspina, dat aan het begin van de 12e eeuw werd Bosagebouwd door de gelijknamige familie. Dat is te bezichtigen voor 4 euro pp. Bij de kassa krijgen we een informatieblad in Nederlands te leen. De muren staan nog overeind en ook de wachtorens zijn redelijk in tact. De torens zijn halfopen, zoals dat ook in Cagliari en Oristano het geval moet zijn. Binnen de muren staat alleen de kerk Signora di Regnos Altos overeind. Het uitzicht op de stad en de omgeving is prachtig. We kijken ook tot Bosa Maritima, de haven van Bosa.

We rijden weer terug naar Alghero. In Alghero eten we ’s avonds bij Al Vecchio Mulina in de oude stad. Het restaurant is gevestigd in een gewelfde kelder. We eten er prima.

Weer: zonnig 22⁰C


vrijdag 13 mei 2016

Alghero - Sassari: 35 km, 30 minuten

Na hetSassari, Domkerk ontbijt bellen we weer met Navisarda over de Neptunusgrot. Helaas, vanochtend gaat het niet lukken, vanwege de weersomstandigheden. We besluiten om met de auto naar Sassari te rijden. Dat is ruim een half uur vanaf Alghero. In Sassari bekijken we de duomo van San Nicola met zijn barokken bloemige voorgevel waarin heiligbeelden van onder andere Sint Nicolaas zijn verwerkt. We lopen verder door de binnenstad en komen op de Via Vittorio Emanuele, waar een paar oude Aragonese herenhuizen uit de 16e eeuw te zien zijn. Dan via de via Rosello komen we bij de Fontana di Rosello uit 1606. De fontein wordt gevoed door de bron die eeuwenlang de enige watervoorziening voor Sassari was. Beelden op de vier hoeken stellen de jaargetijden voor. De fontein staat onder aan een helling onder een brug over de rivier. Ik moet me inschrijven in een soort gastenboek bij een man die heeft postgevat achter een campingtafel.
We lopen verder naar de piazza Tola, waar een kleine dagelijkse markt wordt gehouden en de gemeentebiblioteek is. Verderlopend komen we op de SassariPiazza Castello, waar een museum staat dat is gewijd aan een Sardijns regiment dat zich kranig heeft geweerd in de 1e wereldoorlog in de strijd tegen de Oostenrijkers. Hun heldendaden in de loopgravenoorlog is vaste kost in het geschiedenisonderwijs in heel Italië.
We rijden terug naar Alghero. We lunchen in ons appartement en bellen weer met Navisarda. Weer geen geluk. We rijden dan maar naar Capo Caccia, waar de grot zich bevindt. Het is een mooie rit. Bij de kaap zijn er prachtige uitzichten op eiland Foradada, de zee en de baai Porto Conte. De Neptunusgrot is inderdaad gesloten vanwege de weersomstandigheden en het heeft dus geen zin om de 600+ traptreden af te dalen.
We drinken wat op het enige terras ter plekke en rijden terug naar ons appartement. ’s Avonds drinken weer een aperitief aan de boulevard en eten we heerlijk bij Il Pavone aan de Piazza Sullis. Voortreffelijk restaurant met heerlijke visgerechten. Ik neem gebakken zeeduivel, en Erik een lekkere pasta. Als nagerecht een semifreddo.
De wijn is goed en we nemen een grappa bij de koffie.

Weer: wisselend bewolkt met zonnige perioden. 19-22⁰C

Zaterdag 14 mei 2016

Alghero - Nuoro: 143km, 2,5 uur

Erik haalt weer brood bij de bakker om de hoek en we ontbijten voor de laatste keer in het appartement in de Flowery Inn. NaNuoro het ontbijt drinken we een koffie bij het buurtcafeetje. Ongekend goedkoop: 90 cent voor een heerlijke cappucino. Dan rijden we met de auto naar Nuoro. Dat is nog een flinke rit. We komen er rond 12 uur aan. We logeren hier in een B&B van Massimo en Carla, Nughe & Oro. Massimo en Carla zijn nog niet klaar met schoonmaken en we kunnen nog niet op de kamer. Massimo heeft wel tijd om ons van informatie en tips te voorzien over Nuoro. Gewapend met deze tips gaan we op zoek naar een lunchadres, maar ook daar zijn we te vroeg voor, zodat we bij een burgertentje uitkomen. Na de burger lopen we nog wat rond, maar Nuoro gaat rond deze tijd helemaal op slot. Om 14 uur zijn we weer terug op de kamer. De kamer is redelijk ruim, maar wel een beetje koud. De verwarming doet het maar matig. Rond 16 uur gaan we er weer op uit. We bekijken de Duomo, waar net een bruiloft op beginnen staat. Het is een 19e eeuws bouwwerk en niet zo heel interessant. We drinken nog een koffie voor heel weinig en lopen dan naar het volkenkundig museum van Sardinië. Dat is wel iEthnografisch Museum Nuoronteressant. Hier wordt culturele en economische geschiedenis van Sardinië uit de doeken gedaan, met name de periode 1860-1950. In grote diorama’s worden landbouw, visserij, eten, kledingmaken, broodbakken, vissen en andere activiteiten belicht. Ook zijn er fotorapportages uit de jaren ’50, waarop te zien is hoe traditioneel Sardinië toen nog was. Veel armoede, handarbeid en nog nauwelijks mechanisatie. Ook zijn er filmdocumentaires uit die tijd, waarin het lijkt of het leven zich sinds de 18e eeuw niet had ontwikkeld.
Na het museumbezoek gaan we naar Caffè Tettamanzi voor een aperitief, een Spritz. We krijgen er nootjes bij. Het café is in 1875 gesticht door een voormalig meubelmaker en er is nog meubilair aanwezig uit die tijd. Op straat is een hardloopevenement aan de gang. Zo stil het vanmiddag was zo geanimeerd is het straatbeeld nu. Na het aperitief kunnen we om 19.45 terecht bij restaurant Il Refugio, achter onze B&B. In dit slow food restaurant met een echte houtoven kunnen we terecht voor Sardijnse specialiteiten. Ik neem een kalfslende met pecorinokaas en balsamico (tagliato di manzo con la rucola e scaglie di pecorino) als hoofdgerecht.

Weer: regenachtig en winderig. 14⁰C

Zondag 15 mei 2016

De douche is nogal krap en de straal slapjes. Het ontbijt in de B&B is niet zo heel erg uitgebreid, maar de gastheer is heel erg vriendelijk. Grotta di IspingoliNa het ontbijt drinken we koffie in het enige cafeetje dat op dit tijdstip op zondag open is. Daarna rijden we met de auto naar Dorgali, dat bekend staat om zijn handwerkslieden. Maar die liggen op 1e pinksterdag uit te slapen. Alles is hier potdicht. We rijden dan maar – na een koffie – naar de grotten van Inspinigoli. In deze verticale grot gaan we met een gids zo’n 60 meter naar beneden. Vooral de stalagmieten zijn enorm hoog. De grotten zijn erg kwetsbaar. Ze kan alleen in groepen bezocht worden en de bezoeken mogen maar een half uur duren. Daarna moet de grot weer een half uur leeg zijn en gaat het licht uit. Fotograferen is verboden. Verder naar beneden is nog een grottensysteem met een onderaardse rivier, maar dat is alleen toegankelijk voor speleologen. De grotten zijn meer dan 180 miljoen jaar geleden gevormd, toen de bergen hier na een aardbeving om hoog schoten.
We rijden naar het kustplaatsje Cala Gonone. Daar lunchen we aan de jachthaven bij Pizzeria al Porto. Er staat een stevige wind. Het is wel lekker zonnig. Soms zijn de windvlagen zo sterk dat het servies van tafel waait. Na de lunch moeten we even zoeken voor de archelogische vindplaats Nuraghe Mannu. We vinden uiteindelijk de afslag vanaf de weg naar een onderharde weg die we 3km moeten afrijden. Als je denkt dat het niets meer wordt moet je nog even door. De poort is dicht, maar volgens het bord gaat het om 15 uur open en dat is het nu. We wachten even en dan komt er een meisje aangelopen, die de gids blijkt te zijn. Ze verkoopt ons de toegangskaartjes en wacht nog 10 minuten op meer gasten. Die komen er ook: een Duits echtpaar. Dan leidt Ada ons rond bij de Nuraghe uitkijktoren, met daarom heen opgravingen van een Romeinse nederzetting, een 19e eeuwse schaapherdershut en zelfs een loopgraaf uit de 2e werelNuraghe Mannu, Cala Ganonedoorlog voor de Italiaanse en Duitse troepen die de baai bewaakten. De positie van de Nuraghe, een wachttoren uit de 6e eeuw vC is dan ook zeer strategisch en overziet de hele baai. Vandaar dat ook in later tijdsperioden deze plek belangrijk werd.
Daarna rijden we terug naar Nuoro. We drinken weer een spritz aan de Corso Garibaldi voor we naar Monti Blu gaan. Dit is een prullaria winkel op de benedenetage met een tea room en een restaurant boven, dat pas om 8 uur open gaat. We eten er heerlijk met een lekkere wijn uit Oliena: Vino Nepente di Oliena Carros - Cantina Puddu van de Cannonau druif. Erik nam een pizza diavolo en ik  lamsvlees met kaassnippers. Bij de maaltijd krijgen we weer lekker Sardijns brood met de opvallende Pane Carasau. Het is flinterdun brood dat meerdere malen in de oven gebakken wordt met stenen erbovenop. Volgens Sardijnen is het brood beter naarmate het dunner is. De beste pane carasau komt, zo wordt gezegd, uit de provincie Nuoro.

Weer: zonnig 19⁰- 24⁰ met veel sterke wind

Maandag 16 mei 2016

Nuoro - Riola Sardo: 90 km, 1,5 uurOristano

Tweede pinksterdag is blijkbaar geen feestdag hier, want het normale leven neemt weer zijn gang. De kinderen gaan naar school en de volwassenen naar hun werk. Wij ontbijten en drinken koffie in de buurt voor we naar Riola Sarde rijden in de buurt van Oristano aan de westkust. We logeren daar in Hotel Lucrezia. Een luxe onderkomen van Parador-allure. We worden hartelijk ontvangen door Claudia, die ons koffie met gebak aanbiedt. Na een korte pauze rijden we naar Oristano. Daar lunchen Flamingowe bij Trattoria di Gino. Dit traditionele eethuis gaat om 13 uur open en geen minuut eerder. Het personeel zit nog te eten. We hebben hier uiteindelijk eenvoudig maar smakelijk gegeten. We bekijken de domkerk en de Toren. Maar ook hier komt het openbare leven rond 14 uur tot stilstand.

Aan het eind van de middag rijden we naar het Sinis schiereiland, naar het strand van Putzu Ida. Dat valt erg tegen. De badplaats is erg armoedig en er is maar een barretje met wat campingstoelen. Achter het strand zijn een paar zoutmeren en hier komen in de vooravond flamingo's op af, zo is ons verteld. We zien er twee, die geduldig de bodem van het meer afzoeken naar lekkere hapjes.

's avonds eten we in het hotel. Het diner is goed, maar niet - zoals we hadden verwacht - uitstekend.

Weer: zonnig 24°C

Dinsdag 17 mei 2016

We rijden weer het schiereiland Sinis op, maar nu naar San San GiovanniGiovanni de Sinis. In dit kustplaatsje staat de oudste kerk van Sardinië. Het kerkje uit de 6e eeuw kreeg zijn huidige uiterlijk in de 9e eeuw. De kerk is in een kruisvorm gebouwd en ziet er vroegchristelijk en byzantijns uit met een rode koepel en onregelmatig metselwerk.  De kerk heeft eeuwen van piraterij voor de kust overleefd door het harde werk van een Franse  kloosterorde, die de kerk in de 11e eeuw onder haar hoede nam.

Achter San Giovanni doemt de Spaanse toren van Tharros op. Deze maakt deel uit van een keten van verdedigingstorens, die door de Spanjaarden onder Philips II zijn gebouwd als verdedigingssysteem tegen binnenvallende moren uit Tunesië. Aan de voet van de toren is de archeologische vindplaats van Tharos. Phoeniciërs kwamen hier al 800 jaar voor Christus vanwege de beschutte ligging van de zee achter de Capo di San Marco. De Punische en Romeinse huizen liggen aan een aantal brede romeinse straten met een riool in het midden, dat wordt overkluisd met houten balken. Het meest opvallende monument zijn de twee Corinthische zuilen aan de Tharroskustlijn, die behoorden tot een Romeinse tempel uit de eerste eeuw voor Christus. Het best bewaarde Punische bouwwerk is een waterput. Verder zijn de resten van thermen en winkels te zien.

Van Tharos rijden we naar Salvatore. De kerk is een novenari kerk, die maar negen dagen per jaar wordt gebruikt tijdens een feest (Corsa degli Scalzi), waarbij herdacht wordt dat het beeld van San Salvatore uit de handen van de moren werdt gered. Het dorpje rond de kerk wordt alleen tijdens deze negen dagen bewoond met bedevaartgangers. De rest van het jaar staat het helemaal leeg. In de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw werden hier een aantal "Spaghetti" westerns gefilmd.

Het volgende dorp is Cabras, waar in het plaatselijke museum de archeologische vondsten van Tharros tentoongesteld liggen. Het gebouw is niet fraai, maar de tentoonstelling wel interessant. Cabras is een lelijk vissersdorp, maar wel met een aardig restaurant Il Caminetto genaamd, waar pasta met bottarga di muggine op het menu staat. Bottarga is kuit van de harder, die in de zak van de vis wordt geperst en gedroogd. EenSalvatore specialiteit van Sardinië.

’s Middags drinken we koffie bij de bar om de hoek in het dorp Riola Sarde en verkennen we het dorp. De aanbevolen pizzeria is op dinsdag gesloten. Verder heeft het dorp allerlei kleine bedrijven en een onooglijk voetbalveld bij de rivier, waarin gevist wordt door een paar sportvissers.
Ook zijn er veel onafgebouwde huizen. Blijkbaar heeft de economische crisis hier ook flink huisgehouden.
’s Avonds eten we dan maar bij een andere pizzeria, Full Pizza van Melis Simonetta in Baratilli di San Pietro, een gehucht dat aan Riola Sardo vast is gegroeid. Het is een wat lager prijssegment. Voor 28 euro hebben we een voorgerecht, twee pizza’s, een halve liter wijn en twee koffie. Wel allemaal op plastic servies en glazen. De vriendelijke bediening alleen is het geld al waard. De pizza’s zijn groot, machtig en redelijk van smaak.

Weer: zonnig, 19⁰C

Woensdag 18 mei 2016

Riola Sardo - Cagliari: 110 km, 2 uur

Na het ontbijt en koffie bij de buren vertrekken we richting Cagliari. Op weg naar Oristano hebben we last van wegwerkzaamheden en omleidingen, maar daarna gaat het voorspoedig via de autosnelweg. Onderweg drinken we koffie. Hier en daar wordt de weg afgewaardeerd en zijn gelijkvloerse kruisingen. De Italiaanse civiel-ingenieurs zijn ondoorgrondelijk in hun ontwerpen. In Cagliari rijden we vlot door naar het appartement. We zijn zelfs vroeger dan afgesproken. We wachten op verhuurster Chiara, want zij schijnt bezig te zijn met schoonmaken. Haar man Gabriele belt ons daarover. Dan komt eerst een vriendin van Chiara en daarna Chiara zelf om ons welkom te heten. Het gaat een beetje onbeholpen, maar het appartement is dik in orde. Een ruime kamer, een keukentje en een badkamer. We rusten even uit en gaan dan op zoek naar een supermarkt. We zitten niet ver van een Conad City, een buurtsuper van een groot supermarktbedrijf, waar we het meeste kunnen vinden. We kopen brood bij een bakkertje. Weer naar het appartement om te lunchen. De namiddag besteden we aan winkelen en een bezoek aan de kapper. We nemen in de vooravond een aperitief bij de Antico Caffè 1855 , een traditierijk café op het Piazza della Constituzione.

’s Avonds eten we bij Tratorria da Fabio in de Marinawijk bij de haven. Eenvoudig eettentje, maar niets te klagen. Daarna lopen we langs de haven onder de colonaden. Vervolgens door de wijk Marina weer terug naar de Piazza de la Constutizione, waar we nog een borreltje drinken op het terras.

Weer: licht bewolkt 20-22⁰C

Donderdag 19 mei 2016


Erik wil brood kopen bij een locale bakker, maar om 8 uur is er nog niets te krijgen. Hij moet tot 8.30 wachten. Dan moeten we nog opschieten met het ontbijt en het koffiedrinken om de hoek, want om 9.30 zal onze gids Riccardo klaarstaan Koninklijk Paleisvoor een wandeling door de oude stad.
Riccardo neemt ons mee op een tocht door het oude deel van Cagliari. We gaan eerst met een lift omhoog naar de oudste wijk, Castello. Gebouwd als een vesting op de hoogste heuvel in de omgeving. Met de lift komen we uit bij het koninklijk paleis, waar ooit de onderkoningen onder het Aragonees/Spaanse koninkrijk zetelden. Zij hielden toezicht op het min of meer autonome bestuur onder een feodaal systeem. Het paleis gaat pas om 10 uur open, dus beginnen we met de kathedrale kerk die er naast staat. De gevel is Pisaanse romaanse stijl, maar het grootste deel van de kerk is barok. Pronkstuk is de crypte, waarin de relikwieën van meer dan 170 Sardijnse heiligen en martelaren worden bewaard achter een tegeltje met een voorstelling van hun marteldom of wonder.
In de kerk zien we diverse onderdelen die uit Pisa zijn aangevoerd, om de verbinding met de moederstad op het vasteland te bevestigen. Grootste heiligdom is de spijker uit de “kroon” van Christus, die de paus gaf in ruil voor de teruggave van een plunderbuit van piraten.

Na de kerk dan toch het paleis. We beginnen in de gallerij met portretten van onderkoningen. Opvallend is dat de onderschriften pas in de 18e eeuw in het Italiaans zijn. Daarvoor bestond de taal eigenlijk niet. AlsCagliari Kathedraal na de Spaanse successieoorlog Sardinië in 1718 aan Savoye wordt toegewezen, onstaat het koninkrijk van Sardinië (en Savoye). Het wordt nog even spannend als de revolutionaire Fransen (waaronder een zekere generaal Bonaparte) vanuit Corsica, Sardinië willen binnen vallen, maar dat onheil wordt uiteindelijk in 1793 afgewend. Vanaf 1860 begint de beweging voor Italiaanse eenheid (Il Risorgimento) vanuit Sardinië met haar opmars tegen buitenlandse (m.n. Oostenrijk en Spanje) bezetters en wordt Italië in 1861 een koninkrijk onder de koning van Savoye Vittorio Emanuele II. Hij wordt hier ook geëerd met een groot portret. De grote zaal is in gebruik als vergaderzaal voor de regioraad van Sardinië.
We lopen verder Castello in en zien de halfopen wachttoren van St Pancratius uit de 14e eeuw met daarnaast het oude Universiteitsgebouw. Vandaar lopen we naar de andere kant van Castello en komen we bij het uitzicht op de wijk Stampace en de zeehaven en de grote lagunes rond Cagliari. Via de Torre del’Elefante (1307) dalen we af naar de Stampace wijk en komen we op de Piazza Yenne. Hier staat een beeld van koning Carlo Felice (1765-1831), koning van Sardinië vanaf 1830. Hij deed veel voor het verbeteren van de infrastructuur van het eiland. De weg tussen Cagliari en Porto Vecchio over de lengte van het hele eiland (nu de SS131) is zijn plan en begon op dit plein. Nu is zijn beeld gehuld in Piazza Yennede kleuren van de voetbalclub Cagliari, die net zijn gepromoveerd naar de serie A. Dat ze in de serie B zaten was een grote schande en de opluchting is dan ook groot: Missione Compiuta (missie volbracht), staat in grote letters op de etalage van de fanshop. We lopen naar de San Michele kerk, waarin Riccardo ons meeneemt naar een schilderijengallerij achter het altaar, bijna verscholen. Hier grote schilderijen over heiligen die voortkwamen uit de Jezuïetenorde en hun missie en wonderen in de wereld. We lopen door naar een crypte ver onder de grond gewijd aan martelaar San Restituta, die teruggaat tot het vroege Christendom. De crypte werd in de oorlog ook gebruikt als schuilkelder bij geallieerde bombardementen.
Iets verderop is de kerk en Crypte van San Efisio. Nog kleiner en ook met vergelijkbare ouderdom. San Efisio was een romeins soldaat die zich bekeerde tot het Christendom en daarom werd vervolgd, gemarteld en gedood. Niet hier maar in Nora. Op 1 mei vinden er processies plaats met zijn beeld in een koets en gaan gelovigen te voet van Cagliari naar Nora, waar nog een kerk staat aan deze martelaar gewijd. Grote faam kreeg de heilige door het afwenden van een pestepidemie in de 16e eeuw door een voorbede. We lopen nu naar de wijk Marina, waar we door deRestituta smalle straatjes naar de haven lopen en op de boulevard via Roma uitkomen. Onderweg maken we kennis met de ambachtelijke amandelkoekjes van Durke (zoet in het Sardijns).  Aan de via Roma domineren de colonnades met barretjes en cafe’s en zelfs een luxe warenhuis. De straat verbindt regiobestuursgebouw met het stadhuis. De colonnades zijn een beetje in verval aan het raken door de vele Bengaalse verkopers van prullaria en andere hosselaars.

Bij het nieuwe stadhuis eindigt onze tour en nemen we afscheid van Riccardo. In de namiddag lopen we nog wat rond in de wijk Marina en drinken we wat Spritz op een terras en kopen we koekjes voor het thuisfront.
’s Avonds eten we chic bij Luigi Pommata. Ik heb een Insalata di mare grigliata su crema di ricotta e verdurine croccanti als voorgerecht. Helemaal geen sla, maar gefrituurde zeevruchten. Daarna pikante tonijn in drie varianten (Ventresca di Tonno speziato in tre cotture con cipollotto arrostito alla vernaccia). Heel mals en heerlijk. Erik at Sfogliatina di carasau con verdurine al profumo di erbe aromatiche su crema di pecorino fresco (Carasau koekjes met groente op smaak gebracht met pecorino kaas) en daarna Filetto di manzo cotto alla piastra con sugo d'arrosto, tartufo sardo e crema di patate all'antica (runderfilet met rijst, sardijnse truffel en aardappelpuree). Tot slot een Composizione di frutta su centrifugato di fragole yogurt e gelato (fruitsalade met yoghurt en ijs). Bij het dessert een heerlijke dessertwijn.
Voldaan maar vermoeid terug naar ons appartement.

Weer: zonnig en 23⁰C

Vrijdag 20 mei 2016

Het online inchecken voor de vlucht naar huis gaat niet helemaal vlekkeloos. Vanaf de site van KLM worden we doorgeleid naar Noradie van Alitalia. Daar krijg je de optie om je bagage te boeken, maar dan loopt de website vast nadat je alle creditcard info hebt ingevuld en kun je overnieuw beginnen. Het lukt niet. Dan maar naar het vermelde telefoonummer in Amsterdam gebeld. Eerst wordt gezegd dat mijn boekingsnummer niet van Alitalia is en na enig aandringen blijkt dat voor ons bijboeken van bagage alleen op de luchthaven kan tegen 10 euro meerkosten. Slechte beurt.
We rijden vandaag met de auto naar Nora. Op weg de stad uit komen we langs een aantal lagunes waar vlak langs de weg talloze Flamingos zitten te fourageren. Bij Nora drinken we  een koffie en gaan dan de opgravingen bekijken. Dat kan alleen met een gids. We kopen een kaartje voor de rondleiding van 11 uur en wachten af. Dan zien we ineens de gids vertrekken met een groep mensen. Dat blijkt dus onze tour te zijn. Dan snel er achteraan. De tour is informatief, maar onder een hoog tempo. Van de Punische oorsprong van Nora is niet veel meer te zien. Van de Romeinse des te meer. De zee is in de millennia zo’n 90 meter opgerukt, dus veel ruïnes zijn in het water terecht gekomen. We Nora Spaanse torenzien een aantal badhuizen, een klein amfitheater, patriërshuizen, het riool, het ziekenhuis, de markt en nog meer thermen.  Bij de site staat ook een Spaanse verdedigingstoren uit de 16e eeuw. Deze toren maakt deel uit van een netwerk van torens die onder de Spaanse koning Philips II in de 16e eeuw zijn gebouwd om Sardinië te beschermen tegen aanvallen vanuit Noord-Afrika.
Na het bezoek aan de site lopen we naar de San Eufisio kerk, maar die is alleen in het weekend open. Daarna rijden we door voor een ritje langs de zuidkust. Eerst willen we wat eten, maar kunnen niks vinden. We vinden een hele goedkope pizzeria in Domus de Maria. Als we dan de kustweg oprijden, blijken er  er talloze mogelijkheden te zijn om wat te eten. De kustweg is prachtig en de baaien prachtig blauw. Daarna rijden we weer terug naar Cagliari, waar we om 16 uur aankomen.
’s Avonds eten we eenvoudig bij een Chinees/Japans restaurant in de Marinawijk. De kok is van alle markten thuis, want je kunt er ook (beperkt) Thais eten. Het eten is niet erg slecht en smaakt niet op alle fronten Chinees, maar het is wel goedkoop. Daarna drinken we nog wat op een terras op het Piazza Costituzione bij ons appartement om de hoek.

Zaterdag 21 mei 2016

Na het ontbijt pakken we de koffers en ruimen we het appartement opCagliari Marina. We zijn ruim op tijd en gaan koffiedrinken op het Piazza Costituzione bij Pico Cafè. Daarna gaan we de auto ophalen uit de parkeergarage aan de Viale Regina Elena. We halen de koffers op, sluiten af en rijden naar het vliegveld van Cagliari. Het inleverpunt van de huurauto’s staat niet helemaal goed aangegeven, waardoor we een extra rondje langs de vertrekhal maken. Inleveren van de auto bij Sardinya gaat redelijk soepel. Men gaat nog wel even een inspectie doen, maar daarna kunnen we verder naar de vertrekhal. De check-in voor de vlucht is nog niet begonnen. Wel kunnen we betalen voor onze in te checken bagage. Die is niet 10 euro meer dan ons door Alitalia dan online – zoals Alitalia ons had verzekerd – maar 28 euro meer. We betalen en krijgen een biljet in 7 voud, dat met de hand wordt ingevuld en voorzien van stempeltjes. Het doet erg ouderwets aan. Na onze vakantie betaalt KLM dit teveel betaalde bedrag keurig terug.
De vlucht naar Rome verloopt soepel. Het instappen gaat op z’n Italiaans. Het begint te laat en niemand stoort zich aan de procedure betreft voorrang voor kinderen en invaliden of instappen per rij. We hebben exit row plaatsen of comfort seat, waar Alitalia niets extra’s voor rekende. Waarschijnlijk omdat hun website niet goed werkt. In Rome hebben we ruim een uur om over te stappen. We komen rond 16.30 uur aan op Schiphol. De bagage laat niet lang wachten en kwart over vijf zitten we in de trein naar Rotterdam. Op Rotterdam Centraal nemen we een Uber-taxi, die ons vlot thuisbrengt.




Andere Reisverslagen
terug